Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-09-2018

Begin

betekenis & definitie

BEGIN, o. aanvang in den beginne schiep God Hemel en Aarde; in den beginne verdient hij twee gulden, in den eersten tijd; tegen het begin; van den beginne aan;

— alle begin heeft een einde, aan alles komt een einde;
— alle begin is moeilijk, in den beginne heeft men vaak met moeilijkheden te kampen, (ook) alles eischt overleg;
— een goed begin is het halve werk, wat te voren flink overdacht of aangepakt is, vordert gemakkelijk;
— een goed begin, een gunstig voorteeken; (ook) de eerste winst die men behaalt;
— dat is een begin zonder einde, daarvan is het einde niet te overzien; (ook) dat keert telkens terug;
— ik zie wel een begin, maar geen einde;
— een begin van bewijs, iets dat tot uitgangspunt voor een bewijs kan dienen;
dit is pas een begin, het volgende zal nog in hoogere mate uwe verbazing wekken;
— een begin met iets maken, beginnen; (ook) voorbereidende maatregelen nemen;
— het allereerste gedeelte het begin van die laan is prachtig; in het begin van dit boek;
oorsprong, bron zelfkennis is het begin van alle wijsheid.