(British Museum) te Londen, het grootste museum ter wereld, dateert uit 1759. Het tegenwoordige gebouw in Great Russell Street echter werd pas in 1847 voltooid.
Het bevat in hoofdzaak drie verzamelingen: de bibliotheek met talloze en zeldzame handschriften, de galerij van monumenten en oudheden en de collectie voorwerpen op het gebied der natuurlijke historie.
Het Brits Museum werd bij Act of Parliament ingevolge een laatste wilsbeschikking van Sir Hans Sloane (1660-1753) gesticht: deze had bepaald, dat zijn museum, evenals zijn bibliotheek, moest worden aangeboden aan de Engelse regering. Het parlement nam dit aanbod aan en stelde vast dat ook andere verzamelingen zouden worden aangekocht. In 1759 werden de gebouwen, met Sloane’s collectie en boekerij, voor het publiek geopend. In 1828 werden de grondslagen gelegd voor het huidige gebouw in Griekse stijl.
Door de snelle groei van het museum bleken echter de localiteiten al spoedig te klein: in 1873 voteerde het parlement £ 80000 voor de bouw van een museum in South-Kensington, waarheen van 1880-1883 de verzamelingen der afdeling natuurlijke historie werden overgebracht.
De eerste jaren van de bibliotheek waren kommervol, men vreesde zelfs dat zij zou moeten worden verkocht. Zelden zag men meer dan een half dozijn (steeds dezelfde) bezoekers per dag. Pas na de Franse Revolutie vermeerderde het bezoek en in 1840 bedroeg het reeds enige honderden daags.
De bibliotheek is thans de vijfde ter wereld en de nationale bibliotheek van Groot-Brittannië. Vermeld moeten worden het legaat Cracherode. een ongemeen rijke bibliofiele verzameling (uit 1799), het legaat van Sir Joseph Banks, president van de Royal Society, uit 1820 (16000 dln, meest natuurlijke historie en reizen), de King’s Library, schenking van George IV uit 1823 en omvattend 65250 dln gedrukte werken en 15000 dln tractaten enz. In 1879 werd de White-vleugel aangebouwd voor courantenzaal, in 1888 hadden nieuwe verbouwingen plaats, in 1902 werd besloten tot bouw van een nieuw gebouw voor berging van periodieke literatuur te Hendon (in 1905 in gebruik genomen), in 1914 werden de King Edward VII Galleries geopend. Behalve de genoemde algemene bibliotheken, in 1900 nog vermeerderd met die van Henry Spencer Ashbee, verwierf de boekerij nog tal van bijzondere collecties, Griekse papyri, charters, Oosterse werken, genealogische werken en muziek.
De bibliotheek van het Brits Museum heeft het geluk gehad, dat de leiding steeds aan eminente mannen was toevertrouwd. Speciaal aan Antonio Panizzi, Italiaan van geboorte, komt de eer toe de eerste te zijn geweest, die inzag dat boeken geen museumvoorwerpen maar dragers van cultuurleven waren en dat de inhoud der bibliotheek nut moest afwerpen. Deze „Napoleon of librarians” was in 1831 assistent-bibliothecaris geworden, in 1837 hoofd der afdeling gedrukte boeken, en werd in 1856 hoofdbibliothecaris. Op zijn initiatief ontstond, instede van de ouderwetse,taalbouw”, de grote koepelvormige leeszaal voor ruim 450 personen, met de voor het publiek ontoegankelijke boekenmagazijnen er om heen.
Van hem zijn de beroemde 91 regels voor titelbeschrijving en voor het samenstellen van catalogi. Hij ook ijverde voor een alphabetische auteurscatalogus (van de boekencatalogus was al van 1813-1819 een nieuwe' editie in 7 dln 8° uitgekomen) en vurig leverde hij strijd over de wijze van titelbeschrijving. In de General catalogue of printed books (with supplement) 1881ƒ905, in 437 dln in 1905 verschenen, zijn de anoniemen en pseudoniemen op eigen manier behandeld en is geen onderscheid gemaakt tussen de letters I en J, U en V. G.
