Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

Eeuw

betekenis & definitie

EEUW, v. (-en), tijdvak van honderd jaren;

ik heb ze in geene eeuw gezien, geruimen tijd niet;
— als men moet wachten, duurt een uur soms eene eeuw, zeer lang;
— tijdvak, in de geschiedenis beroemd door de regeering van groote vorsten, b. v. de eeuw van Augustus, de eeuw van Lodewijk XIV, van Frederik Hendrik;
— de gouden eeuw, beroemdste tijdvak in de geschiedenis van een land; (ook myth.) de tijd van Saturnus, waarin de menschen volkomen vrij waren, zonder wetten en regeerders; zij behoefden niets te doen en hadden volop te eten; bovendien was het altijd zomer;
— de verlichte eeuw, onze eeuw;
— de ijzeren eeuw, tijdperk van ruwe kracht en geweld;
— papieren eeuw, onze eeuw, waarin de schrijverij hoogtij viert;
— de eeuw van het kind, deze tijd waarin men zich in allerlei vraagstukken het kind betreffende, verdiept.