Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Zeer

betekenis & definitie

Het begrip zeer heeft 3 verschillende betekenissen:

1. zeer - ZEER, bn. (-der, -st), pijnlijk, smartelijk, pijn veroorzakende : een zeere vinger; zeere (ontstoken) oogen; schurftig : een zeer hoofd, met tinea capitis.

2. zeer - ZEER, o. pijn, smart, hinderlijke gewaarwording ; zeer doen, pijn veroorzaken, (ook fig.) beleedigen; zich zeer doen, zich kwetsen;
— (fig.) iem. in zijn zeer tasten, eene gevoelige plek bij hem aanraken, hem pijnlijk aandoen ; (ook) hem spreken over dingen die hem hinderlijk zijn ; kwaad zeer, schurft.

3. zeer - ZEER, bw. grootelijks, in hooge mate ; zeer kort, zeer lang ; zeer rijk ; al te zeer, buitengemeen, buitensporig.