Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Gepubliceerd op 24-10-2019

Legenden omtrent Sint-Nicolaas

betekenis & definitie

Vooral in kloosters waar martelaren- en heiligenlevens voorgelezen werden, hebben de legenden hun oorsprong. Priesters vertelden in preken levensverhalen van heiligen om die meer bekendheid te geven. Daarbij vermengden ze de oorspronkelijke gebeurtenissen met andere. Zo ontstonden legenden: een kern van waarheid met fantasie eromheen.

Een legende beschrijft niet de gebeurtenis zoals die ‘echt gebeurd is’, maar geeft een voorbeeld hoe je door de geest Gods geleid kunt worden (zoals het wonder ook niet een historische gebeurtenis hoeft te zijn, maar naar Gods genade verwijst). Legenden moesten als voorbeeld dienen en het geloof versterken.De middeleeuwse mens beschouwde → heiligen als tussenpersoon tussen hemzelf en God. Hij wist wanneer welke heilige aangeroepen kon worden om een goed woordje bij God te doen. De mensen deden dat ook bij problemen waar ze zelf geen raad mee wisten: angst, ziekte, oorlog, verlies van goederen, kinderloosheid.

Er zijn meerdere (Sint-)Nicolazen bekend. Waarschijnlijk worden legenden over deze verschillende figuren op één persoon geprojecteerd. Er zijn ongeveer 150 legenden van Nicolaas bekend; een aantal volgt hier.

Nicolaas als kind

1. Toen Nicolaas net geboren was en gebaad werd, stond hij rechtop in zijn bad.

Deze legende komt voor het eerst voor in de levensbeschrijving van Nikolaos van Sion. In geboortelegenden over Jezus is een dergelijk verhaal bekend. Het bad verwijst naar de doop en de onderdompeling in de dood. Jezus stond rechtop, dat wil zeggen: hij ging zijn weg zelfstandig en overwon. Dat over Nicolaas dezelfde legende bekend is, verwijst naar zijn goddelijke uitverkiezing en standvastigheid.

2.Hij vastte als zuigeling op woensdag en vrijdag en dronk dan maar eenmaal uit zijn moeders borst. Andere verhalen zeggen dat hij op deze vastendagen alleen uit de rechterborst dronk.
3.Als zuigeling zat Nicolaas eens op schoot bij een kreupele, blinde man. Door de aanraking van het kind genas de man op slag.

Gulheid

4.Men sprak kwaad over zijn gulheid aan de armen. Nicolaas zou geld verkwisten door geen onderscheid te maken tussen dronkaards, nietsnutten, liederlijke schooiers en vrome behoeftigen. Toen hij ook nog de zorg kreeg over het kerkbezit en zijn leermeester Methodios klachten kreeg (geld dat de gemeente voor de armen gegeven had, kwam door Nicolaas ook terecht bij arme ‘heidenen’), riep Methodios hem ter verantwoording. Nicolaas begon daarop het kerkgebouw te doorzoeken. Toen hij een geldstukje vond, zei hij: ‘Ik heb de verloren drachme gevonden, laat ons nu trachten het verloren schaap te vinden.’

De legende refereert aan het verhaal van het verloren schaap (Lucas 15:4-7).

Bisschopsbenoeming

5.Op een bijzondere wijze werd Nicolaas bisschop. Tijdens de vergadering van bisschoppen in 292 waarin zij een nieuwe bisschop moesten kiezen, hoorden ze een stem die zei dat de eerste kerkganger die er de volgende morgen zou zijn, de nieuwe bisschop moest worden. Dat was Nicolaas.

Het kind in het kokende bad

6.De waardin bij wie Nicolaas te Myra woonde, was op zekere dag bezig haar kind een bad te geven, waarbij de stenen badkuip op het vuur stond om het water warm te houden. Op dat ogenblik hoorde ze dat haar gast tot bisschop was benoemd en vol vreugde snelde ze weg, terwijl het water uiteindelijk kookte. Het kind bleek bij terugkomst ongedeerd.

Hier herkennen we Sint-Nicolaas als → patroonheilige van de kinderen. Bovendien laat deze legende Nicolaas’ macht over de vlammen zien; de Parijse brandweerlieden kozen hem daarom tot hun patroonheilige. De legende komt voor het eerst voor bij Wace (1100-ca. 1175).

De verbanning van Nicolaas

7.De christenen onder → keizer Diocletianus en keizer Maximinus hadden veel te lijden onder vervolgingen. Nicolaas steunde de jonge christengemeenschap en bleef haar moed inspreken. ‘Als een vrome kapitein ging hij de vijand tegemoet en wist zo het schip der christengemeenschap te behouden.’ Uiteindelijk namen de Romeinen Nicolaas gevangen en verbanden hem uit zijn bisdom.

Kort daarna werd Constantijn keizer; hij verklaarde in 313 het christendom tot staatsgodsdienst. Nicolaas mocht terugkeren. Hij was standvastig in zijn geloof geweest en een troost voor veel geloofsgenoten.

De baksteen

8.In 325, tijdens het → concilie van Nicea, gebruikte Nicolaas een baksteen om de drie-eenheid uit te leggen: een baksteen wordt gemaakt uit drie elementen: klei, water en vuur. Zo konden ook Vader, Zoon en Heilige Geest één God zijn. Terwijl hij dit zei, ontstak de steen in vlammen en druppels water vielen op de grond. Een handvol droge aarde bleef over.

Cioffari, 2008 De oorvijg voor Arius

9.Tijdens ditzelfde → concilie gaf Nicolaas een oorvijg aan Arius, die volgens Nicolaas met de ketters heulde. Omdat dit in aanwezigheid van → keizer Constantijn gebeurde, zag men dit als majesteitsschennis. De keizer vond dat de hand die geslagen had, afgehakt moest worden. Op voorspraak van de hele vergadering ging dit echter niet door en werd Nicolaas ‘alleen maar’ in de gevangenis geworpen. Wel werden zijn mijter en bisschopsmantel hem afgenomen en werd zijn baard afgeknipt iets wat als een grote belediging gold. In de gevangenis verscheen Maria aan Nicolaas en gaf hem zijn bisschopsmantel terug. Toen dit wonder bekend werd, ging het volk Nicolaas uit de kerker halen. Tijdens de mis die Nicolaas uit dankbaarheid opdroeg, bracht een engel zijn mijter en groeide zijn baard weer aan.

→ Concilie van Nicea . Het vermoorde kindje

10.Een vrouw had een nare droom gehad. De volgende morgen woonde zij met haar man de mis bij, die door Nicolaas gelezen werd. Toen zij daarna thuiskwamen, vonden zij hun kindje dood in het wiegje: het was gedood door de duivel in de gedaante van een pelgrim. Later op die dag kwam een andere pelgrim, die hun vroeg of hij wat mocht eten op de kamer bij het dode kindje. Daar aangekomen wekte hij het kindje weer tot leven en toen bleek de pelgrim Nicolaas te zijn.

De drie dochters en de bruidsschat

11.Een verarmde edelman had geen geld om zijn dochters te onderhouden, laat staan hun een bruidsschat mee te geven. Ze zouden van de prostitutie moeten gaan leven. Toen Nicolaas hiervan hoorde, wachtte hij tot het donker was en gooide heimelijk een buidel met geld naar binnen, genoeg voor de bruidsschat waarmee de oudste dochter kon trouwen. Dit herhaalde zich nog een keer en in de derde nacht stond de vader op de uitkijk. Hij ontdekte wie de goede gever was en wilde dat iedereen gaan vertellen, maar Nicolaas liet de man beloven niets te zeggen tot na zijn dood.

Tijdens Nicolaas’ leven bestonden het nieuwe christelijke geloof en het traditionele geloof naast elkaar. Bij dit laatste was tempelprostitutie gebruikelijk in de tempel die aan Aphrodite gewijd was. Meisjes die als dienaressen van god gezien werden, gaven de prostituanten ‘kracht’. Daarnaast had een vader, volgens Romeins recht, de mogelijkheid zijn pasgeboren kind uit de familie te zetten. Dit betekende de dood, slavernij, of prostitutie. Dit recht paste men steeds meer toe louter uit nuttigheidsdenken en minder uit nood.

Er waren al enkele wetten gemaakt om dit tegen te gaan. De legende gaat hierover; ze wordt al vanaf de 8ste eeuw genoemd.

De geldbuidels werden later op → schilderijen voor broodjes of sinaasappels aangezien. Gebruiken die hiermee te maken hebben, zijn: s nachts geschenken geven, anoniem, appeltjes van oranje oranje rijmt op → Spanje -, muntstukken, strooien, → vrijer van → speculaas. Vanwege deze legende wordt Sint-Nicolaas afgebeeld met drie gouden ballen; hierom is hij → patroonheilige van maagden (maar ook van prostituees), geliefden en bakkers.

Omdat Sint-Nicolaas zo veel aangeroepen werd in verband met een goed huwelijk, zag men hem steeds meer als geluk- en rijkdombrengend. Zo werd Nicolaasdag tot een geluksdag waarop belangrijke zaken (bezitsoverdracht, huwelijken) geregeld werden. Dit gaat ver terug: in de middeleeuwen werd 6 → december al als geluksdag gezien.

Zeelegenden Nicolaas doet de zee bedaren

12.Nicolaas reisde per schip naar Jeruzalem. In de eerste nacht zag hij in zijn droom dat een boze macht de stagen van de grote mast doorsneed. Hij zag hierin dat er een zware storm op komst was en waarschuwde de bemanning, die daarop voorbereidingen kon treffen. Onderweg kwam er inderdaad een groot onweer. Nicolaas deed zijn gebed en ogenblikkelijk werd de lucht helder, ging de wind liggen en werd de zee stil.

Tijdens deze reis gebeurde er nog een wonder: een van de matrozen viel uit de mast naar beneden. Hij was op slag dood. Nicolaas deed een gebed voor hem en hij stond direct weer op. Nicolaas wilde vanuit Jeruzalem zo snel mogelijk terug naar Patara en daar extra voor betalen. De kapitein wilde echter direct naar zijn eigen thuishaven en misleidde Nicolaas. Onderweg stak een hevige storm op.

