Gebied betekenis & definitie

Gebied (Het), staatsgebied of territoir, beteekent in volken- en staatsregtelijken zin de uitgestrektheid gronds, waarop de staatsoverheid met uitsluiting van ieder ander de souvereiniteitsregten kan uitoefenen. De Staat, als eenheid beschouwd, bezit dat gebied in eigendom. De regels voor het verkrijgen, het behoud en het verlies van dien eigendom worden door het volkenregt gegeven.

De hoegrootheid en het wezen van het grondgebied zijn voor den Staat geene toevallige omstandigheden van ondergeschikt belang. De gelijkheid in toestand en in behoeften van den grond, de gelijkheid in aard, aanleg, afstamming, taal, zeden en gewoonten van een volk vormen te zamen de oorzaken, waarom een zeker deel van de oppervlakte der aarde eenen Staat vormt, en waarom zekere duizend ofmillioentallen van bewoners eenerlei bestuursvorm hebben aangenomen, zich vereenigend tot eene politieke eenheid. Waar die oorzaken vrij haren invloed hebben doen gevoelen, daar kan men zeggen, dat de Staat berust op het beginsel van nationaliteit.

De behoeften, die tot het ontstaan van den Staat hebben zamengewerkt, handhaven voortdurend zijn bestaan. Onderscheidene gebeurtenissen in de geschiedenis kunnen van invloed zijn op de hoegrootheid van het staatsgebied, zoo zelfs, dat de eenheid ervan niet door den band der nationaliteit wordt bewaard, maar dat er deelen bijeengevoegd worden, die noch door natuurlijke ligging, noch door eenheid van behoeften by elkander behooren, of vaneengescheurd, wat door verwantschap in behoeften en door de geschiedenis tot een geheel was te zamen gegroeid. Het gebied van den Nederlandschen Staat wordt verdeeld in twee groote deelen: het Rijk in, en buiten Europa. Het laatste wordt gevormd door de koloniën en bezittingen. In Europa is het gebied gevormd door het verbond, dat de nood onze voorvaders tegen de dwingelandij van Spanje deed sluiten; door de overwinningen van Maurits en Frederik Hendrik is het uitgebreid. De vrede van Munster in 1648 heeft het bevestigd. In 1814 is het door vredestractaten nader bepaald. Door de vereeniging met België aanzienlijk uitgebreid, is het thans, sints 1839, weer hoofdzakelijk tot het oude grondgebied der Vereenigde Nederlanden beperkt, terwijl de grenzen door tractaten met de naburige mogendheden naauwkeurig zijn aangewezen.

Het gebied van het rijk in Europa is verdeeld in provinciën en gemeenten, die alleen door eene wet vereenigd en gesplitst kunnen worden. De grenzen van den Staat, van de provinciën en de gemeenten kunnen eveneens slechts door eene wet veranderd worden. Verdragen, met wie, en wanneer ook, gesloten, welke afstand of ruiling van eenig grondgebied van het Rijk in Europa of in andere werelddeelen inhouden, worden door den Koning niet bekrachtigd, dan nadat de Staten-Generaal die bepaling of verandering hebben goedgekeurd. In die voorschriften onzer grondwet ligt een waarborg voor het voortdurend behoud van de eenheid van het gebied van onzen Staat. Tot het gebied van den Staat behoort niet alleen het land, maar ook het water: de rivieren, de meren, de zeeboezems, de zeegaten, enz., voorzoover de Staat die in volkenregtelijken zin bezit, en hij dat bezit des noods met geweld tegen anderen kan handhaven en verdedigen. Zoodanig bezit van de opene zee is onmogelijk: daarom behoort zij ook niet tot het gebied van eenig volk, maar strekt het staatsgebied in zee zich niet verder uit, dan de afstand, die met een kanonschot van den wal bestreken kan worden. De grensscheiding op rivieren en andere wateren, die tusschen naburige staten zyn gelegen, wordt door internationale tractaten geregeld.

Het gebied van eenen Staat is een gesloten gebied, territorium clausum, wanneer de oppervlakte een afgerond geheel uitmaakt; open heet men het, wanneer de deelen verspreid liggen en door vreemd gebied van elkander gescheiden worden. Vijandelijk gebied is het gebied van eenen Staat, waartegen in tijd van oorlog, volgens de regelen van het volkenregt, alle daden van vijandelijkheid, door het oorlogsregt gewettigd, geoorloofd zijn. Neutraal gebied is dat gebied, waarop geene daden van vijandelijkheid tegen, of zelfs niet van begunstiging van eene der oorlogvoerende partijen plaats mogen vinden. Het internationaal gebied wordt niet alleen door de grenstractaten bepaald, maar strekt zich ook uit tot onze schepen onder de nationale vlag. In de uitspraak: schip is territoir, ligt het volkenregtelijk beginsel, dat een schip in volle zee blijft behooren tot het territoir, tot welks nationaliteit het schip behoort. Verscheidene bepalingen van ons positief regt, in burgerlijke en strafzaken, berusten op dat beginsel. Wanneer het schip zich bevindt in de tevens of de territoriale wateren van eene andere mogendheid, behoort men te onderscheiden tusschen een oorlogschip en een koopvaarder. Het eerste blijft geheel tot het grondgebied van den Staat, welks vlag het voert, behooren; omtrent een koopvaardijschip zijn de leer der schrijvers en de practijk bij de verschillende natiën het nog niet eens.

Meer en meer evenwel krijgt bij de beschaafde natiën, althans voor het strafregt, de leer de overhand, dat het schip in de territoriale wateren onderworpen is aan de wetten van het gebied, waar het zich tijdelijk ophoudt. Het zoogenaamde onvrije territoir of gebied is eene strook gronds langs de geheele grens van een rijksgebied, aan de landzijde ter breedte van een uur, aan de zeezijde ter breedte van een half uur gaans, die in ons land krachtens de Algemeene wet voor de heffing der regten van in-, uit-, en doorvoer en van de accijnsen van 26 Augustus 1822, Stbl. No. 38, van het vrij binnenlandsch verkeer wordt afgezonderd, ten einde den sluikhandel te bemoeijelijken. Het is op zware straffen verboden op dit afgezonderd terrein magazijnen en nederlagen van goederen te hebben of aan te leggen; daar mag geenerlei fabriek of' molen worden opgerigt, tenzij met ’s Konings uitdrukkelijke toestemming; daar zijn de ambtenaren der schatkist bevoegd, elk uur van den dag alle huizen en panden te doorzoeken, waar zij de aanwezigheid van verboden magazijnen of nederlagen „vermoeden”. Belangrijke uitzonderingen op deze strenge regels zijn toegelaten; toch is de nakoming der voorschriften hoogst nadeelig voor de ontwikkeling der welvaart op dat gebied, en vormt zij aldus eene sterke schaduwzijde van de heffing van die soort van belastingen. Afdoend tot geheele fnuiking van den sluikhandel zijn die maatregelen ook niet. — Het gebied van den Staat wordt verder op onderscheidene wijzen verdeeld, naarmate de inrigting van het bestuur en de meest doelmatige uitoefening van de regten en pligten door de burgers zulks vorderen. Zoo spreekt men van het regtsgebied van eenen regter, van het gebied van een burgemeester, van een militair district, van een kiesdistrict, en zoo verder.