Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 18-10-2023

MOZES

betekenis & definitie

Hebreeuwse persoonsnaam, waarvoor velerlei verklaringen werden voorgesteld en geen enkele voldoening schenkt. Meest wordt voor de naam een Egyptische oorsprong ondersteld en laatst werd door J.

R. Tovers de naam verklaard als „Mi (ma) shu”, d.i. „ als shu, de schitterende zon”, Mozes is de grootste persoonlijkheid van het Oude Testament. Aldus verschijnt hij in de Evangeliën, nl. in het verhaal van Christus’ gedaanteverandering, naast Elias. In het Oude Testament wordt hij voorgesteld als de bevrijder en de organisator van het Hebreeuwse volk, als de grootste profeet, wetgever en oudste geschiedschrijver van Israël.I. Mozes’ biografie wordt in het Oude Testament slechts broksgewijze en enigszins anekdotisch gegeven, vooral in de boeken Exodus en Deuteronomium. Hier volgt een hoofdzakelijk overzicht op grond van wat we in de Heilige Schrift lezen. Geboren in Egypte, tijdens de vervolgingen die de Hebreeën er te verduren hadden, wordt Mozes op wonderbare wijze gered en opgenomen aan het hof van de Egyptische koning, de pharao, waar hij een koninklijke opvoeding geniet. De drang naar zijn eigen volk maakt Mozes tot een opstandeling. Na de moord op een Egyptische beambte is hij genoodzaakt te vluchten en zich te verbergen in de woestijn. In de streek der Midianieten aangeland huwt hij Zippora (Sephora), de dochter van Jethro-Rehuël (Raguel). Hij houdt zich met de kudden van zijn schoonvader op, doch verliest niet het heil zijner volksgenoten uit het oog. Eerst duidelijk komt zijn roeping hem voor ogen te staan, wanneer de „God der vaderen” zich aan hem vertoont en hem gelast de bevrijding der Israëlieten te bewerken. Mozes volbrengt deze zending in verstandhouding met zijn broeder Aaron. Hij bekomt van de pharao een vrijgeleide voor zijn volksgenoten, nadat hij als thaumaturg Egypte door tien plagen op de rand van de afgrond heeft gebracht. Israël verlaat hierop „het land der dienstbaarheid”, maar het is nog niet aan het einde van zijn beproevingen. Doch Mozes overwint alle tegenstand in de kracht van de Heer. Hij slaagt er in de Israëlieten te leiden door de Rode Zee (Schelfzee), zijn stamgenoten aan de voet van het gebergte Sinaï (Horeb ) op grond van een nieuwe godsverschijning te groeperen in een verbond met de Heer, gedurende veertig jaar het volk te besturen in de oase van Kadesj Barnea en ten slotte de zwervers op te leiden van Kadesj Barnea naar de havenstad Ezeon-Geber (Asiongaber), aan de Rode Zee, en vandaar naar de hoogvlakten van Moab. Hier in het gezicht van het Beloofde Land, na Bileam’s bekende orakels uitgelokt te hebben en de wet (het Deuteronomium ) te hebben vernieuwd, sterft de grote volksleider, nl. op de kruin van de berg Nebo-Phisga. Zijn opvolger was de veldheer Josua (Jozue). Mozes’ machtig leven is vooral bij zyn begin en bij zijn einde door velerlei wonderen omgeven. Zijn verscheiden wordt enigszins mysterieus verhaald, zijn graf bleef aan de Israëlieten onbekend. De latere Joodse overlevering heeft Mozes’ leven met allerlei legenden opgesmukt.

De afbeelding van Mozes met horens op het voorhoofd gaat terug op de Vulgaattekst Ex. 34 : 29 („ignorabat quod ne cornuta esset facies sua” = hij wist niet, dat zijn gelaat gehoornd was), een verwarring van het Hebreeuwse woord kèrèn — hoorn, met kdran = stralen; letterlijk vertaald luidt de genoemde plaats: „hy wist niet dat de huid van zijn gelaat straalde”.

II. Op grondslag van dit traditioneel levensbeeld wordt Mozes terecht als Israël’s grootste profeet beschouwd. Aan hem heeft Israël zijn ethisch monotheïsme te danken, waarvan de kentekenen zijn: de monolatrische godsverering, de monotheïstische godsgedachte, de ethische dekaloog, de godsnaam Jahwe, de eenheid van het hoofdheiligdom of van Jahwe’s woonstede, de Levietische priesterorganisatie. Aan geen enkele profeet wordt een dusdanige intieme omgang met God toegeschreven als die waarmee, volgens de Heilige Schrift, Mozes werd begunstigd. Van deze innige omgang met God was de glorie, die over Mozes’ aangezicht lag uitgespreid, het sprekende bewijs. Geen wonder, dat reeds in het Oude Testament, nl. in Deuteronomium 18 : 9-22, Mozes als de profeet bij uitstek wordt beschouwd.