Bovendien raakte het roer onklaar en was men overgeleverd aan wind en golven. Het schip raakte op drift. Toch kwam na lange tijd land in zicht en kon men de haven bereiken, die de haven van Patara bleek te zijn! De kapitein vroeg Nicolaas om vergeving waarop Nicolaas hem vriendelijk doch streng beleerde niemand meer te bedriegen. Het roer werd gemaakt en onder Nicolaas’ zegen voer men naar huis.

Een eenvoudiger versie van dit verhaal: op de terugreis naar Patara besloot de kapitein naar een andere bestemming te varen. Prompt brak het roer in een storm maar na een gebed van Nicolaas liep het schip veilig de haven van Patara binnen.

Deze legenden gaan waarschijnlijk terug op Nicolaas van Sion. Hierom is Sint-Nicolaas → patroonheilige van zeelieden en daardoor weer van → Amsterdam en andere → havensteden. Dit is ook de reden dat hij wel eens met een anker afgebeeld wordt. Zeelui gooiden tijdens een zware storm een brood het zogenaamde → Sint-Nicolaasbrood in zee.

De onschuldig-ter-dood-veroordeelden

13.Keizer Constantijn stuurde zijn leger met drie generaals naar de provincie Phrygië om opstanden te onderdrukken. De vloot kwam echter na een storm dicht bij → Myra aan land. De soldaten plunderden de havenplaats Andriake en trokken richting Myra. Toen dat Nicolaas ter ore kwam, snelde hij naar de haven en nodigde de generaals uit met hem eerst naar de kathedraal te gaan en daarna bij hem een eenvoudige maaltijd te gebruiken. Daarop bevalen de generaals de soldaten zich correct te gedragen. Na het eten gingen de generaals weer terug naar de haven van Myra, vergezeld door Nicolaas. Onderweg bereikte hun het bericht dat stadhouder Eustrathios omgekocht was voor tweehonderd pond zilver om drie onschuldige burgers ter dood te brengen. Zij snelden naar de plaats van terechtstelling. Toen zij bij het schavot kwamen, zaten de mannen reeds op de knieën met gebonden handen en geblinddoekt. Nicolaas rukte terstond het zwaard uit de handen van de beul. Hij bevrijdde de gevangenen en bood zichzelf in hun plaats aan. Niemand durfde daarop in te gaan. Vervolgens rende Nicolaas naar de stadhouder en sprak hem zeer boos en vermanend toe. Hij noemde hem ‘een tempelrover en bloedzuiger, een wetbreker en goddeloos’ en zei: ‘Wat u presteert, moet aan de godvruchtige keizer gemeld worden; zoals u uw ambt verzaakt, deze provincie plundert en zonder enige rechtspraak mensen afslacht uit hebzucht. Goud en zilver hebben u corrupt gemaakt en u zover gebracht.’ De stadhouder gaf daarop zijn schuld toe en vroeg hem om vergeving. Die verkreeg hij op voorwaarde dat hij zijn leven zou beteren.

Deze legende is gedateerd tussen 527 en 565 en is daarmee de oudste die bekend is. Hij kan als waar gebeurd worden beschouwd. Andere legenden zijn ervan afgeleid. Hij staat in de Praxis de Stratelatis. Eustrathios, presbyter van de Hagia Sofia, maakt voor het eerst melding van deze legende en had de toenmalige laatste versie als bron. Hij is dus geschreven ten tijde van Nicolaas van Sion, maar gaat over Nicolaas van Myra.

Vanwege deze legende koos men Sint-Nicolaas als patroonheilige van de gevangenen. In Rome koos men hem daarom als patroonheilige van de kerk die dicht bij de stadsgevangenis gebouwd werd: San Nicola in Carcere, Via Teatro Marcello 48. Het is de oudste Nicolaaskerk in Rome en hij staat op de plaats waar eerder drie Romeinse tempels stonden (voor Juno, Spes en Janus). De oudste vermelding dateert van 1128. De paus gaf in een privilege aan deze kerk het recht om op Sint-Nicolaasdag een ter dood veroordeelde gratie te verlenen.

In 1933 had een Duitse gevangene in een gevangenis in Keulen de volgende tatoeage op zijn arm: Heiliger Nikolaus, schütz uns vor Polizei und Arbeitshaus.

In Apeldoorn mochten in 1985 22 arrestanten in de cellen van het politiebureau hun schoen buiten de celdeur zetten. Ze vonden ze terug met pepernoten en speculaas. Hoewel dit een actie was om het negatieve beeld dat men van gevangenbewakers heeft teniet te doen, sluit dit natuurlijk mooi waarschijnlijk ongeweten aan bij deze legende.

Andere hiervan afgeleide legenden zijn onder meer:

•Caesarius van Heisterbach beschrijft wat een ter dood veroordeelde dief in Keulen overkwam. Hij hing al aan de galg en riep Sint-Nicolaas aan. Direct daarop werd hij bevrijd.
•Een kroniek verhaalt hoe in Goslar twee handboeien van een gevangen graaf opensprongen op het moment dat hij Nicolaas’ hulp inriep.
•De legende van de heer van Réchicourt (→ Legende 110) hoort ook tot deze ‘bevrijdingslegenden’.

De drie generaals (veldheren of stratelaten)

14.Drie generaals, die met de namen Nepotianos, Oursos en Herpylion (of Eupoleonis) genoemd staan en die bij bovenstaande terechtstelling aanwezig waren, werden bij terugkomst in Constantinopel valselijk beschuldigd een staatsgreep te hebben beraamd. Ze kregen de doodstraf. In de gevangenis herinnerde Nepotianos zich hoe Nicolaas drie onschuldige burgers uit de handen van de beul had gered. Daarop baden ze alle drie tot Nicolaas en deze verscheen ’s nachts in een droom aan keizer Constantijn om hem te berispen over het onrechtvaardige vonnis. Nicolaas dreigde de keizer met een oorlog die hij zou verliezen. Hij zou ten prooi vallen aan de wilde dieren en vogels als hij niet snel op zijn besluit terug zou komen. Ook de raadgever, Ablavios, die hen vals beschuldigd had, werd door Nicolaas zeer vermanend toegesproken in een droom. De volgende morgen vertelden de keizer en de raadgever elkaar hun droom. Daarop bevalen zij de generaals uit de kerker te halen. Constantijn ondervroeg hen wie Nicolaas van Myra wel mocht zijn. De generaals vertelden wat zij in Myra hadden gezien. Hierop besloot de keizer de veldheren hun vrijheid terug te geven. Hij liet bovendien de veldheren geschenken naar Nicolaas brengen: een boek, een wierookvat en twee kandelaars.

Zij kregen vooraanstaande functies: Nepotianos werd consul te Rome in 336, Oursos was consul te Rome in 338 en Herpylion kwam later aan het hof van keizer Constantijn.

Sint-Nicolaas is hier te herkennen als vermaner. Vanwege deze legende is hij → patroonheilige van advocaten en rechters.

Het buitengewone was dat Nicolaas tijdens zijn leven aan de keizer en de stadhouder in de droom kon verschijnen: als hemelse heilige zou dit een ‘gewoon’ feit zijn. Men noemt dit bilocatie: hoewel nog in leven, op twee plaatsen tegelijk kunnen zijn. Het is bovendien een van de voedingsbodems voor het over de → daken rijden en het alomtegenwoordig zijn van Sinterklaas. Cioffari vermeldt nog andere wetenswaardigheden: Nepotianos was getrouwd met Eutropia, de zuster van keizer Constantijn, en was dus zijn zwager. Hij was uitgetrokken tegen de Taiphalen, een oorlogszuchtig volk in Roemenië/Hongarije. In 330 maakte hij zijn triomftocht in Constantinopel.

Deze twee feiten maakten hem binnen korte tijd zeer machtig. Dat stemde andere generaals afgunstig. Ablavios, de machtigste prefect van het Pretorium, wist de keizer te overtuigen van een complot. Hierop werden Nepotianos en zijn medeofficieren gevangengezet, waarna ze door tussenkomst van Nicolaas werden bevrijd: hetzij door een wonder tijdens zijn leven of na zijn dood, hetzij door Nicolaas in levenden lijve, die naar de keizer was gegaan.

De drie kinderen in het pekelvat

15.Drie kinderen vroegen onderdak bij een herbergier. ’s Nachts doodde deze hen en het ingezouten vlees van de kinderen werd als varkensvlees aangeboden.

Toen Sint-Nicolaas de herberg bezocht, volgens sommige bronnen zeven jaar later, en om eten vroeg, vertelde de herbergier, dat hij wel wat lekkers in het vat had zitten. Sint-Nicolaas zag het vlees in de kuip en riep de kinderen tot leven. De herbergier schrok hier hevig van en smeekte om vergiffenis.

Een andere versie van deze legende verhaalt over een slager die het vlees op de markt aan Sint-Nicolaas wil verkopen (→ Bijlage 23). Deze legende wordt ook iets minder luguber verteld: als de herbergier op het punt staat de kinderen te slachten, grijpt Sint-Nicolaas in.

Oorspronkelijk ging dit verhaal over clerici. Clerici waren rondreizende studenten en zij namen Sint-Nicolaas als beschermer omdat hij patroonheilige van reizenden was. In een mirakelspel in de 10de eeuw het Fleury-manuscript -, is er voor het eerst sprake van een Nicolaas-spel met drie clerici. Deze studenten worden steeds jonger voorgesteld, tot er uiteindelijk meestal over kinderen gesproken wordt. Daarom is Sint-Nicolaas patroonheilige van kinderen, scholieren en studenten geworden en in die hoedanigheid is hij het meest bekend. Hij wordt vaak afgebeeld met drie kinderen in een kuipje aan zijn voeten. In 1231 bestond er in Parijs een hospitium voor arme scholieren dat onder Nicolaas’ bescherming stond: Hospitale pauperum scolarium sancti Nicolai de Lupera.

Bovendien is hij op grond van deze legende ook patroonheilige van kuipers en slagers.

