is een matige belasting, die jaarlijks door alle aan de rechtsmacht van de bisschop onderworpen kerken, beneficies en broederschappen aan de bisschop betaald moet worden ten teken van onderdanigheid. Zo het bedrag niet door gewoonte is vastgesteld, moet de grootte daarvan door het provinciaal Concilie of op een bisschopsconferentie worden vastgesteld.
Het bedrag mag echter niet meer bedragen dan 3 pct van de inkomsten. Het Cathedraticum is niet voor verjaring vatbaar, maar behoeft niet betaald te worden als de bisschopszetel vacant is, daar het niet voor het onderhoud van de bisschop is bedoeld maar als teken van onderwerping. Sporen er van zijn er reeds in de 6de eeuw. Het wordt ook wel Synodaticum genoemd, omdat het vroeger vaak betaald werd op de Synode.
In vele bisdommen bestaat het echter niet; zo bijv. niet in België en wat Nederland betreft niet in Den Bosch, terwijl het in de vier andere bisdommen slechts wordt geheven van de parochiekerken. C.I.C. can. 1504 en 1509; z belasting, kerkelijke.