Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 01-11-2018

Onbedachtzaam

betekenis & definitie

bn. bw. (...zamer, -st), niet bedachtzaam, aan zijne zaken of handelingen en de gevolgen daaruit voortvloeiende niet of te weinig denkende, er de noodige opmerkzaamheid niet aan bestedende; onnadenkend, onbezonnen, onvoorzichtig, roekeloos: zegt den onbedachtzamen van harte: weest sterk, en vreest niet;

— (overdr.) getuigenis of blijk gevende van onnadenkendheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid, roekeloosheid: de ernstige gevolgen van eene losse en welgemeende, doch onbedachtzame daad;
— bw. van wijze, op onbedachtzame wijze : een onbedachtzaam uitgesproken wensch; ik zie nu duidelijk, dat gij in ’t geheel niet onbedachtzaam te werk gaat.
ONBEDACHTZAAMHEID, v. onnadenkendheid, onbezonnenheid, onvoorzichtigheid, roekeloosheid; (mv. ...heden) onbedachtzame handeling.