De legende met de drie kinderen in het pekelvat is pas in de 12de eeuw opgetekend het eerst in het handschrift van Hildesheim, Liber Sancti Godehardi, en daarna in het Frans door Robert Wace, domheer van Bayeux († 1175). Hij is zeer waarschijnlijk afgeleid van de legende met de onschuldig-ter-dood-veroordeelden. Cioffari stelt dat men de term innocenti (onschuldigen) onjuist verklaard heeft. Men kende het feest van de ‘onnozele of onschuldige kinderen’ waarbij de kindermoord in Bethlehem werd herdacht. In plaats van op onschuldig veroordeelden plakte men deze term op onschuldige kinderen of scholieren in de herberg. Ook zou de misvatting door een onjuist begrepen afbeelding kunnen zijn ontstaan: in de middeleeuwen werden de gevangenen in de toren klein afgebeeld aan de voeten van Sint-Nicolaas, die, omdat hij de belangrijkste figuur was, juist erg groot werd voorgesteld.

Het bovendeel van de toren zag men als kuip en de grote figuur als een reus. De reus of de boze herbergier is dan een aanpassing van de menseneter uit de middeleeuwse sprookjes. Zulke verhalen zijn veel ouder dan het christendom en waren waarschijnlijk overal bekend.

Een Grieks verhaal gaat over drie soldaten die vermoord en gepekeld worden. Ook is er een verhaal bekend van een pasteibakker en een kapper die klanten van kant maakten, in een kelder lieten vallen en in stukken sneden. Grimm tekende een sprookje op waarin twee kinderen hout moeten sprokkelen voor het vuur om brood te bakken. Als het meisje een flinke bos takken heeft verzameld, pakt het broertje deze af, bindt zijn zus aan een Sint-Nicolaas wekt drie jongelingen tot leven. Gentile da Fabriano, 1425. Rome, Pinacoteca Vaticana.

boom en gaat naar huis. Zijn moeder is zo kwaad als hij alleen thuiskomt, dat ze hem doodt, in stukken snijdt en in de soepketel kookt. Als de vader thuiskomt, eet hij met flinke eetlust een been van zijn zoon op.

Tijdens de Sint-Nicolaasmis in Antwerpen op 6 december 1697 plaatste men een kuip met drie kinderen erin op het altaar. De kinderen kregen ieder tien stuivers en een huisje van suikerwerk. In 1724 koos men drie ‘knechtjens’ uit het vondelingenhuis. Zij ontvingen ieder één stuiver en het suikerhuisje; het vondelingengesticht ontving dertig stuivers. Tot 1793 bleef dit gebruik bestaan.

Belastingverlaging

16.Keizer Constantijn verhoogde de belasting die de inwoners van Myra moesten opbrengen tot tienduizend goudstukken.

De belastingophaler begon de burgers van de stad onder zware druk te zetten en uit te persen. De bevolking vroeg Nicolaas om hierover een brief naar de keizer te schrijven, maar Nicolaas besloot zelf naar de keizer te gaan. Hij sprak tot de keizer: ‘Doordat de belasting ineens verhoogd is en uw beambte de mensen van Myra dwingt te betalen wat ze niet hebben, zijn ze vervallen tot armoede en sterven ze van de honger.’ De keizer schrok hiervan, liet perkament brengen en vroeg Nicolaas hoeveel belasting redelijk was. Nicolaas zei: ‘Wat God u ingeeft, moet u doen.’ Daarop verlaagde de keizer de belasting tot honderd goudstukken. Nicolaas schoof het perkament in een holle rietstengel en wierp hem in zee. Op datzelfde ogenblik kwam de rietstengel in de haven van Andriake aan.

Enkele dagen later kreeg de keizer spijt over zijn aanzienlijke belastingverlaging. Hij vroeg het document terug, maar Nicolaas vertelde hem dat het drie dagen tevoren al in Myra was aangekomen. De keizer geloofde dat niet, omdat dat het moment was waarop hij het decreet had uitgevaardigd. Hij beloofde dat als het waar was wat Nicolaas zei, de maatregel van kracht zou blijven. Een ijlbode werd naar Myra gestuurd en deze hoorde van de censor dat het document op de dag waarop de keizer het schreef, in Myra was bezorgd. Toen de keizer dit hoorde, bleef hij bij zijn belastingverlaging.

Of de belasting werkelijk van tienduizend naar honderd verminderd is, is niet te achterhalen. Wel betaalden de inwoners van Myra weinig belasting toen deze legende werd opgeschreven. De legende wil hiervoor een verklaring geven.

Graanlegenden

17.Er was hongersnood in Myra. Nicolaas verscheen in een droom aan een koopman die een schip vol graan van Sicilië naar

Spanje zou varen. Nicolaas beloofde de koopman veel geld voor de verkoop van zijn graan en gaf hem alvast drie goudstukken. Met gebiedende wijsvinger wees Nicolaas naar de muur, waarop de bestemming MYRA verscheen. Toen de koopman de volgende morgen wakker werd, vond hij het geld in zijn hand. Hij herinnerde zich het nachtelijk bezoek van de goede bisschop en gaf gehoor aan de opdracht.

18.Nicolaas vroeg aan schippers die met graan onderweg waren naar Constantinopel, honderd schepels graan af te staan voor Lycië. Hij beloofde hun dat men te Constantinopel geen korreltje zou missen. Met deze kleine gift kon Nicolaas de hongerende bevolking van Lycië twee jaar voeden en was er bovendien ruim genoeg om te zaaien voor de volgende oogst.

Na de stratelatenlegende (→ Legende 14) zijn deze legenden (17 en 18) het oudst. Ze dateren uit de 7de eeuw en slaan waarschijnlijk op Nicolaas van Sion. Echter, Eusebius vermeldt dat er in de winter van 311-312 overvloedig veel regen viel, waardoor de oogst mislukte. Bovendien heersten er pest en andere ziekten (Eusebius, Hist. Eccl. IX, 8).

Ook in 333 heerste er hongersnood. Deze jaartallen zouden toch weer op Nicolaas van Myra wijzen. Er zijn ook legenden die over graanwonderen na de dood van Nicolaas gaan (→ Legenden 40 en 41).

Sint-Nicolaas is op grond van deze legenden → patroonheilige van de kooplieden, ‘meerseniers’ (winkeliers), bakkers en graanhandelaars; ook hier komen weer geldstukken aan te pas, die wij terugvinden in de chocolademunten. De → Sint-Nicolaasbroodjes zijn op deze legenden terug te voeren.

19.In de tijd van de hongersnood van 312 sloeg een schip vol graan tijdens een stormnacht lek tegen de rotsen. Iedereen kwam kijken. Opeens verscheen in de verte Nicolaas. Vlak bij het schip hield hij op het strand stil en ging voor de branding staan. Hij stak zijn armen uit, waarop de zee bedaarde en wegebde tot voorbij het gestrande schip. Het graan was uit het lek uitgewaaierd over het kustzand. Nicolaas zegende het verongelukte schip en de lading. Op dat moment drongen de graankorrels in de aarde om kort erna als halmen op te schieten en rijp te worden. Iedereen hielp met oogsten terwijl Nicolaas bleef bidden. Toen alles klaar was, zei hij: ‘Dankt de Heer.’ Daarop vloeide het zeewater weer over het stoppelveld. Het geoogste graan bleek te veel voor alle pakhuizen van Myra.
20.Tijdens de hongersnood deden zeerovers die volop voedsel bezaten, de haven van Myra aan. Ze waren bereid hun voorraden te verkopen: als men geen geld had, wilden ze als betaling alle kinderen van Myra als slaven krijgen. Nicolaas haalde alle kostbaarheden uit zijn kerk en bood ze de rovers aan in ruil voor het voedsel. Zo redde hij de kinderen van de slavernij en Myra van de honger.

Bekerlegenden

21.Een rijk man die kinderloos was, smeekte Sint-Nicolaas om een zoon. Als dank zou hij de jongen een christelijke opvoeding geven en aan de kerk een gouden beker geven. Toen de jongen geboren en de beker vervaardigd was, vond de vader de beker zo mooi dat hij hem niet meer af wilde staan. Daarom liet hij een tweede beker maken en vertrok samen met zijn zoon overzee naar de kerk om de beker te offeren. Onderweg vroeg de vader de zoon water te scheppen met de eerste beker, waarbij de zoon overboord viel en verdronk. De vader was natuurlijk erg bedroefd, maar ging toch naar de kerk en zette de tweede beker op het altaar. Echter, een onzichtbare hand gooide iedere keer de beker eraf. De vader biechtte het bedrog op. Opeens ging de deur van de kerk open en de jongen trad de kerk binnen met de eerste beker in zijn hand. Hij vertelde zijn vader dat Sint-Nicolaas hem uit het water gered had en weer aan land had gebracht. Uit dankbaarheid schonk de vader toen beide bekers aan de kerk.

In verschillende Nicolaaskerken is een ‘Sint-Nicolaaskelk’ te vinden. Mogelijk vindt in deze legende de gewoonte om ‘bisschopswijn’ te drinken haar oorsprong.

22.Een variant op de legende van de beker: Er was eens een jongen die erg ziek was en dreigde te gaan sterven. Zijn vader besloot met hem naar Sint-Nicolaas te gaan en deze een gouden beker aan te bieden in de hoop dat hij zijn zoon beter kon maken. Terwijl ze op zee waren, wilde de jongen water scheppen in de beker om daarvan te drinken. Terwijl hij zich over de reling boog, verloor hij het evenwicht en viel in zee. Men wist hem eruit te halen, maar hij was al dood. De vader reisde toch door naar Sint-Nicolaas en legde de dode zoon voor hem neer. Toen Sint-Nicolaas de jongen de handen oplegde, kwam deze weer tot leven en was hij bovendien van zijn ziekte genezen.

Duivelslegenden

23.Nadat het christendom staatsgodsdienst geworden was, aanbad men de oude goden nog wel in het geheim. Soms gebruikte men bomen als samenkomstplaats. Nicolaas hakte eens zo’n heilige boom om waaruit op dat moment een demon of duivel opvloog. Deze legende gaat eigenlijk over Nicolaas van Sion, die ook bekend was vanwege andere duiveluitdrijvingen. Er is een theorie die zegt dat Zwarte Piet de overwonnen duivel uit deze legende is.
24.Een andere legende verhaalt een variant van de bovenstaande: Toen de heilige boom (Artemis werd voorgesteld als een houten pilaar of een boom) werd omgehakt, was de godin → Artemis, ook Diana genaamd, daar zo kwaad over, dat ze zich als non vermomde en met brandbare olie naar de kerk van Nicolaas kwam. Deze greep echter in en gooide de olie op zee, waar het water nog lang bleef branden.

