Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 06-08-2018

Drie

betekenis & definitie

Drie is onder de getallen het eerste, dat een begin, midden en einde heeft of van een aanvangspunt door een overgangslid tot een eindpunt voortschrijdt, zoodat het in de wijsgeerige getalsbeschouwing der Pythagorèërs werd aangemerkt als een zinnebeeld van het volkomene.

Ook in andere wijsgeerige stelsels van ouden en nieuweren tijd vervult het getal drie eene gewigtige rol, als bevattende in thesis (stelling), antithesis (tegenstelling) en synthesis (zamenstelling) de wetten van het denken. Men vindt iets dergelijks bij Fichte, Regel en ook eenigzins bij Kant, — voorts bij de Nieuw-Platonische wijsgeeren, inzonderheid bij Proplus. De oudste wijsgeer der Chinézen, Laotse genaamd, beweerde, dat uit de één de twee. uit deze de drie, en uit laatstgenoemde alie dingen waren voortgesproten.

De Indiërs stelden in hun Trimoerti (de goddelijke Drieëenheid) het begin, midden en einde der dingen voor, doordien zij Brahma als den schepper, Wischnoe als den onderhouder en Siwa als den verwoester van alles beschouwden. De Perzen huldigden Ormuzd, Ahriman en Mithras, — de Grieken Uranos, Kroms en Zens. De Nieuw-Platonische wijsgeeren, die het ware, het schoone en het goede als de verhevenste denkbeelden der rede beschouwden, hebben daardoor niet weinig bijgedragen, om ingang te verschaffen aan de leer der drievuldigheid.