Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Gulden

betekenis & definitie

Het begrip gulden heeft 2 verschillende betekenissen:

1. gulden - GULDEN, bn gouden zij aten uit gulden schalen; de orde van het Gulden vlies, zie VLIES;
— (fig.) de gulden eeuw, de gouden eeuw, zie GOUDEN;
— (R. K.) de gulden Mis, plechtige Mis in den vroegen morgen van quartertemper, Woensdag van den advent;
— vandaar ook de gulden Woensdag;
— eene gulden les, eene les die veel waard is, eene voortreffelijke raadgeving;
— (rek.) de gulden regel, de regel van drieën;
— de gulden middelmaat, het juiste midden.

2. gulden - GULDEN, in. (-s en gulden), zilveren muntstuk, ter waarde van 100 cents een gulden wisselen; een zak guldens, een zak met 600 guldens er in; (ook) deze som gelds; de guldens laten rammelen; het kost vijf gulden; dat stuk is 2000 gulden waard;
— in de spreektaal wordt bij prijzen gulden en centen vaak weggelaten, b. v. dat kost drie-twintig, n. l. drie gulden en twintig cent. GULDENTJE, o. (-s). (De gulden was oorspronkelijk een gouden munt, zie FLORIJN en GOUDGULDEN). :