Sint-Nicolaas heeft bij de kerstening de plaats van een oude godheid ingenomen. Hier moet nog bij vermeld worden dat Apollo zich bediende van dromen om mensen dingen duidelijk te maken, zoals Sint-Nicolaas dat later volgens de legenden ook doet.

25.Toen men → Artemis opnieuw ging vereren nadat christenen in een kwaad daglicht waren gesteld, werd een Artemisbeeld in een boom geplaatst en daar vereerd. Op een dag was deze boom geveld zonder spoor van vernieling. Het beeld was verdwenen. Wel zag men op zee een zeilschip wegvaren. Men voer het achterna en toen men het van dichtbij genaderd was, zag men de forse kapitein een groot pak in zee gooien: het houten Artemisbeeld. Het dreef naar de achtervolgers toe. Toen het vlakbij was, stak de kapitein zijn arm uit en het beeld ‘vervloeide’ met de golven: als een olievlek met nog enige herkenbare trekken werd het een met de zee. Op het moment dat men met een haak de vloeiende gedaante aanraakte, stak er een steekvlam uit op. Even later was er niets meer van te zien. Toen het vuur gedoofd was, was het zeilschip verdwenen, mét de kapitein, in wie men Nicolaas herkend had.

Verschillende legenden zijn samengebracht op deze Russischorthodoxe icoon.

26.Nicolaas had bij zijn leven de jachtgodin → Artemis of Diana verjaagd uit haar tempel. ‘Daer wierden inde locht claghelijcke stemmen ende schroomelijcke huylinghe der duyvelen ghehoort.’ Uit wraak verscheen zij (of de duivel) in de gedaante van een mooie vrouw aan pelgrims die zich op zee bevonden en gaf hun een kruik met heerlijk riekende olie. Sint-Nicolaas verscheen echter in de droom aan deze pelgrims en beval hun de kruik in zee te werpen. Dit deden zij en toen de olie op het water kwam, ontstond er een enorme steekvlam naar de hemel en stak er een storm op die door Sint-Nicolaas tot bedaren werd gebracht.

Op grond van deze legende werd Sint-Nicolaas → patroonheilige van apothekers, kruidenhandelaars (hier vanwege gevaarlijke kanten in plaats van de genezende zoals bij → Legende 33 verteld, waar het → myron een genezende werking heeft), en van kaarsenmakers en oliehandelaars.

27.Simeon Metaphrastes beschrijft een altaar waar → Artemis vereerd werd: een groot heidens altaar, het hoogste ter wereld. Zodra Nicolaas begon te bidden, stortte het altaar in elkaar. De standbeelden van afgoden vielen neer als de bladeren van een boom. De demonen protesteerden bij Nicolaas: ‘U bent oneerlijk tegen ons. Wij deden u geen kwaad en toch stuurt u ons weg. We hebben dit als ons huis gemaakt, waar dit misleide volk ons adoreerde; waar moeten wij heen?’ Nicolaas antwoordde: ‘Ga naar het hellevuur, dat voor jullie wordt opgestookt door de duivel en zijn trawanten.’ En de demonen vlogen gillend weg.

De vrek

28.Toen een vrek hoorde dat Nicolaas zo met goud strooide (→ Legende ii), wilde hij ook wel een graantje daarvan meepikken. Op een nacht zette hij zijn raam open en hoopte de volgende ochtend geld te vinden. Inderdaad lag er een zak op de grond, maar in plaats van goud zat hier lood in. Erbij lag een briefje van de bisschop waarin hij de vrek maande de buidel met goud te vullen en dat aan de armen uit te delen.

De geroofde dochter

29.Keizer Maximinus (308-313), die in Nicomedië verblijf hield, had de gewoonte ingevoerd dat niemand zonder zijn toestemming kon trouwen opdat hijzelf ‘het recht van de eerste nacht’ zou hebben. Hij liet dochters bij het volk roven en gaf daarna onteerde maagden aan zijn slaven. Zo ging het ook bij Hescharophis; deze was christen, maar had in het geheim nog aan de oude goden geofferd. Op een dag verschenen er ruiters bij hem, die zijn dochter Malthaka roofden. Hescharophis en

zijn vrouw waren verslagen en zagen hier een straf van God in voor hun trouweloosheid. Laat in de avond stond er echter een jonge vrouw totaal gehuld in een sluier voor de deur. De ouders herkenden hun dochter, die leek te slaapwandelen. Ze zei alleen: ‘Dankt de Heer.’ De vader durfde haar niet in huis te houden uit angst dat ze weer geroofd zou worden en bracht haar naar de herberg. Daar zat een vreemdeling te eten en te drinken. Op het moment dat hij het meisje keek, werd zij wakker, liep op hem af en knielde voor hem.

Hij stelde haar gerust. Hescharophis dacht dat hij iets met de roof te maken had of in elk geval een akkoord met de rovers gesloten had, maar Nicolaas want die was het vertelde hoe hij het meisje had gered vanwege haar deugd en het gebed van de moeder.

Godsdienstvrijheid

30.Toen keizer Maximinus, die Jupiter aanbad, zijn vijand Licinius wilde overmeesteren, verscheen Nicolaas aan Licinius in een droom. Hij beval Licinius al zijn soldaten te laten bidden tot de ware god en vertrouwen te hebben. Op i mei 313 had de veldslag plaats. Toen het leger van Licinius niet opgewassen leek tegen het leger van Maximinus, verscheen er een ruiter op een wit paard tussen de slagorden door. Het leger van Maximinus sloeg op de vlucht en verloor de strijd. Nicolaas nam Maximinus mee. Onderweg achtervolgden ruiters hen. Nicolaas vertelde de keizer dat hij hem alleen kon redden als de achtervolgers zijn gezicht niet zouden zien. Hij liet hem zich uitkleden tot op zijn lendendoek, bond hem tegen een boom en liet hem geselen door zijn knecht Piter. De ruiters schonken de vastgebonden keizer geen aandacht en gingen verder. Nicolaas sprak daarna Maximinus toe dat zoveel christenen door hem gegeseld waren en hoe hij op de verkeerde weg was. Na deze toespraak verdween de pijn van de geseling en even later bevond Maximinus zich in zijn eigen paleis in Nicomedië zonder keizerlijk gewaad. Dit was op 3 mei 313.

Korte tijd daarna vaardigde hij net als Constantijn en Licinius een edict uit waarin godsdienstvrijheid voor christenen gewaarborgd werd.

Historici hebben nooit begrepen hoe keizer Maximinus na de veldslag in 24 uur honderdzestig mijl heeft kunnen afleggen op zijn vlucht.

Nicolaas als souteneur

31.In de tijd dat Nicolaas leefde, was het vrij normaal dat een man verschillende vrouwen had. Ook Nicolaas zou meerdere vrouwen gehad hebben, maar hij sliep niet bij hen. In plaats daarvan mochten andere mannen zijn vrouwen beslapen en met het geld dat hij ermee verdiende, bekostigde hij zijn weldaden.

De dood van Sint-Nicolaas

32.Toen Nicolaas zou gaan sterven, bad hij tot God om zijn engelen te sturen. Toen hij ze inderdaad zag komen, boog hij het hoofd, zong Psalm 31 en toen hij bij de woorden in manus tuas kwam (‘In Uw handen beveel ik mijn geest’), blies hij de laatste adem uit.

Na zijn dood: manna

33.Nadat hij in een marmeren tombe begraven was, begon er aan het hoofdeinde een fontein van geurige olie te stromen en aan het voeteneinde een waterfontein. De olie, → manna of → myron genoemd, is heilzaam voor zieken en gewonden. De productie bedraagt ca. 7 liter vocht per jaar. Er zijn duizenden flesjes met een druppel Sint-Nicolaasolie in de handel.

Sint-Nicolaas is vanwege het geneeskrachtige vocht patroonheilige van de apothekers. → Bari, → Legende 26, → Myron.

34.Op een dag hield de olie op te vloeien. Dit gebeurde toen de opvolger van Nicolaas, een uitstekend man, door vijanden verdreven was uit zijn bisdom. Pas toen de bisschop weer terug was, begon de olie opnieuw te vloeien.

De jongen, Sint-Nicolaas en de geneeskrachtige olie

35.Een jongen had in een ver land geld verdiend. Op een dag besloot hij naar zijn familie terug te gaan. Het was een lange bergachtige weg. Onderweg kwam hij een oude man tegen met een zware zak op zijn rug. Hij nam de zak van de oude over. Bij een hut aten ze samen van het brood dat de jongen bij zich had. Toen de oude man op zijn bestemming aankwam, wilde deze betalen, maar de jongen wilde daar niet van horen. Als dank gaf de oude die niemand minder was dan Sint-Nicolaas, maar niet herkend werd de jongen een geitenleren zak met geneeskrachtige olie.

De volgende dag kwam de jongen bij een dorp waar juist bandieten hadden huisgehouden: bijna alle inwoners waren gedood. Slechts een enkeling leefde nog. De jongen bestreek de wonden en pijnlijke ledematen van de overlevenden met de olie en zij werden weer gezond. Als dank vroeg de jongen niets meer dan wat eten en drinken. In het volgende dorp herhaalde dit alles zich. Maar het flesje olie raakte niet leeg. ’s Avonds kwam de jongen bij een monnik, die ook een wond had.

De jongen genas hem met de olie en vroeg onderdak. ’s Nachts ruilde de monnik de geitenleren zak voor een andere en ’s morgens gaf hij de jongen een slaapdrank in zijn melk. De knaap ging op pad, maar kreeg algauw slaap. Hij ging bij een boom zitten en was snel in een diepe slaap verzonken. De monnik liep met de zak met olie naar de volgende stad. Hij verzamelde mensen om zich heen en begon olie te verkopen. De mensen vonden dat raar: ze hadden gehoord van een jongen die om niet wonden genas.

Toch wilde een enkeling het wel proberen. Maar toen de monnik de olie tevoorschijn haalde, zag die er als teer uit. Hij stonk verschrikkelijk en gaf een brandende pijn op de wond. Iedereen doorzag de monnik en hij werd hardhandig de stad uitgejaagd.