K. Fortescue maakte een Subject index of the modern works added in the years 1881-1900. In 1929 werd tot volledige herdruk van de General catalogue besloten, een arbeid van vele jaren, die nog steeds niet is afgesloten.
De bibliotheek van het Brits Museum, verdeeld in tal van „departments”, waarvan het ,Department of printed books” het grootste is (ruim 4 millioen dln), omvat thans voorts 54000 Europese handschriften, 2400 Griekse papyri, 84000 oorkonden en charters, ca 10000 incunabelen. De Oosterse afdeling omvat 16200 handschriften en ruim 125000 gedrukte boeken.
Het Brits Museum — dat, terloops opgemerkt, niet afhangt van het ministerie van Opvoeding, zoals dat bij nationale bibliotheken meest het geval is, maar beheerd wordt door een Raad, ofschoon onderhoud der gebouwen en subsidiëring tot de staatstaak behoren — bevat verder verzamelingen van Egyptische en Assyrische, van Griekse en Romeinse oudheden en de afdeling voor Britse en middeleeuwse oudheden en voor ethnografie. In 1879-1880 werd deze vermeerderd door de verzameling Indische oudheden, die tot dusverre in het India-Museum bewaard werd. De Egyptische verzameling, vooral verkregen in 1801 bij de capitulatie van Alexandrië en door schenking en aankoop vermeerderd, telt meer dan 10000 voorwerpen, w.o. de mummie van koning Mykerinus, de bouwer van een piramide. De Assyrische bezit grotere rijkdom dan enige andere in Europa en bestaat vooral uit voorwerpen, die in de jaren 1847-1857 door Layard, Rassam en Loftus en in 1873-1875 door de uitstekende Assyrioloog George Smith op de plaats der Oudassyrische paleizen zijn opgedolven.
De Grieks-Romeinse verzameling is eveneens de grootste ter wereld. Wat Elgin, Fellows, Charles Newton enz. in Griekenland hebben opgespoord en verzameld, is er bijeengevoegd. Ook uit de tijd der Romeinse keizers heeft men er hoogst belangrijke kunstwerken, afkomstig uit de verzameling van Townley en uit die van de voormalige koning van Napels, in het paleis Farnese te Rome aanwezig en in 1864 aangekocht. Daarenboven is er een schat van Etruskische vazen, van welke vele afkomstig zijn van de verzameling van sir William Hamilton (1782) en van die van sir William Temple (1856).
In 1880 werd voorts een merkwaardige verzameling van oude vazen en brokken van beeldhouwwerk verkregen van het eiland Cyprus.
De afdeling voor Britse en middeleeuwse oudheden en voor ethnografte werd in 1866 gesticht en bevat verscheidene stukken uit de steen- en bronstijd uit verschillende delen van Groot-Brittannië. Een belangrijk deel der ethnografica wordt gevormd door de kostbare verzameling, die door ' Henry Christy aan het museum is geschonken.
Van groot belang is er ook de verzameling van etsen en tekeningen, vooral van Nederlandse, Duitse en Italiaanse meesters. Het aantal Nederlandse etsen, oorspronkelijk door Sheepshanks bijeengebracht, bedraagt 8450.
Veel verdienste heeft het museum zich verworven door zijn goede uitgaven van catalogi en van de Guidebooks voor zijn verschillende afdelingen.
Lit.: Edw. Edwards, Memoirs of libraries (2de dr. 1901); L. A. Fagan, Life of Sir Anthony Panizzi (2nd ed. 1880); Rich.
Garnett, Essays in Librarianship and Bibliography (1899); Gertrude B. Rawlings, The British Museum library (London 1916); G. F. Barwick, The Reading Room of the Brit.
Museum (1929); A. Esdaile, National libraries of the world (London 1934); Idem, The British Museum Library, A Short History and Survey (1946).