Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Nog

betekenis & definitie

bw. om eene voortzetting aan te duiden, tot nu toe, tot op dit, dat oogenblik: hij is nog hier; destijds leefde hij nog; hij is nog steeds ongetrouwd;

— tot nog toe, tot heden, tot nu toe, tot dusverre;
— nog lang niet, op verre na niet, het scheelt veel;
— al is het nog zoo weinig, hoe weinig het ook zij;
— (ter versterking van een comparatief) hij is nog kleiner dan zijn broer;
— om eene herhaling aan te duiden, opnieuw, daarenboven: ik bood hem nog tien gulden (nl. bij het reeds gebodene; vgl. ik bied hem nog (op dit oogenblik nog, nog steeds) tien gulden); nog eens, een keer meer;
— nog eens zoo groot, tweemaal zoo groot; zie ik je nog ?