’s Nachts verscheen Sint-Nicolaas aan de monnik en sprak hem zeer bestraffend toe. De monnik toonde berouw en beloofde voortaan goede daden te doen.

De jongen kwam een dag later in de stad aan. Eerst vertrouwde niemand hem, maar toen hij zijn olie tevoorschijn haalde om zieken te genezen, gaf die een heerlijke geur. Alle wonden genazen en gebroken ledematen groeiden weer aaneen. De koning, die aan koorts en huiduitslag leed, hoorde ervan en liet hem komen. Hij beloofde de jongen het halve koninkrijk en zijn dochter. De jongen zei dat hij die rijkdom niet hoefde en dat de prinses zelf moest uitmaken met wie ze wilde trouwen. Hij zalfde de koning, waarna diens zweren en koorts verdwenen.

De pijler

36. Nicolaas kwam op reis naar paus Sylvester in Rome langs een huis van een vrouw van lichte zeden. Haar huis moest worden afgebroken. Nicolaas zag een prachtige pijler in haar huis en duwde die in de Tiber. Op wonderbaarlijke wijze verscheen de pijler in de wateren bij Myra en Nicolaas plaatste hem in de kathedraal. Toen veel later de relieken van Sint-Nicolaas in Bari aankwamen, dreef de pijler voor de haven van Bari. Op het laatste moment, vlak voordat de relieken geplaatst zouden worden, hoorden de inwoners van Bari de kerkklokken luiden. Toen ze bij de basiliek aankwamen, zagen ze een bisschop en twee engelen de pilaar in de crypte plaatsen.

De pilaar is van roodachtig marmer. Pelgrims schrijven hem een geneeskrachtige werking bij aanraking toe. De legende dateert in essentie al uit de 12de eeuw, maar is in de 15de eeuw ‘mooier’ gemaakt.

37.Rond 900 vielen vanuit Kreta elk jaar moslims de kustgebieden rond de Middellandse Zee aan. Zo ook in Myra op een feestdag van de heilige Nicolaas. Een priester maakte een pelgrimstocht naar Myra, samen met een menigte anderen. Toen men bij het graf van Nicolaas was, klonk er een kreet: ‘Ren voor je leven, de Kretenzische Arabieren zijn geland en ze komen hier naar toe.’ Iedereen probeerde uit de kerk te komen en de priester liet allen voorgaan. Toen hij uiteindelijk weg kon, waren de Kretenzers aangekomen. Ze wilden hem met een zwaard vermoorden, maar de onzichtbare hand van Nicolaas hield hen tegen; de priester was vrij.

Overtocht naar Bari

38.Tijdens de overtocht naar Bari kwam een kleine meeuw aan stuurboord (waar de overblijfselen van Sint-Nicolaas waren) en streek neer op de relikwieën. Terwijl hij daar prachtig zong, liefkoosde hij de relikwieën.
39.Tijdens de tocht naar Bari om het stoffelijk overschot over te brengen, stak er een hevige storm op. Het schip was genoodzaakt een haven aan te doen. De havenplaats bleek Patara te zijn, de geboorteplaats van Nicolaas: hij wilde nog eenmaal in zijn geboorteplaats vertoeven.

Hongersnood na Nicolaas’ dood

40.Vijf jaar na Nicolaas’ dood was er weer hongersnood. Nico135

laas verscheen aan Theodolus, een familielid, en verzocht hem een gebedsdienst bij zijn graf in Myra te houden. Velen deden hieraan mee. In de nacht daarop vond er een hevige aardbeving plaats: het graf sprong open en er steeg zo’n sterke geur van mirre op dat alle hongerlijdenden verzadigd werden en ook blinden en lammen genazen.

41.Tijdens deze hongersnood vijf jaar na zijn dood verscheen Nicolaas lopend over golven aan vijf graanschepen. Hij kocht graan en deed een vooruitbetaling, waarna hij de kapitein gebood naar Myra te varen. Deze luisterde echter naar de duivel, die hem ervan overtuigde dat het bedriegerij was. Hij veranderde dus niet van koers, waarop een hevige storm opstak. Toen de kapitein eenmaal wél koers naar Myra zette, bedaarde de storm. In Myra werd het graan verkocht. Toen de kapitein en de bemanning bij het graf van Nicolaas kwamen, herkenden zij de man die over het water gewandeld had. Zij legden de vooruitbetaling als offer bij het graf.

→ Legenden 17, 18 en 19.

De arme kinderen en het brood

42.Twee kinderen moesten van hun stiefvader uit bedelen gaan. Op een dag kregen ze van iemand een zilveren munt. Ze waren blij dat ze die aan de stiefvader konden geven en hoopten op een betere maaltijd dan normaal. Onderweg naar huis overviel een dief hen en stal de munt. Toen ze thuis vertelden wat hun overkomen was, stuurde de stiefvader ze voorgoed weg. In het donker liepen de kinderen een kerk binnen waar licht brandde. Zo kwamen ze bij een icoon van Sint-Nicolaas, die hen aansprak: ‘Kinderen, hebben jullie honger? Pak deze broodjes maar!’ Hij gaf hun drie broodjes, met de raad één broodje aan een oude vrouw in een hutje te geven. Dan zou zij de kinderen wel opnemen. Zo gebeurde ook. Iedere dag mochten ze bij Nicolaas brood halen.

Na een tijdje stierf de stiefvader. De kinderen erfden al zijn geld en goed en namen nu de oude vrouw op. Ze bedankten Sint-Nicolaas, maar hadden geen brood meer van hem nodig, omdat ze nu genoeg te eten hadden.

Goudstukken voor de armen

43.Een verarmde man treurde omdat hij het Sint-Nicolaasfeest niet kon vieren. In zijn droom zag hij dat een grijsaard hem een goudstuk in de hand drukte, dat hij ook werkelijk bij het ontwaken bleek vast te houden. De keizer die ervan hoorde, gaf hem in ruil voor het goudstuk 24 goudstukken, zodat de man nu wel het feest kon vieren.
44Een oude man gaf zijn laatste geld uit om met zijn drie dochters het Sint-Nicolaasfeest te kunnen vieren. ’s Nachts maakte Sint-Nicolaas hem wakker en hij vond drie zakken met honderd geldstukken erin in huis.
45.Door brand verloor een echtpaar al zijn bezittingen. Om toch nog het feest van Sint-Nicolaas te kunnen vieren, verkocht de vrouw het laatste sieraad dat ze bezat, een gouden oorring. Sint-Nicolaas verscheen haar daarna in de gedaante van een monnik die haar 24 goudstukken gaf. Bovendien ontving ze elk jaar op de naamdag van Sint-Nicolaas weer 24 goudstukken.

Redden van kinderen

46.Drie arme kinderen waren eens aan het strand mosselen aan het zoeken om hun honger te stillen. Een onverwachte vloedgolf trok de kinderen in zee. Gelukkig kwam Sint-Nicolaas voorbij: hij maakte een kruisteken en de kinderen spoelden ongedeerd weer aan land.
47.Een kind ging op Sint-Nicolaasdag hout sprokkelen. Opeens verscheen de duivel in de gedaante van een zwarte jongen die het kind in het water wilde gooien. Het kind maakte een kruisteken, waarop de duivel brullend verdween. Toen verscheen de heilige Nicolaas om het geschrokken kind bij te staan. Middeleeuwse legende.

Zeelegenden na Nicolaas’ dood De onbekende zeeman

48.Tijdens een zware storm dreigde een schip te vergaan. De wanhopige bemanning bad Sint-Nicolaas om hulp. Nadat ze gebeden hadden, zagen ze een vreemde man op het schip die alles op orde aan het brengen was: zeilen neerhalen, losgeslagen touwen weer vastknopen en de mast versterken. Ondertussen maande hij de wind en de zee tot kalmte. Ook sprak hij de bemanning moed in en nam hij het roer in handen. Langzamerhand kwam het schip weer op koers en ging de wind liggen. De bemanning nam zelf het schip weer over. Ze waren daar zo druk mee dat ze niet doorhadden dat de vreemde man verdwenen was. Toen ze eindelijk in de haven lagen, besloten ze naar de Nicolaaskerk te gaan om Sint-Nicolaas te danken.

De heilige stond zelf aan de kerkdeur. Pas toen herkenden ze de vreemde man die hen op zee geholpen had. Ze dankten Nicolaas maar deze zei: ‘Omdat jullie helemaal op mij vertrouwden, kon ik jullie helpen. Jullie geloof heeft jullie gered.’ Deze legende lijkt op de legende die bij 12 verteld is, maar deze speelt zich na zijn dood af.

49. Ene Johannes stak per schip de Adriatische Zee over. Onderweg verging zijn schip in een storm, maar Johannes wist in een reddingsboot te ontkomen. Deze sloeg echter om en hij dreigde in de golven te verdrinken. Op het aanroepen van Sint-Nicolaas verscheen deze, gooide zijn mantel naar Johannes toe en bracht hem veilig aan land.
50.Een Egyptische visser riep al zijn goden aan toen hij eens overvallen werd door een hevige storm op zee. De storm werd echter erger. Toen de boot begon te zinken, riep hij de heilige Nicolaas aan; hij had immers niets meer te verliezen.

Hij beloofde christen te worden als Nicolaas hem zou helpen.

De boot zonk, maar iemand tilde hem uit de boot en bracht hem naar Attalia. Op het strand verdween de redder. De visser herkende hem later op een Nicolaas-icoon.

51.In 1254 voer het schip van Ludwig de Vrome terug van een kruistocht in het Heilige Land. Er stak zo’n sterke wind op dat het schip gevaar liep op de kust van Cyprus (niet ver van Lycië) kapot te slaan. De koningin, die meevoer, kreeg de raad van de heren van de buurlanden van Lotharingen om aan Sint-Nicolaas ‘een zilveren schip van vijf marken voor de koning, de koningin en elk van de drie kinderen te beloven.’ (Een mark is een oud gewicht van een half pond ca. 246 gram -, vooral voor goud en zilver gebruikt.) Zij deed dit en behoedde hiermee het schip voor de ondergang.

Dodenlegenden Zoals bij → doden beschreven is, speelt hier het geloof, dat de doden de levenden lastig kunnen vallen, een rol. Sint-Nicolaas moet aan de levenden bescherming bieden. Maar hij zorgt er ook voor dat de ziel van de dode in de hemel komt. Beide aspecten spelen in deze legenden een rol.

