Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 07-02-2022

DWALING

betekenis & definitie

(1, kenleer) is een oordeel, dat voor waar of juist gehouden wordt, doch dat niet is, hetzij omdat het met de werkelijke stand van zaken niet overeenkomt (materiële dwaling), hetzij omdat het tegen de logische wetten indruist (formele dwaling), m.a.w. bij de dwaling wordt wat waar (z waarheid) is en wat foutief is verwisseld. Hiervan bestaan talrijke oorzaken zoals onnauwkeurig waarnemen, overijld en verkeerd verwerken en generaliseren van het waarnemingsmateriaal, o.a. door emoties gedreven; een zwak redeneervermogen, waardoor denkfouten worden begaan; belemmerd-zijn door vooroordelen •—■ Fr.

Bacon onderscheidt onder de naam idola een aantal soorten van vooroordelen — en zo meer. Volgens velen is dwalen typisch voor de mens (errare humanum est), hetgeen samenhangt met de essentiële beperktheid van zijn kennis. Door het menselijk geslacht worden echter vele dwalingen achterhaald. Vaak vinden bestanddelen van op zichzelf onjuist gebleken theorieën niettemin een plaats in een ruimer standpunt, dat hen synthetiseert. Mei moet verder de dwaling te goeder trouw, waarbij men zichzelf of anderen onopzettelijk misleidt, onderscheiden van het opzettelijk veroorzaken vaa dwaling door een bedrieglijke wijze van voorstellen (z ook sofisme). Enkele kennistheoretische standpunten, zoals het pragmatisme en het fictionalisme houden waarheid en dwaling theoretisch niet scherp uiteen.DR J. J. POORTMAN

(2, recht) werd in het latere Romeinse recht beschouwd als een gebrek in de wil, met het gevolg, dat de overeenstemmende wil (consensus), welke het wezen der overeenkomst (conventio, contractus) uitmaakt, niet foutloos tot stand komt. Soms sloot dwaling (error) de consensus uit, zodat er geen overeenkomst ontstond: error in corpore d.i. over de identiteit van de zaak, error inpersona, d.i. over de identiteit van de wederpartij, error in substcntia, d.i. over de stof waaruit de zaak bestaat, werkte (misschien eerst) in het latere recht aldus. Bijzonderheden zijn betwist en het is zeer de vraag, of en in hoeverre de Romeinse classieke casuïstische beslissingen door een algemene gedachte werden beheerst.

Het Ned. Burg. Wetboek zegt in art. 1357, dat de toestemming van degenen die zich bij een overeenkomst verbinden, niet „van waarde” is indiea ze door dwaling is gegeven, met dien verstande dat de dwaling betrekking moet hebben op de „zelfstandigheid der zaak welke het onderwerp der overeenkomst uitmaakt”. De rechtspraak verstaat hieronder die eigenschappen van de zaak, welke voor dc partij, die zich op dwaling beroept, kennelijk, d.w.z. voor de wederpartij kenbaar, de doorslag gegeven hebben. Zo is de nadruk minder komen te liggen op de verkeerde subjectieve voorstelling bij de dwalende, dan op de tekortkoming van zijn wederpartij. Verbintenissen door dwaling aangegaan leveren een rechtsvordering op tot vernietiging; hierdoor worden de zaak en de partijen hersteld in de staat waarin zij zich vóór het aangaan der overeenkomst bevonden; tevens kan eventueel schadevergoeding gevraagd worden.

Verder regelt het Ned. B.W. o.a. in art. 142 dc dwaling in de persoon bij huwelijk en in 1358 bij overeenkomsten; in art. 338 de dwaling bij de erkenning van een natuurlijk kind, in art. 1963 de dwaling bij een gerechtelijke bekentenis en in art. 1895-96 dwaling bij dading.

PROF. MR H. R. IIOETJNK

Lit.: J. C. van Oven, Leerb. v. Rom. Privaatrecht 2de dr. (1946), blz. 324-329 (metlit.opg.); Asser-Van Goudoever, Verbintenissenrecht, blz. 291-305; G. de Grooth, De invloed van dwaling op rechtshandelingen. Praeadv. Broedersch.

Cand.-Notarissen 1948 en hierbij M. H. Bregstein in: Weekbl. v. Privaatr. Not. en Registr. no 4039 (Juni 1948).