Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VERSTERKEN

betekenis & definitie

VERSTERKEN - (versterkte, heeft versterkt), sterk, krachtig, krachtiger maken : koude baden versterken spieren en zenuwen ; dat versterkt de maag ; middelen gebruiken om zich te versterken ; het geheugen versterken;

— iem. in het geloof versterken, bemoedigen, opbeuren ; wie zal mij in mijn nood versterken I hulp bieden, verleenen ;
— eene stad versterken, haar van vestingwerken voorzien ;
— een leger versterken. het aantal troepen vermeerderen ;
— door een eed versterken, bekrachtigen;
— de kleur, de uitdrukking versterken, meer doen uitkomen ;
— zich versterken. zich sterker maken (inz. van eene legermacht). VERSTERKING, v. (-en), het versterken ; vestingwerk ; hartsterking ; hulp, bijstand.