Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

Gepubliceerd op 23-01-2023

EVENREDIG

betekenis & definitie

of recht evenredig noemt men twee veranderlijke grootheden, als het enige keren groter of kleiner worden van de ene grootheid tot gevolg heeft, dat de andere hetzelfde aantal malen groter of kleiner wordt. Zo is de rente evenredig met de grootte van het kapitaal, het arbeidsloon evenredig met de werktijd enz.

Stelt men in het algemeen twee waarden van de eerste grootheid voor door a1 en a2 en twee waarden van de tweede grootheid door b1 en b2, dan geldt de evenredigheid* a1 : a2 = b1 : b2.Omgekeerd evenredig noemt men twee grootheden, als het enige keren kleiner of groter worden van de ene grootheid tot gevolg heeft, dat de andere hetzelfde aantal malen groter of kleiner wordt. Zo is de tijd, nodig om een zekere afstand af te leggen, omgekeerd evenredig met de gemiddelde snelheid. In het algemeen geldt in dit geval de evenredigheid a1 : a2 = b2 : bx of, gelijk in vele gevallen een verkieselijker schrijfwijze is, a1 : a2 = 1/b1 : 1/b2



Samengesteld evenredig
met enige andere grootheden noemt men een grootheid, als deze recht evenredig is met elk der eerste. Zo is de rente samengesteld evenredig met de rentevoet, het uitgezette kapitaal en de tijd.

In de meetkunde vormt de theorie van de evenredige lijnen (waarvan Eudoxus* als grondlegger geldt) de grondslag van die van de gelijkvormigheid* ; de hoofdstelling van deze theorie luidt: enige evenwijdige lijnen verdelen alle andere in evenredige stukken, op welke eigenschap o.a. de constructie van de zgn. vierde evenredige tot drie gegeven lijnen a, b en c berust, d.i. de constructie van de lijn x, die aan de evenredigheid a : b = c : x voldoet.