koning van Napels en hertog van Calabrië (1277 - 16 Jan. 1343), derde zoon van Karel II (zie stamboom Anjou), beklom na diens dood, in weerwil van de aanspraken van zijn oudere broeders, in Mei 1309 de vaderlijke troon, met steun van paus Bonifacius VIII; zijn oudste broer stierf, de andere werd in een klooster geplaatst. Hij was zeer eergierig en heerszuchtig, poogde het gezag van keizer Hendrik VII in Italië te vernietigen, verzekerde zich de vriendschap van de paus en wist de aanzienlijkste Welfisch-gezinde steden aan zijn zijde te brengen, o.a. droeg Florence hem de „signoria” op.
De Kerkelijke Staat ontzag hij niet en met succes streed hij ook tegen Lodewijk van Beieren, die als keizer in Italië korte tijd enige macht bezat. Zijn herhaalde pogingen, om zich van Sicilië meester te maken, liepen minder gelukkig af. In Napels gedroeg hij zich als een kunstlievend vorst, wiens hof zeer weelderig was ingericht. O.a. verbleven er Petrarca en Boccaccio. Zijn natuurlijke dochter, Maria, was (onder de schuilnaam Fiammetta) het vereerde vrouwenideaal van Boccaccio. Hij werd opgevolgd door zijn kleindochter Johanna I.Lit.: R. Caggese, Roberto d’Angiò e i suoi Tempi (2 dln, 1922-1931); W. Goetz, König Robert von Neapel, seine Persönlichkeit und sein Verhältnis zum Humanismus (1910); W. Israël, König Robert von Neapel und Kaiser Heinrich VII (1903); G. B. Siragusa, Relazione tra il regno di Napoli e la Sicilia durante il regno di Roberto d’Angiò (1847); E.
Haberkorn, Der Kampf um Sizilien i. d. Jahren 1302-1337 (1921).