Het visioen van de monnik

52.Edmund, een Engelse monnik, had eens een visioen dat van Goede Vrijdag tot Pasen duurde: samen met een gids reisde hij eerst door de hel en vervolgens door het vagevuur, waar ze bepaalde priesters en zelfs een paus tegenkwamen. Langzamerhand werd hun last verlicht. Uiteindelijk kwamen ze in het paradijs. De gids bleek Sint-Nicolaas te zijn.

Het brood en de doden (Spaanse legende)

53.Een meisje woonde bij haar stiefmoeder nadat haar ouders gestorven waren. Omdat haar vader in zijn testament bepaald

had dat zijn dochter alles zou erven, zon de stiefmoeder op een manier om van het kind af te komen. Ze besloot het kind naar het kerkhof te sturen als de doden er dansen. Die zouden haar dan wel meesleuren in het dodenrijk. Ze legde een mantel in de kerk en vroeg het meisje om die te gaan halen. Onderweg kwam het kind een oude man tegen. Hij vertelde haar dat hij Sint-Nicolaas heette en dat hij haar een versgebakken brood als bescherming zou geven.

Het meisje kwam met het brood op het kerkhof, waar de doden aan het dansen waren. Ze sprongen op haar af. Het meisje vroeg aan de doden even op het brood te passen, zodat zij de kerk kon binnengaan om de mantel te pakken. De doden vonden het brood zo heerlijk geuren dat ze het meisje begeleidden tot bij de uitgang. Daar gaven ze het brood terug aan het meisje. Op de terugweg kwam ze Sint-Nicolaas weer tegen en overhandigde hem het brood.

Toen de stiefmoeder haar tegen haar verwachting in thuis zag komen, geloofde ze niet dat het meisje op het kerkhof was geweest. Ze deed de jas aan en ging zelf kijken. Op het kerkhof aangekomen, omringden de doden haar en sleurden haar mee in het graf.

De zielen (Portugese legende)

54.Sint-Nicolaas wandelde eens door een streek waar hij een menigte mensen zag zitten. Toen hij vroeg waarom ze zo stil zaten, zeiden ze: ‘Wij zijn gestorven, maar toen de engel ons kwam halen, ging deze te snel. Wij raakten achter en wisten niet meer waarheen te gaan.’ Sint-Nicolaas leende een boot van een schipper die hem kende en voer de doden naar het paradijs.

De slechte mens

55.Een man die zeer slecht geleefd had, stierf. Hij had gelogen en bedrogen, gewoekerd en gestolen. Men legde hem in een doodskist en na de mis wilde men hem begraven. Maar de kist zat als vastgenageld aan de kerkvloer. Paus en bisschop konden niets uitrichten. Toen monniken erbij kwamen om te waken, rees de booswicht ineens uit de kist. Allen sloegen op de vlucht. Niemand durfde nog de kerk in. Uiteindelijk loofde de vorst een geldbedrag uit voor degene die de dode uit de kerk kon krijgen.

Een jongen, zoon van een arme weduwe, wilde het wel proberen. Onderweg naar de kerk kwam hij Sint-Nicolaas als een oude man tegen. Hij vertelde dat hij een booswicht uit de kerk ging verdrijven zodat iedereen weer in de kerk kon bidden: ‘Ik hoop dat de heilige Nicolaas mij zal helpen.’ ‘Wees maar niet bezorgd, jongen, ik heb wel eens meer hulp uit de hemel gehad,’ zei de oude.

In de kerk aangekomen, begonnen ze te bidden. Om middernacht gaf de dode ineens een vreselijke schreeuw. De jongen wilde vluchten, maar de oude stelde hem gerust. Hij pakte de dode bij zijn doodskleed en zei: ‘Je bent bij leven een slecht mens geweest. Maar je moeder in de hemel heeft voor je gebeden dat je nog genade krijgt. Werk twaalf jaar voor mij en de armen en je zult in de hemel komen.’ Sint-Nicolaas, die zich als oude man vermomd had, voerde de booswicht de kerk uit.

De jongen moest in de kerk wachten tot de morgen. Hij kreeg het geldbedrag en kon er met zijn moeder goed van leven.

De booswicht moest een jaar lang veerman van de armen zijn, een jaar boerenknecht, een jaar bij een arme weduwe als visser werken en zo door tot de twaalf jaren om waren. Hij had veel geleerd en was een goed mens geworden. Sint-Nicolaas bracht hem naar zijn moeder in de hemel.

De storm

56.Tijdens een hevige storm wist de jongste leerling in de slaapzaal van een school de paniek van de andere kinderen te bedaren door Sint-Nicolaas aan te roepen.

De christen en de jood

57.Een christen leende van een jood een som geld en daar hij geen borg wilde stellen, zwoer hij op het altaar van Sint-Nicolaas dat hij zo spoedig mogelijk het geleende geld zou teruggeven. De schuld stond lang uit en uiteindelijk vroeg de jood zijn geld terug. De christen antwoordde dat hij het hem al teruggegeven had. De jood daagde hem daarop voor het gerecht en daar moest de christen zijn verklaring onder ede afleggen. Hij nam een holle stok, vulde die met goudstukken en nam die mee naar de rechtbank, alsof hij een steun nodig had bij het lopen. Toen hij de eed moest afleggen, gaf hij de stok aan de jood en zwoer dat hij zelfs meer had teruggegeven dan hij schuldig was. Zodra hij de eed gezworen had, vroeg hij zijn stok terug. Toen de bedrieger naar huis ging, werd hij onwel en bij een viersprong viel hij langs de weg in slaap. Er kwam een wagen in snelle vaart, reed hem dood en brak de stok waar het goud in zat. Het goud rolde eruit. Toen de jood hiervan hoorde, begreep hij de list en ging er ijlings heen. De omstanders raadden hem aan het geld te nemen, maar hij sprak: ‘Dat doe ik niet, tenzij de christen door Sint-Nicolaas uit den dode opstaat; als dat gebeurt, wil ik mij laten dopen en zal ik gelovig worden.’

Toen stond de christen op en leefde. De jood liet zich dopen en werd christen.

Deze legende is van Noord-Franse oorsprong en dateert uit de 12de eeuw. Het motief van deze legende is al veel langer in de folklore bekend. Al in een Griekse tekst uit de tijd van keizer Augustus werd het beschreven, maar ook is het bekend uit sagen van de Indiërs en moslims. Cervantes beschreef een vergelijkbaar verhaal in Don Quichote. Sint-Nicolaas is op grond van deze legende → patroonheilige van voerlieden.

Bovendien is hij daarom beschermer van financiële onkreukbaarheid en stond hij borg voor de plechtige eed. Beloven bij God en Sint-Nicolaas betekent in Frankrijk hetzelfde als ‘op mijn woord van eer’. Hoffmann von Fallersleben noemt voorbeelden van zweren bij Sint-Nicolaas in de Nederlanden: ‘Ic swere u, Jan, bi sente Cleis.’ Ridders die zich klaarmaakten voor de strijd, legden alvorens te vertrekken een eed af voor het beeld van Sint-Nicolaas. Daarom is Sint-Nicolaas ook patroonheilige van pandjesbazen en bankiers: het geslacht De Medici, bekend om zijn geldzaken, droeg in het wapen drie gouden ballen ten teken van de patronage van Sint-Nicolaas; de drie gouden ballen verwijzen naar de legende van de drie dochters en de bruidsschat (→ Legende 11).

Belofte breken

58.Een rijk man bereed een ruin (gecastreerde hengst) en werd achtervolgd door vijanden. Hij beloofde plechtig zijn rijdier aan Sint-Nicolaas te schenken als hij ontkwam. Na zijn geslaagde ontsnapping probeerde hij onder zijn belofte uit te komen: hij liet het paard voor de kerk staan en legde twaalf marken op het Nicolaasaltaar. Maar het paard kon niet van zijn plaats komen. Uiteindelijk kon het pas verder nadat zijn berijder meer geld op het altaar had gelegd.

Bedelbedrog

59.Een man deed zich als dood voor langs de handelsweg terwijl een tweede om geld bedelde om zijn vriend te begraven. Nadat Sint-Nicolaas langsgekomen was, bleek de eerste echt dood te zijn. Toen de vriend het bedrog opbiechtte, wekte Sint-Nicolaas de dode weer tot leven.

De legende van Adeodatus

60.Een rijk man, Jetro geheten, maakte een bedevaart naar → Myra, omdat zijn huwelijk nog altijd kinderloos was gebleven. Toen hij eindelijk aankwam, bleek de bisschop gestorven. Gelukkig kreeg Jetro enige → relikwieën in handen en door een wonderlijke werking daarvan, werd zijn vrouw zwanger. Op 6 december baarde zij een zoon, die de naam Adeodatus (= van God gegeven) kreeg. De gelukkige vader liet ter ere van Sint-Nicolaas in zijn huis een kapel bouwen en vierde ieder jaar het Sint-Nicolaasfeest op plechtige wijze. Het huis was niet ver van het land van de Agareners. Toen Adeodatus zeven jaar oud was, ontvoerden lieden uit dat land hem en boden hem aan hun koning als hofschenker aan. Het jaar daarop, op de dag van Sint-Nicolaas, vierde de vader van de jongen het feest met grote toewijding. Op hetzelfde ogenblik stond de jongen voor de koning en hield hem een beker voor, daarbij denkend aan zijn ouders en aan de vreugde die vroeger thuis heerste op deze feestdag. Hij slaakte een diepe zucht. De koning dwong hem te zeggen wat er was en na het verhaal van de jongen sprak hij: ‘Jouw Sint-Nicolaas kan doen wat hij wil, maar jij blijft hier!’

Op dat moment stak een hevige wind op en voerde de jongen mét de beker tot voor de deur van de huiskapel, waar zijn ouders het Sint-Nicolaasfeest vierden.

In het Oosten heet deze jongen Basileios (= koning) en is hij zoon van Agroikos (= boer), in het Westen heet hij Adeodatus. Deze legende was een geliefd mirakelspel in de 12de en 13de eeuw.

