Academie betekenis & definitie

Met dien naam bestempelt men in het algemeen eene inrigting, waar gelegenheid bestaat, om zich aan de beoefening van wetenschappen of schoone kunsten te wijden. De naam is afkomstig van de Academia bij Athene, eene plek gronds, naar den ouden held Academus alzoo geheeten en door Cimon van eene moerassige, ongezonde streek in een lusthof met schaduwrijke lanen herschapen.

In deze buurt lag het buitenverblijf van Plato, en dagelijks wandelde deze groote Wijsgeer met zijne leerlingen in de Academia, om er zijne belangrijke leerstellingen voor te dragen. Dien ten gevolge werd later eene wijsgeerige school — eene vereeniging van voorstanders van dezelfde rigting of van volgelingen van denzelfden meester — eene academie genoemd. Gewoonlijk telt men in de oudheid drie academiën, namelijk: die van Plato of die van het dogmatismus, — die van Arcesilaus of die van het scepticismus, en die van Philo of die van het herboren dogmatismus.

In onzen tijd beduidt het woord academie eene inrigting van hooger onderwijs of een geleerd genootschap. In de eerste beteekenis staat eene academie doorgaans gelijk met eene universiteit of eene hoogeschool. Het bijvoegeljjk naamwoord academisch wijst alles aan, wat op zulk eene inrigting betrekking heeft, zoo als academische vrijheid, academisch onderwijs enz. Doch al zijn onze academiën te Leiden, Utrecht en Groningen even zoo vele universiteiten, toch is laatstgenoemde naam geenzins op alle academiën toepasselijk. Men zie slechts op de Katholieke theologische academie te Munster en dergelijke inrigtingen in vele steden van Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Engeland, Italië en Portugal, waar slechts in enkele deelen van het universele gebied der wetenschap onderrigt wordt gegeven; voorts op de militaire academiën te Breda, te Weenen, te Berlijn, te Dresden, te Warschau, te Stockholm, enz., op de mijn-academiën te Freiberg, te Schemnitz enz., op de forst- of bosch-academiën te Freiburg, te Tharand, te Aschaffenburg, te Gieszen enz., op de landbouw-academiën te Mögelin, Eldena en Jena, op de handelsacademiën te Hamburg enz., op de academiën van beeldende kunsten te Amsterdam, te Weenen, te München, te Berlijn, te Stuttgart, te Düsseldorf, te Kopenhagen, te Granada, te Sevilla, te Rome, te Florence, te Napels enz., op de academiën voor schilder-en teekenkunst te Groningen (academie Minerva), te Kome, te Weenen, enz., op de academiën voor bouwkunst te Berlijn, te Dresden, te Petersburg enz., op de academiën voor muziek te Berlijn enz. Wanneer wij de academie te Nijmegen, korten tijd na hare oprigting verdwenen, buiten rekening laten, dan telde ons Vaderland voorheen vijf academiën, namelijk die van Leiden, opgerigt in 1575, die van Franeker, opgerigt in 1585, die van Groningen, opgerigt in 1614, die van Utrecht, opgerigt in 1636, en die van Harderwijk, opgerigt in 1648. Van deze vijf zijn Harderwijk en Franeker in deze eeuw verdwenen, zoodat wjj er nog een drietal hebben overgehouden, van welke die te Leiden en Utrecht ieder tusschen de 500 en 600, en die te Groningen tusschen de 150 en 200 studenten telt. Elk dezer academiën, geplaatst onder het toezigt van een collegie van curatoren, bevat vijf faculteiten, namelijk die der wis- en natuurkunde, die der wijsbegeerte en fraaije letteren, die der geneeskunde, die der regten en die der godgeleerdheid. Elke faculteit heeft haar deken, en uit de hoogleeraren wordt telkens voor een jaar door den Koning een rector magnificus benoemd. Promotie van eene Latijnsche school of van een gymnasium of het afleggen van een admissie-examen opent den jongelingen den toegang tot de academie. Gedurende de eerste weken van den cursus moeten zij als novitii of groenen met de reeds aanwezige academieburgers kennis maken. Eerst na dien tijd kunnen zij geregeld aan hunne studiën beginnen.

