Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Duidelijk

betekenis & definitie

DUIDELIJK, bn. bw. (-er, -st), gemakkelijk te begrijpen, te verstaan, te lezen eene duidelijke uiteenzetting, verklaring; duidelijk spreken; duidelijk schrift;

— het is mij duidelijk geworden, ik heb het begrepen;
— *t is duidelijk, dat..., ieder ziet het in;
— zoo, dat er geene vergissing, geene dwaling mogelijk is ik kan het schip nu duidelijk zien; zijne stem heb ik duidelijk gehoord.
DUIDELIJKHEID, v.