Een iets andere versie luidt: Basileios wordt door Arabieren geroofd en aan de emir van Kreta verkocht. Als zijn ouders een jaar later aan tafel zitten, blaft er opeens een hond. De vader staat op en gaat kijken wat er aan de hand is. Hij krijgt een visioen en ziet daar Basileios met een beker in de hand bij de emir van Kreta. Zo wisten de ouders waar hun zoon was.

Nog een versie: Het kind, dat slaaf was van de sultan, werd door de sultan op 6 december geslagen en in de gevangenis gegooid. De jongen viel in slaap; toen hij wakker werd, bevond hij zich weer in de kapel bij zijn ouders.

61.Een man had de gewoonte jaarlijks het feest van Sint-Nicolaas te vieren voor zijn zoon die studeerde. Op een keer organiseerde hij een maaltijd en nodigde daarvoor ook vele geestelijken uit. De duivel kwam in de gedaante van een pelgrim aan de deur met het verzoek om een aalmoes. De vader beval zijn zoon de pelgrim een aalmoes te geven, maar toen de zoon aan de deur kwam, was de pelgrim al verdwenen. Hij liep hem achterna en bij een kruispunt van wegen pakte de duivel de jongen in een wurggreep en doodde hem. Toen de vader dat vernam, was hij zeer bedroefd. Hij tilde het dode lichaam op, bracht het naar huis en schreeuwde uit: ‘Mijn allerliefste zoon, wat is er gebeurd? Sint-Nicolaas, is dit nu de beloning voor de eer die ik u zo lang heb betoond?’ Nadat hij dat gezegd had, opende de jongen zijn ogen alsof hij wakker werd uit een diepe slaap en stond op.

Het verschijnsel dat de duivel kinderen wegneemt, zou later in Zwarte Piet te herkennen zijn: als opvolger van de duivel neemt hij kinderen van hun ouders weg in de zak terwijl Sint-Nicolaas als hemelse kindervriend hen voor rampen behoedt.

Legenden over dieven en gestolen goed

62.Eens trokken vandalen op rooftocht door Calabrië. Een van hen (ook wel als jood aangeduid) had een Sint-Nicolaasbeeldje gestolen. Omdat hij niet wist wie het voorstelde, vroeg hij dat aan de christengevangenen. Dezen waren tot tranen geroerd en vertelden hem dat dit een beeldje van Sint-Nicolaas was die zoveel wonderdaden had verricht. De rover bewaarde het beeldje na dit verhaal zorgvuldig. Hij deed het beeldje bij de overige gestolen spullen, zodat het beeldje die bewaken zou. Toen hij op zijn beurt echter bestolen werd, gaf hij het beeldje de schuld en begon het uit te schelden en te slaan. Tegelijkertijd verscheen Sint-Nicolaas aan de dieven en liet hun de blauwe plekken zien die hij door hun diefstal gekregen had. Hij beval hun alles terug te geven onder dreiging van ophanging. Toen de eerste rover inderdaad alles weer terugvond, was hij hierdoor zo geroerd dat hij zich bekeerde. Terug in Noord-Afrika bekeerde hij zich met zijn familieleden tot het christendom. Zo zou de verering van Sint-Nicolaas in Afrika begonnen zijn.

Dit is een voorbeeld van magie en betovering: door een beeldje 143 te slaan, verwond je de persoon zelf. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat ongedoopten niets weten van voor christenen gewijde voorwerpen. Bovendien is in het verhaal als het over een jood verteld wordt de middeleeuwse jodenhaat te herkennen. Dit verhaal was ook de aanleiding voor dieven en moordenaars om de hulp van Sint-Nicolaas in te roepen. Shakespeare noemt ze zelfs helpers van Sint-Nicolaas. In Shakespeares Hendrik de Vierde wordt gezegd:

Gadshill: ‘Sirrah, if they meet not with Saint Nicholas’ clerks, I’llgive thee this neck.’ Chamberlain: ‘No, I’ll none of it... Ipray thee, keep that for the hangman; for I know thou worshippest Saint Nicholas as truly as a man of falsehood may.’ (Vertaling: ‘Meneertje, als zij de helpers van Sint-Nicolaas niet willen ontmoeten, dan zal ik ze het op hun brood geven...’ ‘Nee, ik wil niets van dat alles... Alstublieft, bewaar dat voor de beul. Want ik weet dat ge Sint-Nicolaas even trouw vereert als de vele bedriegers.’)

Zo is ook deze legende de reden van een tegenstrijdig patronaat: zowel van dieven als om eigendom te behouden of terug te vinden.

De ridder met het houten beeldje

63.Tijdens de kruistochten namen de ‘heidenen’ veel christelijke ridders krijgsgevangen. Een van de gevangen ridders droeg een klein houten beeldje van de heilige Nicolaas onder zijn wapenrusting. Daar spotten de overwinnaars mee. De vorst vroeg de ridder: ‘Heb jij vertrouwen in zo’n onnozel stukje hout?’ De ridder vertelde hem: ‘Dit is een beeld van de heilige Nicolaas de Barmhartige! Niemand heeft hem ooit tevergeefs om hulp gevraagd.’ Waarop de vorst antwoordde: ‘Onze god geeft zijn hulp al voordat je die gevraagd hebt.’ De soldaat ging hierop in: ‘Zolang u offers brengt, ja. Maar wat als u dat een week niet doet?’ De vorst daagde de ridder uit: ‘Laat dan eens zien dat jouw god beter is! We stellen jouw heilige op de proef: dat houten plankje moet één nacht mijn schatkist bewaken die op het plein van de stad staat. En als er morgen ook maar één roebel ontbreekt, zul je ter dood gebracht worden.’

Zo gezegd, zo gedaan. Het beeldje werd bij de geopende schatkist gezet. Maar de vorst beval drie soldaten om geld te stelen uit de kist en het te verbrassen. Ondertussen bad de ridder de hele nacht tot Nicolaas. En Nicolaas verhoorde het gebed: hij verscheen aan de drie inmiddels dronken soldaten die hun roes uitsliepen. Hij beval ze al het gestolen geld weer in de kist te doen.

Geschrokken werden de soldaten wakker en brachten al het geld terug in de kist. Toen de vorst de volgende dag het geld telde, bleek alles in de kist te zijn. Hij erkende de macht van Nicolaas en liet zich dopen.

64.Een Turkse koopman uit Constantinopel kocht eens een Nicolaas-icoon als bescherming tegen diefstal. Telkens als hij zijn winkel verliet, droeg hij de heilige op toe te zien dat er niets werd gestolen. Op een dag roofden dieven toch zijn hele winkel leeg, maar de Nicolaas-icoon hadden ze laten hangen. Bij terugkomst was de koopman zo kwaad, dat hij dreigde het hoofd van Nicolaas op de icoon te zullen afslaan als hij binnen drie dagen zijn spullen niet terug had. Drie dagen later was de winkelvoorraad weer terecht en de heidense Turk bekeerde zich tot het geloof van Sint-Nicolaas.
65.Iemand maakte eens een afdruk in was van de sleutel van de kerk in → Bari. Terwijl de bewaker sliep, stal hij een arm van Sint-Nicolaas. Hij stopte hem in een gouden houder die met edelstenen was versierd. Toen de dief wilde vluchten, bleek hij verlamd tot zijn vervolgers arriveerden om de arm terug te brengen.
66.Een monnik stal op een dag de arm van Sint-Nicolaas. Terwijl hij langs de kust vluchtte, werd hij plotseling verblind en verlamd. Door de verblindende kracht konden ook zeven passerende schepen niet verder varen. De hertog van → Bari redde samen met de bisschop de arm en de monnik deed zijn hele verdere leven boete.
67.’s Nachts werden eens uit een kloosterkerk enige kostbaarheden gestolen. Van de dief ontbrak elk spoor. Op drie achtereenvolgende dagen las men missen voor Sint-Nicolaas. Toen de derde juist afgelopen was, meldde zich iemand aan de poort die vertelde dat de dief in de stad Ulm gevonden was. De gestolen goederen konden daar opgehaald worden. De dief werd gevonden met uitgestoken ogen.
68.Gedurende een plaatselijke opstand verborg de vrouw van de prefect twee zakken met geld en goederen op het balkon van de Sint-Nicolaaskerk. Jongeren die vogelnestjes aan het leeghalen waren, vonden deze zakken. ’s Nachts kwamen ze terug om de zakken te stelen. Maar tijdens hun poging te ontkomen, raakten ze steeds de weg kwijt in de bossen en bleken ze telkens terug te komen bij de kerk. Toen de zon opkwam en ze nog steeds aan het dwalen waren, begroeven ze uiteindelijk de zakken op het kerkhof. Een buurman zag hun de rommel opruimen

en ondervroeg hen, waardoor de diefstal uitkwam. De prefect kreeg zijn spullen terug en dankte Sint-Nicolaas.

Bevalling

69.Dezelfde Nicolaas-icoon van → Legende 63 kwam uiteindelijk terecht bij een nobele vrouw die bijna moest bevallen. Toen de weeën begonnen, draaide Nicolaas zijn gezicht naar de muur, alsof hij de vrouw niet tijdens de bevalling mocht zien.

Dit is mogelijk het vroegste blijk van de verbintenis van Nicolaas met de bevalling. Hij is daarom ook patroonheilige van vrouwen in barensnood.

70.Op weg van Aken naar Nijmegen beviel keizerin Theo-phana, de vrouw van de Duitse keizer Otto II, in het Ketylwald (het huidige Reichswald) van een tweeling. In die tijd (980) was het bijzonder als dit goed afliep. Aangekomen op Het Valkhof liet zij een nieuwe kapel gewijd aan Sint-Nicolaas bouwen uit dankbaarheid. Zoals bij → verering beschreven, is uit onderzoek gebleken dat de kapel van latere datum (1047) is.

Sint-Nicolaas en de ooievaar

71.Er is een verhaal dat Sint-Nicolaas ooievaars (in vroeger tijd een veel voorkomende vogel) vraagt om een kind te sturen:

Saint Nicholas used to send, so I am told, all new-born babes by storks, in days of old.

Koning Friedrich Max van Stulzenmannekim bad Sint-Nicolaas om een zoon. Sint-Nicolaas vroeg de ooievaar om een baby naar de koningin te brengen. Maar de ooievaar was oud en doof en hij bracht de babyprins naar een stratenmaker die al zes kinderen had.

