Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gepubliceerd op 11-01-2018

Argument

betekenis & definitie

Dit woord, afkomstig van het Latijnsche argumentum, beteekent eigenlijk eene waarheid, waaruit men eene andere kan afleiden, en dus een bewijs of dat gedeelte van het bewijs, dat er den eigenlijken grondslag van uitmaakt. Doorgaans echter wordt het gebruikt in de beteekenis van bewijsvoering (argumentatio).

Men onderscheidt naar gelang van het doel, dat men bij het bewijzen beoogt, de volgende soorten van argumenten: Argumentum ad hominem of een bewijs, dat juist gepast is voor den persoon, dien men overtuigen wil, — argumentum ex concessis of een bewijs, hetwelk rust op datgene , wat door de tegenpartij als waar is erkend, — - argumentum ad veritatem of een bewijs, dat op algemeen aangenomene waarheden steunt, — argumentum aposteriori of een bewijs, aan de ervaring ontleend, — en argumentum a priori of een bewijs, dat op algemene beginselen gevestigd is. Een argumentum a tuto is een bewijs, gebouwd op het nadeel of het gevaar, dat door de aanneming van het tegendeel ontstaat of ontstaan kan. Zulke argumenten werden voorheen weleens gebruikt door godgeleerden, bepaaldelijk voor het bestaan van God en voor het geloof aan de onsterfelijkheid, en zij vertoonden zich dan in de volgende gedaante: Het is veiliger wél dan niet aan het bestaan van God te gelooven. Immers al bestaat er geen God, toch veroorzaakt het geloof, dat Hij bestaat, geenerlei nadeel, terwijl het ongeloof wél degelijk nadeelig is, indien er een God bestaat. Ook bediende men zich van zulk een argument om Protestanten tot de R. Katholieke Kerk te bekeren. Men zeide: De Protestanten leeren, dat men in elk kerkgenootschap zalig kan worden, ’t geen de R. Katholieken ontkennen. Daarom is het veiliger, tot de R. Katholieke Kerk te behooren dan tot dn Protestantsche, omdat men in die Kerk, volgens de betuiging der Protestanten, zeer wel zalig kan worden.

Het argumentum e consensu gentium is een bewijs, dat zijn steun vindt in ’tgeen door alle volkeren ten allen tijde als waar is erkend. Op het gebied der godgeleerdheid heeft men nog een argumentum e vaticiniis et miraculis voor de goddelijkheid van het Christendom, namelijk een bewijs, ontleend aan de voorspellingen en aan de wonderen. Eindelijk wordt er melding gemaakt van een argumentum baculinum of a baculo, namelijk een stokslagenbewijs, dat wij eigenlijk niet het laatst hadden moeten noemen, omdat het niet alleen in Indië — schoon thans wat minder klemmend dan voorheen —, maar ook in Europa nog zeer gebruikelijk is.