Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VLIES

betekenis & definitie

VLIES - o. (...zen), schapenvacht; (fab.) het gouden vlies, door Jason veroverd, oorzaak van den tocht der Argonauten; geen gulden vlies dan onder draken, geen buitengewone uitkomsten dan door ongewone stoutmoedigheid; de ridderorde van het Gulden Vlies, Spaansche en Oostenrijksche ridderorde; schapenwol;

— (ontl.) velletje, huidje : vliezen om de spieren; vliezen in het oog, het oor; de vliezen in een ei;
— nieuwe huid op eene wond;
— vel op de gekookte melk.
VLIESJE, o. (-s).