Wat is de betekenis van Evenredig?

2019
2021-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

evenredig

evenredig - Bijvoeglijk naamwoord 1. in gelijkblijvende verhouding Het geld werd evenredig verdeeld. Woordherkomst Samenstellende afleiding van even (gelijk), rede (verhouding) met het achtervoegsel -ig

Lees verder
2018
2021-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

evenredig

evenredig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: e-ven-re-dig 1. wordt groter als iets anders groter wordt en kleiner als iets anders kleiner wordt ♢ het loon is evenredig aan het aantal uren dat je werkt 1. evenredige vertegenwoordigi...

Lees verder
1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

evenredig

bn. en bw. (-er, -st), 1. in onderling gelijke verhouding (staand), in verhoudig tot elkaar gelijk, beantwoordend aan: het loon is niet — aan de inspanning; evenredige grootheden, die twee aan twee tot elkaar in dezelfde verhouding staan ; 2. waarvan of zó dat de delen met elkaar in overeenstemming zijn: zie evenredige vertegenwoordig...

Lees verder
1950
2021-01-20
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Evenredig

bn. bw. (-er, -st), 1. in onderling gelijke verhouding (staand), in verhouding tot elkaar gelijk, beantwoordend aan: het loon is niet evenredig aan de inspanning; de spanning neemt toe evenredig aan het aantal elementen; — (rekenk.) evenredige grootheden, twee aan twee tot elkaar in dezelfde verhouding staand: twee grootheden...

Lees verder
1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Evenredig

Evenredig - heeten twee grootheden a en b. als er een grootheid f (genaamd evenredigheidsfactor) bestaat, zóó, dat a = f x b. ➝ Evenredigheid.

1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Evenredig

Evenredig - Wanneer tusschen 4 grootheden a,A,b,B een evenredigheid bestaat a : A — b: B, dan heeten a en A evenredig met b en B. Soms worden de vergelijkingsgrootheden b en B verzwegen, wanneer daardoor geen misverstand kan ontstaan. Wanneer een grootheid a k maal zoo groot wordt zoodra ook een grootheid b k maal zoo groot wordt, dan heet a evenre...

Lees verder
1910
2021-01-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Evenredig

Evenredig - in gelijke verhouding.

1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Evenredig

EVENREDIG, bn. bw. (-er, -et), in verhouding tot elkaar gelijk; een evenredig aandeel in iets hebben; ’t loon is niet evenredig aan de inspanning, van gelijke waarde; — (wisk.) twee grootheden zijn evenredig afhankelijk, als het eenige malen grooter of kleiner worden van de eene tengevolge heeftr dat de andere evenveel malen grooter of...

Lees verder