Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Noodige

betekenis & definitie

o. wat noodig is, wat er moet zijn: ik zal voor het noodige zorgen;

— (gemeenz.) er ontbreekt zeker weer het noodige, weer heel wat, weer het voornaamste;
— (als afscheidsgroet) (gew.) nu, neef, het noodige !, ik wensch je wat je noodig hebt.