L betekenis & definitie

KARBEEL m. (-s, -en), (bouwk.) een stuk hout, dienende om een liggenden balk, die met een stander of stijl met pen en gat vereenigd is, te versterken en dat te dien einde met pen en gat of op tanden in dien stijl en balk is gewerkt: rozen, gewonden om bint en karbeel, herschiepen ’t gewelf in een rozenpriëel.

Laatst bijgewerkt 13-09-2018