Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Dagen

betekenis & definitie

Het begrip dagen heeft 3 verschillende betekenissen:

1. dagen - DAGEN, (het daagde, heeft gedaagd), dag worden het daget (daagt) in den Oosten;
— de morgen daagt, breekt aan;
— (gew.) ‘t zal er dagen, ’t zal er spannen, er zullen klappen vallen; (fig.) eene schoone toekomst daagt; ’t morgenrood der vrijheid daagt; vgl. opdagen.

2. dagen - DAGEN, (daagde, heeft gedaagd), (recht.) tegen een bepaalden dag voor het gerecht ontbieden, dagvaarden;
— iemand voor den rechter dagen, hem een proces aandoen;
— ten strijde oproepen, tot een tweegevecht uitdagen; vgl. indagen, uitdagen. DAGING, v. (-en), het dagen, dagvaarden.

3. dagen - DAGEN, (daagde, heeft gedaagd), (gew.) (Jongensspel) met een leeren riem centen langs den grond voortslaan, naar een zeker doel.