Dresden betekenis & definitie

De hoofd- en residentie-stad van het koningrijk Saksen, ligt in eene bekoorlijke dalvlakte op beide oevers van de Elbe, op 51°3'46" N. B. en 31°23'55" O. L. van Greenwich. Zij bestaat uit de Oudstad (de eigenlijke residentie) met 3 voorsteden op den linkeroever der rivier, — uit Friedrichstadt, van eerstgemeld gedeelte door de Weiseritz gescheiden, — uit de Nieuwstad op den regteroever, — en uit de Antonstad.

Sedert de slooping der vestingwerken (1817—18261) is Dresden eene opene stad geworden en ondergaat nog jaarlijks door weidschen aanbouw groote uitbreiding. Er zijn tusschen de 5- en 6000 huizen, ongeveer 300 straten, 29 pleinen en omstreeks 170000 inwoners.

De stad bezit vele fraaije gebouwen en een schat van kunstwerken, zoodat Herder haar het Duitsche Florence noemde. Onder de kerken onderscheiden zich de Lieve Vrouwe-kerk met een hoogen koepeltoren, — de R. Katholieke kerk, naar het ontwerp van Gaetano Chiaveri gebouwd, met een beroemd orgel van Silbermann, 59 standbeelden van Heiligen (van Mattièlli), een altaarstuk van Rafaël, en schilderijen van andere groote meesters, —en nog eenige andere kerken. Tot de overige merkwaardige gebouwen behooren het Koninklijk kasteel, een onregelmatig gebouw met een hoogen toren en met schilderijen van Reni, Caracci, Poussin en Rembrandt, — het paleis van den Kroonprins met kunstgewrochten van Torelli en met eene belangrijke bibliotheek, — het Brülhsche paleis, thans door de Koningin-weduwe bewoond, met het beroemde Brühlsche terras, — het prachtvol en zeer uitgebreid muséum, desgelijks met fraaije standbeelden getooid, — de hoofdwacht, voorzien van een fronton, dat door 6 Ionische zuilen gedragen wordt, met de standbeelden van Saxonia en van Mars, — het tuighuis, en de digt daarbij gelegene académie voor genees- en heelkunde, — het huis der Standen (volksvertegenwoordigers), — het postkantoor, — de polytechnische school, — het raadhuis, — benevens eenige vorstelijke paleizen, gestichten van weldadigheid en woningen van particulieren.

Van de nieuwste gebouwen noemen wij nog het gesticht voor vroedvrouwen, het garnizoens-lazareth, de schutterskazerne, eenige schoolgebouwen, en de vernieuwde, in 1869 voltooide Sophia-kerk.

Tot de belangrijkste openbare kunstgewrochten behooren er het Moritzmonument, door den keurvorst August aan zijn broeder Mauritz gewijd, — een bronzen ruiterstandbeeld van Augustus de Sterke, — de Cholerafontein met fraaije standbeelden van zandsteen, — het bronzen standbeeld van Karl Maria von Weber, door Rietschel gemodelleerd, — de standbeelden van koning Friedrich August en van Theodor Körner, beide van Hähnel, — 2 sierlijke bruggen, die de Oud- en de Nieuwstad verbinden, enz.

