Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 28-12-2022

DEFINITIE

betekenis & definitie

(1) wordt in de logica verstaan als begripsbepaling en bestaat dus in het algemeen in het aangeven van de inhoud van een begrip. Omtrent de betekenis van de definitie heeft men verschillende opvattingen; de twee voornaamste, die van de klassieke logica en die van de recente symbolische logica zullen hier kort worden besproken.

De klassieke logica, zich baserend op de realistische wijsbegeerte van Aristoteles, kent een dubbele definitie, de woorddefinitie (definitio nominalis) en de zakelijke definitie (definitio realis). De eerste is de woordelijke uitleg van de term of naam waarmede men een begrip aanduidt. Haar enige bedoeling is het vermijden van dwaling, die door het gebruik van dubbelzinnige termen kan ontstaan. De zakelijke definitie heeft ten doel door het aangeven van de kenmerken van het ding dit van andere te onderkennen.

Dit gebeurt op verschillende wijze. De beschrijvende definitie somt al die eigenschappen (wezenlijke en niet-wezenlijke) op die alle te zamen het object in zijn uiterlijke verschijning bepalen en van andere onderscheiden. Gebruikt men daarbij slechts eigenschappen, die uit het wezen van het ding voortvloeien, de zgn. propria, dan is het een beschrijvende definitie in engere zin. Geeft men enkel aan de constitutieve elementen, die het wezen van het ding bepalen, dan spreekt men van een essentiële of soort-definitie.

In de meest strenge zin van het woord genomen wordt door zulk een definitie aangegeven het naaste geslacht (genus proximum) en het soortelijk verschil (differentia specifica). Zulk een definitie is bijv.: „de mens is een redelijk dier (animal rationale)”. Hierin is het begrip „dier” het naaste geslacht en „redelijk” het soortelijk verschil, waardoor de mens in wezen van de niet-redelijke dieren onderscheiden is. Echter deze wijze van definiëren heeft haar grenzen, want bij het verder definiëren van het „naaste geslacht”, dat op zijn beurt wederom uit een hoger geslacht en een hoger soortelijk verschil bestaat, komt men ten slotte tot eerste begrippen, in ons geval „zelfstandigheid”, die in deze zin niet verder definieerbaar zijn.

In het algemeen behoren daartoe begrippen als „zijn”, „substantie”, „kwantiteit”, „kwaliteit” e.a. Men kan hier de begripsinhoud slechts nauwkeurig analyseren, er een verduidelijkende omschrijving van geven, door tegenstelling, toepassing enz. Ook maakt veelal de onbekendheid met de soortelijke kenmerken van de dingen het onmogelijk zulk een strikte definitie te geven. Men behelpt zich dan met het opstellen van een betrekkelijke definitie bijv. door het ding te bepalen uit zijn natuurlijke oorzaken (genetische definitie) of uit zijn natuurlijke gevolgen (definitie uit de effecten).

Aan de exacte wetenschappen komt dan de taak toe om, zover mogelijk, ons nadere bepalingen aan de hand te doen geschikt om de wezenlijke kenmerken van het ding te benaderen. Men merke hierbij op, dat de soortdefinities der exacte wetenschap bijv. van de zoölogie nog geen wezensdefinitie in wijsgerige zin zijn.Definities kunnen om verschillende redenen foutief zijn. Zo mag bijv. in de definitie datgene wat gedefinieerd wordt niet, ook al is het met andere woorden, voorkomen. Deze fout begaat men o.a. bij het husteron proteron (het laatste het eerst), bijv. als men het leven definieert door „niet-dood”zijn. De dood immers veronderstelt reeds de kennis van het leven.

Foutief is ook de cirkeldefinitie of diallele (dia allelon), waarbij men A door B, B door G en C wederom door A definieert.