Ons hooger onderwijs, dat weleer door zijne voortreffelijkheid talrijke buitenlanders herwaarts lokte, heeft dringende behoefte aan eene grondige hervorming. De uitbreiding der wetenschap eischt splitsing van vakken, overbrenging der voorbereidende studiën naar verbeterde gymnasiën en gestrenge eind-examens voor hen, die zich aan een maatschappelijk beroep willen wijden. Ook is het bestaan eener theologische faculteit van een bepaald kerkgenootschap eene ongerijmdheid aan eene Rijks-hoogeschool. Het is te hopen, dat die hervorming niet lang zal uitblijven in een land, waar het lager en middelbaar onderwijs voor de behoeften van het oogenblik voldoende geoordeeld worden.

Wij bezitten ook nog academische inrigtingen van onderwijs, die door de steden, waar zij gevestigd zijn, worden bekostigd, de zoogenaamde athenaea te Amsterdam en te Deventer, die de regten der Rijks-hoogescholen missen. De studenten kunnen er geen academischen graad verkrijgen, maar moeten zich hiertoe naar eene der drie Rijks-hoogescholen begeven.

De oudste academiën in de beteekenis van geleerde genootschappen vindt men in Italië. Na de inneming van Konstantinopel door de Turken, vereenigde zich een kring van ijverige vereerders van Plato te Florence en stichtte er in 1457 eene Platonische academie , die door Cosmo de Medici werd beschermd en Ficini, Landini, Naldo Naldi, Leo Batista Alberti, Donato Neri Accijavolo, Giovanni Cavalcanti en later Giovanni Pico di Mirandola onder hare leden telde. Slechts weinige jaren later ontstond uit de geleerden, die zich aan het hof van Alphonsus V te Napels vereenigd hadden, eene dergeiijke academie, waartoe Antonio Beccadelli Panormita, Laurentio Valla, Bartolomeo Fazio en anderen behoorden, die reeds buitenlandsche leden en eereleden benoemden. Vervolgens werd in 1468 de academie te Rome opgerigt door den sterrekundige Julius Pomponius Laetus. Later zijn in de meeste beschaafde landen dergelijke academiën ontstaan. In Nederland heeft men de Koninklijke academie van wetenschappen te Amsterdam, in Duitschland de Koninklijke academie van wetenschap en kunst te Berlijn, waarvan Leibnitz (1711) de eerste voorzitter was, voorts de Academie van wetenschappen te Munchen, in 1759 opgerigt, de Koninklijke academie van wetenschappen te Göttingen, de Academie van wetenschappen te Weenen, het Koninklijk Saksisch genootschap van wetenschappen te Leipzig; in Frankrijk de Academie royale des sciences (l'Institut) te Parijs, in 1666 door Colbert gesticht en in het Palais des beaux arts gevestigd; in Rusland de Keizerlijke academie van wetenschappen te Petersburg, in 1725 door keizerin Katharina I gesticht; in Zweden de Koninklijke academie van wetenschappen te Stockholm; in Denemarken de Koninklijke academie van wetenschappen te Kopenhagen; in Engeland de Royal societies te Londen, Edinburg en Dublin. België, Spanje, Portugal, Italië hebben hunne wetenschappelijke academiën in de hoofdsteden en in andere voorname steden. Ook zijn er onderscheidene in Noord- en Zuid-Amerika en in Azië. Behalve die academiën heeft men talrijke geleerde genootschappen, die zich aan bepaalde takken van wetenschap wijden, waartoe in ons Vaderland de Leidsche Maatschappij van Letterkunde, de Hollandsche Maatschappij van wetenschappen, het Provinciaal Utrechtsch genootschap, het Historisch genootschap te Utrecht, het Genootschap pro excolendo jure patrio te Groningen, het Friesch, het Noord-Brabantsch en het Zeeuwsch genootschap enz., alsmede talrijke natuurkundige genootschappen behooren. Zij werken vooral nuttig door de uitgave van oirkonden en belangrijke geschriften, die anders welligt in de vergetelheid bleven bedolven. Onder de natuurkundige genootschappen schittert vooral de Royal Society te Londen, in 1663 opgerigt; in 1703 was de beroemde Newton haar voorzitter.

Laatst bijgewerkt 14-11-2017