Men vindt te Dresden wereldberoemde verzamelingen voor kunst en wetenschap en uitmuntende inrigtingen van onderwijs, alsmede een groot aantal geleerde genootschappen en vereenigingen. Een en ander is vooral door de keurvorsten Friedrich August I en II, ongemeen bevorderd. Wij vermelden hier de Koninklijke openbare boekerij in het Japansche paleis met 320000 deelen, 3000 handschriften enz., alsook de boekerij van het muséum voor natuurlijke historie en die van de académie voor geneeskunde, — het munten penningkabinet, desgelijks in het Japansche paleis, — de verzameling van oudheden in 12 zalen van datzelfde gebouw, — de verzameling van porseleinen voorwerpen, desgelijks aldaar, — het muséum van schilderijen met ongeveer 2000 kunstgewrochten, vooral van de Italiaansche, Hollandsche en Vlaamsche school (Rafaël, Correggio, Titiaan, Andrea del Sarto Paolo Veronese, Giulio Romano, Leonardo da Vinci, Annibale Caracci, Guido Reni, Carlo Dolci, Rubens, van Dijk, Rembrandt, Snijders , Breughel, Ruysdael, Wouwerman, Berghem, Dou, Teniers, Ostade, Potter, Hondekoeter enz.), alsook met eene rijke en kostbare verzameling van gravures, — de verzameling van gipsafgietsels — de verzameling van kostbaarheden in het „Grüne Gewölbe (binnen het Koninklijk slot)”, — de verzameling van wapenen , — het historisch muséum, — het muséum voor natuurlijke historie, — dat voor mineralogie, — dat voor wis- en natuurkunde enz.

Inrigtingen van onderwijs zijn er in grooten getale aanwezig, en daaraan is in den laatsten tijd veel te koste gelegd. Behalve de lagere scholen vindt men er 2 gymnasten, een progymnasium, 2 reaalscholen, 3 hoogere burgerscholen, eene meisjesschool, 2 onderwijzers-kweekscholen, eene Polytechnische school, een Conservatorium, eene handelsschool, enz. Tot de instellingen tot bevordering der kunst behooren er de Koninklijke Académie van kunst, die Schnorr von Carolsfeld, Hübner, Bähr, Scholz, Gonne, Ludwig Richter, Kummer, Hähnel, Schilling, Kietz, Domdorf, Händel, Nicolaï, Arnold, Giese, Eberhard, Grüner, Planer en Bürkner onder hare leden telt, — de Koninklijke kapèl, door keurvorst Friedrich August I gesticht, waaraan vele beroemde componisten verbonden zijn, — en de Hofschouwburg, die, door de vlammen vernield, thans op nieuw zijne voltooijing nadert terwijl voorts in 1871 een tweede schouwburg in de Nieuwstad verrees. Ten behoeve der wetenschap heeft men er voorts een oudheidkundig genootschap, — eene académie van natuurkundigen, — het genootschap Isis, — de vereeniging voor aardrijkskunde, — het paedagogisch genootschap, — dat voor tuinbouw, en de vereeniging voor nijverheid.

Handel en nijverheid hebben er vooral in de laatste 25 jaar zoowel door de vermeerderde scheepvaart op de Elbe als door de spoorwegverbindingen eene hooge vlugt genomen. Men heeft er een groot aantal fabrieken, bestorming hier en daar vorderingen maakten zagen zij zich door de aanzienlijke krijgsmagt van Napoleon weldra genoodzaakt om terug te trekken. Den 27sten begonnen de Gealliëerdenonder geweldigen regen, op nieuw den strijd, doch Napoleon drong met zijne geheele leger, magt op hen in. Op den regtervleugel moesten de Russen en Pruissen wijken, in het centrum bleef de overwinning onbeslist, doch op den linkervleugel werden de Oostenrijkers door Murat omsingeld, zoodat generaal Mezko zich met 10000 man moest overgeven. Omstreeks den middag, werd Moreau aan de zijde van keizer Alexander door een kanonskogel doodelijk getroffen, — kort daarna kwam het berigt, dat Vandamme bij Königstein over de Elbe was getrokken, en toen het voorts bleek, dat de linkervleugel de nederlaag geleden had, uitstort in de Eure. Men ziet er de overblijfselen eener kapél van het jaar 1147, en men heeft er veel handel en nijverheid. Dreux is de begraafplaats der familie Orléans. Gedurende den Duitsch-Franschen oorlog werd dit stadje den 17den November 1870 door de Duitschers ingenomen.

Laatst bijgewerkt 06-08-2018