Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Den

betekenis & definitie

Het begrip den heeft 2 verschillende betekenissen:

1. den - DEN, m. (-nen), kegeldragende boom in Midden- en Noord-Europa: de grove den (pinus silvestris) en de zeeden (pinus pinaster).

2. den - DEN m. (-nen), bergzolder, bergvloer; inz. zoutbergplaats; (gew.) dorschvloer.