Deze godsman is ook de organisator van het Israëlietische volk. Op grond van de uittocht en van een reeks godsopenbaringen kwam hij er toe het Hebreeuwse nationaal bewustzijn op te wekken, dit bewustzijn op godsdienstige grondslag te vestigen en het bewust geworden volk binnen de kaders van wetten te organiseren (z Pentateuch).

III. Het beeld van Mozes’ leven en werkzaamheid, zoals het aan de hand der Bijbelse gegevens bondig werd geschetst, wordt sinds het ontstaan der Bijbelse critiek fel aangevallen. Vóór een dertigtal jaren was het scepticisme aan de winnende hand aangaande de Mozaïsche periode. Door enkele geleerden werd zelfs het bestaan van Mozes in twijfel getrokken. Thans is het getij aanmerkelijk gekeerd, hoewel de critici verklaren, dat er nog vele punten in het duister gehuld zijn, onder meer de chronologie van het Mozaïsche tijdvak (16de of 13de eeuw v. Chr.).

Meer en meer overheerst de neiging om een onderscheid te maken tussen Mozes’ uiterlijke activiteit en zijn zogezegde literaire bedrijvigheid. Aangaande Mozes’ historisch bestaan en de hoofdmomenten van het historische werk dat hem wordt toegeschreven, wint het vertrouwen in de Bijbelse gegevens meer en meer veld. Vele exegeten houden niet enkel aan de historiciteit van Mozes’ persoonlijkheid vast, maar ook aan de historische waarde van de meeste feiten, die hem worden toegeschreven, zelfs van die feiten, die hoofdzakelijk in de Priestertora worden vermeld: het Aaronietisch priesterschap, de indeling van het geslacht Levi in priesters en Levieten, de tent des Verbonds, de soorten offers, het wierookoffer enz. Grote onenigheid blijft voortbestaan aangaande de datum van de Uittocht, alsook aangaande de stammen welke onder leiding van Mozes Egypte verlieten, de werkelijke invloed die op Mozes uitging vanwege zijn betrekkingen met Midian, de Godsopenbaring op de Sinaï (Horeb), het verblijf te Kadesj Barnea, en, ten slotte, de verhouding MozesJozua. Zoals reeds elders werd betoogd, zijn thans velen geneigd de Exodus in de 13de eeuw te plaatsen (1250 volgens Albright, 1230 volgens Rowley). Volgens Rowley was Mozes slechts de leider van de Rachel -stammen.

De Sinaï-openbaring was voor hem beslissend. Kadesj Barnea geldt slechts voor Juda. De Mozaïsche uittocht duurde geen veertig doch slechts een paar jaren. Het klassieke getal van veertig jaar zou voortkomen uit de artificiële synthese van de gegevens die enerzijds op de uittocht van de Lea- stammen, anderzijds op die van de Rachel -stammen betrekking hebben.

Aangaande Mozes’ literaire activiteit kan men vaststellen, dat over het algemeen de critiek bereid is traditioneler wegen op te gaan, althans wat betreft Israëls oudste wetten. Onder de auteurs, die het meest tot die wending hebben bijgedragen, vermelden wij H. GressmannenPaulVolz. Deze laatste heeft door zijn studie aangaande Mozes nieuwe gezichtspunten geopend.

PROF. DR J. COPPENS

Lit.: H. Gressmann, Mose (1913); F. Volz, Mose (Tübingen 1907; 2de dr. Tübingen 1932); F. M. Th.

Böhl, Mozes en zijn werk (in Intern. Christendom, 1934) ;J.Goppens, La composition litt. du Pentateuque et l’historicité de l’oeuvre de Moïse (in Le chanoine Albin Van Hoonacker etc., Paris 1935, blz. 67-77); A. Rosmarin, Moses im Lichte der Agada (New York 1932); W. Stoderl, Das Gesetz Israels nach Inhalt und Ursprung (Marienbad 1933); S. Freud, Moses und die monotheistische Religion (1939); Cazelles, Etude sur le Code de l’alliance (Paris 1946); M. Buber, Moses (London 1947).

Over het historische probleem: H. H. Rowley, From Joseph to Joshua (London 1950).