a betekenis & definitie

A - v. ('s), 1ste letter van het alphabet: hij kent geene a voor eene b, (eig.) hij kent het abc niet, (fig.) hij heeft niets geleerd, hij is zeer dom; -

het begin: van a tot z, van het begin tot het einde, geheelenal ; - wie a zegt, moet ook b zeggen, men moet voortgaan, gelijk men begonnen is; -

de gezamenlijke woorden of namen in een woordenboek, die met a beginnen; -

(in de muziek) benaming van den zesden toon der diatonische en van den tienden toon der chromatische toonschaal, uitgaande van C de noot la; -

(in de wiskunde) eene bekende grootheid, terwijl ͯ eene onbekende aanduidt; -

in afkortingen: A (op koersnoteeringen) wil zeggen, dat de prijs achter A (argent) vermeld, i geld is geboden voor wissels, in tegenstelling van P (papier), die den door den houder gevraagden prijs aangeeft; -

A (in Lloyds scheepsregister) beteekent, dat de scheepsromp van den eersten rang is; de daarachter geplaatste cijfers 1. 2. 3 geven den rang van ankers, kabels, enz. aan (zie B); -

A of Ao. - anno - in het jaar; -

A. C. - anno Christi - in het jaar van Christus; -

A. C. - anni currentis - van het loopende jaar; -

A. Chr. - ante Christum - vóór Christus; -

A. D. - anno Domini - in het jaar onzes Heeren; -

A. F. - anni futuri - van het volgende jaar; -

A. M. - anno mundi - in het jaar der wereld; -

A. P. - anno passato - in het afgeloopen jaar; -

A. P., Amsterdamsch Peil, zie PEIL; -

a. a. = ana (op recepten) dezelfde hoeveelheid als bovengenoemd, van elk evenveel; -

als voorzetsel, om eene hoeveelheid ten naaste bij te bepalen: 20 à 25 gulden, 40 à 50 man, 6 à 7 meter, pond, gulden, maar niet 6 à 7 man, huizen, dan 6 of 7 man, huizen (bij twee onmiddellijk opeenvolgende getallen mag à slechts bij deelbare dingen staan); -

(op rekeningen à), vijf meter à zes gulden, vijf meter tegen zes gulden den meter; -

(in de aardrijksk.) Frankfort a/Main, Frankfort aan den Main.

Laatst bijgewerkt 14-11-2017