Wat is de betekenis van Argument?

2021
2021-01-25
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Argument

Een argument is een aangevoerd feit dat wordt gebruikt om een stelling te bewijzen of te ontkrachten. Een argument is een bewijsmiddel en geeft ook vaak de reden aan om iets te doen. Argumenten moeten kunnen aantonen waarom een ingenomen standpunt van iemand solide is. Een standpunt steunt op gegeven argumenten. Goede argumenten kunnen geven, behoo...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

argument

argument - Zelfstandignaamwoord 1. een aangevoerd feit in een discussie om een zienswijze te ondersteunen Dat bleek een belangrijk argument in de discussie. 2. een reden om iets te doen Dat was een belangrijk argument voor de benoeming tot nationaal park....

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

argument

argument - zelfstandig naamwoord uitspraak: ar-gu-ment 1. waarom je het doet of vindt ♢ zijn argument voor het kopen van die auto is dat het station zo ver is 2. wat je aanvoert om een stelling te bewijzen of te ontkrachten...

Lees verder
2007
2021-01-25
Brekend Nieuws

Rik Schutz

argument

Ontleend aan Engels argument = discussie; debat Deze thread kost me ontzettend veel tijd, en als ik niet binnen de kortste keren reageer denken mensen al te kunnen concluderen dat ze het argument gewonnen hebben, en slaan me nog eens met dezelfde kul om de oren. (2000) Denk je dat je daarmee het argument gewonnen hebt ofzo? Ik denk...

Lees verder
1993
2021-01-25
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Argument

bewijsgrond

1992
2021-01-25
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Argument

Zie redenering.

1985
2021-01-25
Woordenboek automatisering

Henk Biemond - 1985

Argument

Argument (1) Een onafhankelijke variabele. (2) Een parameter, die wordt uitgewisseld tussen een oproepend en een opgeroepen programma. (3) Een parameter, die wordt uitgewisseld tussen een oproepend programma en een subprogramma of opdrachtfunctie (FORTRAN). (4) Een lijst met uitdrukkingen en argumenten, die deel uitmaakt van een procedureverwijzi...

Lees verder
1954
2021-01-25
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Argument

De hoek, die een richting tussen twee punten met de richting van de positieve y-as maakt, wordt a. genoemd. Dit wordt meestal aangeduid met de letter ψ. Ook wordt deze hoek wel azimuth genoemd omdat de positieve y-as meestal Noord gericht is (bij de landmeetkunde).

Lees verder
1950
2021-01-25
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Argument

(<Lat.), o. (-en), bewijsgrond; feit of omstandigheid als voor iets pleitend aangevoerd: een sterk, een zwak argument; dat zou nog een argument zijn ; doorslaande argumenten, (scherts.) gewelddadigheden.

1949
2021-01-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Argument

(Lat.) (1) bewijsgrond; (2) (wisk.), z complexe getallen.

Lees verder
1948
2021-01-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

argument

o. bewijsgrond.

1939
2021-01-25
Vreemde woorden in de wiskunde

Dr. E.J. Dijksterhuis - 1939

Argument

(<Lat. argumentum = bewijsgrond; arguere — in het licht stellen) Het wiskundig spraakgebruik, om de onafhankelijk veranderlijke van een functie en i.h.b. de hoekcoördinaat in een poolcoördinatenstelsel het argument te noemen, dateert van de Latijnse vertaling, die Athelhard van Bath (12e eeuw) van een astronomisch werk van al-Huw...

Lees verder
1933
2021-01-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Argument

Argument - (Lat., = bewijs) is 1° in de w e 1 sprekendheid een door den redenaar tot bewijs zijner stelling aangevoerde reden, welke geschikt is, den toehoorder de waarheid, noodzakelijkheid enz. der stelling te doen inzien. Naar dit doel kan men 3 soorten onderscheiden: sommige, die meer het verstand bevredigen, andere die meer de verbeelding vold...

Lees verder
1914
2021-01-25
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

argument

argument - o., bewijsgrond.

1910
2021-01-25
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Argument

Argument - Lat. argumentum: bewijsvoering, betoog.

1908
2021-01-25
Vivat

Schrijver op Ensie

Argument

(lat. Argumentum) Bewijsgrond, bewdjs, redeneering, waaruit men zijne conclusie trekt.

1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

ARGUMENT

o. (-en), bewijsgrond; ook: dat zou nog een argument zijn, eene reden.

1870
2021-01-25
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Argument

Dit woord, afkomstig van het Latijnsche argumentum, beteekent eigenlijk eene waarheid, waaruit men eene andere kan afleiden, en dus een bewijs of dat gedeelte van het bewijs, dat er den eigenlijken grondslag van uitmaakt. Doorgaans echter wordt het gebruikt in de beteekenis van bewijsvoering (argumentatio). Men onderscheidt naar gelang van het doel...

Lees verder
1864
2021-01-25
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

argument

argument - o. (argumenten), bewijsgrond, betoogrede, bewijsvoering