De opvatting van de symbolische logica (z logistiek) over de functie en de betekenis van de definitie is verschillend van de zo juist geschetste. Dit verschil volgt uit het formalistisch karakter van deze logica, hetwelk daarin bestaat, dat men bij de logische operaties afziet van de inhoud en de betekenis van de gebruikte symbolen. Daarenboven staan vele logistici in tegenstelling met de realistische wijsbegeerte op een min of meer nominalistisch standpunt, d.w.z. ze houden het er voor, dat de begrippen niet het wezen van de dingen weergeven, maar ons slechts veroorloven gelijksoortige dingen als elementen in een verzameling samen te vatten. Een definitie in de meest algemene zin genomen is dan een afspraak omtrent het gebruik van een symbool of een term in de taal, die men bezigt.

Meer in het bijzonder bestaat een definitie in het aangeven van een nieuw, eenvoudiger symbool voor een meer gecompliceerde symbolische uitdrukking, waarvan de symbolen reeds bekend zijn. Zulk een definitie heeft uitsluitend ten doel de uitdrukkingswijze te bekorten en bestaat dus enkel in het bepalen van de betekenis van een nieuw ingevoerd symbool. Daarbij wordt het bestaan van primitieve, niet verder gedefinieerde symbolen verondersteld. Deze laatste zijn dan willekeurig gekozen tekens voor de meest eenvoudige begrippen en de door deze voorgestelde objecten.

Deze opvatting vindt men reeds bij Pascal ontwikkeld. Van deze tekendefinities onderscheidt hij dan reële definities, die een geenszins willekeurige voorstelling zijn van een object en veroorloven nieuwe, niet expliciet daarin vervatte, kennis over dat object op te doen.

Behalve de zo juist beschreven „expliciete” definitie gebruikt men vooral in de mathesis nog andere wijzen van definiëren. Als voorbeeld daarvan diene de „impliciete” definitie. Men telt daarbij een complex van symbolen op, veelal in de vorm van een vergelijking, dat behalve het te definiëren symbool enkel bekende symbolen bevat. Dit complex geeft dan de betekenis van het nieuwe symbool weer.

Het spreekt vanzelf dat, wil de definitie correct zijn, dit complex slechts één interpretering mag toelaten.

Verwant hiermede is de „definitie door abstractie”. Deze komt hierop neer, dat men de betekenis van een symbool aangeeft als een gemeenschappelijke eigenschap van meerdere objecten. Een voorbeeld daarvan zij de volgende definitie van de term „richting”: Parallele rechte lijnen hebben dezelfde „richting”, en omgekeerd als rechte lijnen dezelfde „richting” hebben zijn ze parallel. Door deze bepaling acht men dan de term „richting” gedefinieerd.

PROP. DR E. J. E.

HUFFER S.J.

Lit.: J. De Tonquédec, La critique de la connaissance (1929); Walter Dubislav, Die Definition (1931).

(2, wiskunde) of bepaling noemt men de omschrijving van een nieuw ingevoerde term met behulp van de reeds vroeger ingevoerde termen. Hieruit volgt, dat niet alle termen gedefinieerd kunnen worden maar dat een zeker aantal termen voor de opbouw van de wiskunde als bekend moeten worden aangenomen, alsmede de onderlinge betrekkingen, die men tussen deze termen wenst aan te nemen (z axioma). Zowel in de keuze van deze termen als in de later in te voeren definities is men van het standpunt der formalistische wiskunde geheel vrij (mits dubbele definiëring van eenzelfde term vermeden worde), maar van dat der intuïtionistische wiskunde niet. Ook in de toegepaste wiskunde, waarbij aan de wiskundige termen een fysische betekenis wordt gehecht, dienen de definities met deze betekenis in overeenstemming te zijn.

(3, dogmatische) is in de R.K. kerk de plechtige, bindende uitspraak van het kerkelijk Leergezag, waardoor gezagvol en authentiek wordt vastgesteld, wat als goddelijk-geopenbaarde katholieke waarheid te geloven valt of wat, als daarmee strijdig, te verwerpen is. Zij kan geschieden door de paus als opperste leraar van de kerk (definitio ex cathedra); of door een wettigberoepen Oecumenisch Concilie. Ook behoren er toe de beslissingen, door een particuliere synode (bijv. Orange II 529) in geloofszaken genomen, die door de paus plechtig worden goedgekeurd of door de hele Kerk aangenomen.

Wegens de bijstand van de H. Geest is een dergelijke definitie onfeilbaar.

DR G.DE GIER M.S.C.