Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

En

betekenis & definitie

Het begrip en heeft 4 verschillende betekenissen:

1. en - EN, aaneensch. verbindt woorden en zinnen; vaakt wordt en gebezigd aan het begin van zinnen die eene verrassing of teleurstelling uitdrukken,waarbij een andere zin aan te vullen is en waarom doet ge het niet? en ik heb het zoo streng verboden! en ik heb het zelf gezien !;
— als vraag En ? (wat antwoord brengt ge ?);
— vaak als stopwoord pas op {en) val niet;
— na en is inversie af te keuren;
— vroeger ende, nog over in opentop (op end’ op) en op ’n duit (op ende uit), geheel en al.

2. en - EN, bw. ontkenning, oudtijds ne, ni, komt thans alleen in samenstellingen en in de spreektaal voor niets, nimmer, nooit, tenzij (het en zij = zij het niet), tenware (het en ware
— ware het niet); ik en weet het niet; hij zegt, dat hij het niet en doet.

3. en - EN, voorz. (gew.) twee en twee gaan, aan.

4. en - EN, (Fr. woord);
— en avant, voorwaarts, vooruit;
— en badinant, schertsend;
— en bagatelle, als eene kleinigheid, minachtend;
— en bloc, voetstoots; alles bij elkander; gezamenlijk;
— en corps, gezamenlijk;
— en depot, in bewaring;
— en detail, in het klein (verkoopen);
— en échelon, (mil.) échelons-, laddersgewijze;
— en face, tegenover, van voren;
— en familie, in den kring van het huisgezin, familiaar;
— en gros, in het groot (verkoopen);
— en gala, in feestgewaad;
— en miniature, in het klein;
— en passant, in het voorbijgaan;
— en petit comité, in vertrouwelijk bijeenzijn;
— en profil, van ter zijde gezien;
— en retraite, in afzondering, (ook) gepensionneerd, op pensioen;
— en route, op weg; onderweg;
— en suite, achter elkander, achtereenvolgens;
— en vogue, in zwang, in de mode, gezocht, in trek;
— en train, in aantocht, aan den gang, in zwang; op dreef.