De Saraceense handelaar

72.Een Saraceense handelaar die goede zaken had gedaan, moest over de bergen terug naar huis. Er stak een storm op. Het werd erg gevaarlijk en glad in de bergen waar één misstap fataal kon zijn. Toen de kamelen in het ravijn stortten, bedacht de koopman dat de heilige Nicolaas iedereen die hem aanroept, te hulp komt. En dat had hij meer nodig dan ooit, dus hij begon te bidden. Enige tijd later, toen de storm was gaan liggen, kon de koopman zijn weg vervolgen. Twaalf mijl verder vond hij zijn volledige karavaan bepakt en bezakt terug, die op hem stond te wachten. Terug in Seleucia kocht de koopman een dure gouden Nicolaas-icoon en gaf deze uit dank aan de stad.

Willem de Veroveraar

73.In 1066 besloot de hertog van Normandië, Willem, een aanval op Engeland te doen. Nog voor de vloot op weg ging, stak er een vreselijke storm op. Veel schepen zonken. De kust van Normandië lag bezaaid met lijken. De bijgelovige zeelieden drongen er bij de hertog op aan om de tocht af te blazen, maar Willem riep de hulp van de heilige Nicolaas als patroon van de zeelieden in. Hij beloofde ook een abdij op Engelse bodem te bouwen als hij zou winnen van koning Harold. Inderdaad werd de slag bij Hastings gewonnen en Willem de Veroveraar liet ‘Battle Abbey’ bouwen als dank aan de heilige Nicolaas.

Verbod om te zingen

74.In het klooster La Croix-en-Brie, dat behoorde bij de priorij van La Charité aan de Loire, verbood abt Ytherius zijn monniken om nieuwe Sint-Nicolaasliederen te zingen die door wereldse schrijvers gemaakt waren. Sint-Nicolaas verscheen daarop

’s nachts aan hem, hield een flinke preek, trok de abt aan zijn baard van zijn bed af en smeet hem op de harde vloer. Daarna zong Sint-Nicolaas het lied O pastor aeterne, o clemens et bone custos (‘O eeuwige herder, o goedertieren en goede beschermer, die zich de gebeden van de afgedwaalde kudde aantrekt, met een hemels woord hebt u laten zien dat uw dienaar Nicolaas de heiligste positie waardig is’) en bij elke toonwisseling sloeg hij de abt met de roe op zijn rug tot deze het lied zelf kon zingen. Vanaf die dag stond de abt de monniken toe het nieuwe lied te zingen en was hijzelf de voorzanger.

Reginold von Eichstätt (→ muziek) componeerde de Nicolaashymne op voor die tijd moderne muziek. Dit werd door conservatieven niet gewaardeerd. Deze legende vertelt hierover.

De weduwe van Myra

75.Een klerk werd verliefd op een rijke weduwe. Hij verklaarde haar zijn liefde, maar zij wees hem af. Op een feest ter ere van Sint-Nicolaas liet de weduwe zich minachtend uit over haar klerken, die nog nooit een gedicht of lied hadden geschreven ter ere van Sint-Nicolaas. De verliefde klerk hoorde dit en componeerde een prachtig lied over de geschiedenis van Sint-Nicolaas. De weduwe was verrukt hierover en de klerk mocht een wens doen. Hij vroeg haar liefde, waarop de weduwe, die nog steeds niet met hem wilde trouwen, in huilen uitbarstte. Zij moest haar belofte echter gestand doen. De nacht voor de beloofde nacht met de klerk bracht ze biddend en smekend door voor de tombe van Sint-Nicolaas.

Sint-Nicolaas verscheen aan de klerk, trok hem aan zijn haren overeind en begon hem met de zweep te slaan. Toen de klerk eindelijk vergiffenis vroeg, vertelde Sint-Nicolaas wie hij was en dat de klerk wel een prachtig lied kon schrijven, maar niet naar de geest van Sint-Nicolaas handelde door alleen zelfzuchtige liefde te zoeken. Daarna verdween hij. De klerk haastte zich naar de tombe, waar hij de weduwe aantrof en haar vergiffenis vroeg.

Gastvrijheid

76.Twee broers woonden tegenover elkaar in dezelfde straat; de een rijk, de ander zeer arm. Op een dag klopte Sint-Nicolaas, die er stoffig en vervuild uitzag na een lange dag lopen, bij de rijke aan. De rijke broer had geen zin om deze zwerver binnen te laten en verwees hem naar de overkant. Bij de arme broer werd Sint-Nicolaas hartelijk welkom geheten: men deelde een half brood en een kruik fris water met hem. Sint-Nicolaas vroeg hem een lege schaal en kruik te brengen. Hij zegende deze en zei: ‘Schaal, vul je!’; daarop vulde de schaal zich met heerlijke soep. Met de kruik deed hij evenzo en deze vulde zich met heerlijk fris water tot Sint-Nicolaas het commando gaf: ‘Stop met vullen!’ En iedereen at en dronk tot hij verzadigd was. Er was geen honger of dorst meer in het huis.

Toen de rijke broer zag hoe de schaal en kruik zich nog steeds vulden, wilde hij deze ook hebben. De arme broer wou ze niet geven, maar zwichtte uiteindelijk en verkocht de schaal en kruik voor een aanzienlijk bedrag.

Thuisgekomen probeerde de rijke broer het meteen uit. En ja hoor, de schaal en kruik vulden zich. De rijke broer wist echter niet meer hoe te stoppen en al snel raakten de kamer en het huis gevuld met voedsel en water. Wanhopig ging de rijke naar de arme broer terug. Pas toen hij aan de arme broer weer een grote som geld betaalde, nam de arme broer het aardewerk terug.

De verliefden

77.Er was eens een jongen uit Bordeaux die bij een koopman in de leer was. Op een dag kreeg hij geld mee om in een andere stad handelswaar te kopen. Onderweg kwam hij langs een bouwvallige kerk die aan Sint-Nicolaas gewijd was. Omdat hij in een preek gehoord had dat je met aalmoezen geven de grootste eer krijgt, gaf hij al zijn geld om de kerk op te knappen. Zijn baas was natuurlijk erg boos dat hij met lege handen terugkwam en het duurde heel lang voor hij er weer op uit werd gestuurd. Toen dat eindelijk weer eens gebeurde, en hij veel geld bij zich had, kwam hij op een zeereis erachter dat zeerovers de dochter van de sultan hadden geroofd. Zij boden haar te koop aan. De jongen vond haar mooi en gaf al zijn geld voor haar. Samen reisden ze terug. Toen zijn baas hoorde dat hij zijn geld weer verkwanseld had, ontsloeg hij hem meteen.

De jongen en het meisje leefden van toen af zeer arm in een klein huisje. Op een dag kon het meisje aan een mooie stof komen, waar zij een prachtig vaandel van maakte. Er stond een figuur op geborduurd dat alleen haar vader, de sultan, zou herkennen. Hiermee moest de jongen naar Alexandrië gaan en deze doek op de markt verkopen. Onder geen beding mocht hij het paleis van de sultan ingaan. Zo gezegd, zo gedaan.

Op de markt herkende de sultan inderdaad het figuur op het vaandel. Hij betaalde de jongen er goed voor. Deze kon weer nieuwe stof kopen en thuisgekomen maakte het meisje nog een vaandel, mooier en rijker dan het vorige. Nog eens reisde de jongen naar Alexandrië, waar de sultan hem herkende. Hij beloofde hem te betalen als de jongen het vaandel in het paleis bracht. De sultan ging ervan uit dat de jongen degene was die zijn dochter geschaakt had en liet hem gevangennemen.

Men folterde hem en kwam zo te weten waar het meisje was. Soldaten van de sultan gingen direct op weg om haar te halen.

De jongen mocht zichzelf vrijkopen. Toen hij thuiskwam en zijn geliefde niet vond, begreep hij dat zij gehaald was. Weer reisde hij terug en kwam met enige hulp van omgekochte bewakers in contact met zijn meisje. Samen beraadslaagden ze hoe ze hieruit konden komen. Op de eerstvolgende feestdag kon zij het paleis uit. Hij moest dan zorgen voor een schip.

Toen de feestdag naderde en hij nog geen schip gezien had, riep de jongen Sint-Nicolaas aan: ‘Ik heb ooit een aalmoes voor uw kerk gegeven. Help mij nu uit deze nood.’ En plotseling voer er een schip de haven binnen dat naar Bordeaux zou zeilen. Het meisje kwam beladen met edelstenen aan boord en direct voeren ze weg. Eenmaal bij Bordeaux geland, verdween het schip net zo plotseling als het gekomen was.

78.Een verliefde student ontvoerde zijn geliefde en nam een flinke som geld van haar vader mee voor levensonderhoud. De vader van het meisje achtervolgde met zijn knechten het paar om de jongen te doden. Van de andere kant naderde er een roversbende, die het op het geld gemunt had en de jongen daarom dreigde te vermoorden. Toen de jongen van twee kanten met de dood bedreigd werd, riep hij Sint-Nicolaas om hulp. Op datzelfde moment zag hij een holle boom waar hij zich in kon verbergen. De knechten doodden de rovers, het meisje ging weer met haar vader mee en de student vereerde zijn verdere leven Sint-Nicolaas.

De legende van de kerk van Münster

79.Toen de graaf van Torcheville in zijn slot, dat bij de Moezel lag, belegerd werd, probeerde hij via de slotgracht te vluchten.

Te paard gezeten wierp hij zich in de slotgracht (of ook wel in de vijver) in de hoop die zo te kunnen oversteken. Midden in het water kreeg het paard een ademstilstand en het zakte naar beneden. De graaf beloofde Sint-Nicolaas een kerk te zijner ere te bouwen als hij gered werd. De hond die de graaf volgde, pakte de graaf bij de kap van zijn laars en bracht hem naar de overkant. De graaf hield zijn belofte en liet de kerk van Münster bouwen.

Het oversteken van water

80.Een jongeman, Balthasar genaamd, kwam in 1619 op zijn reis bij een woeste molenbeek. Hij realiseerde zich niet dat de beek buiten zijn oevers was getreden en dat de overgang daardoor zeer moeilijk en gevaarlijk was. Op zijn paard begon hij de oversteek. Het water stond zo hoog dat alleen zijn kruin en die van het paard nog te zien waren. Zijn vrouw was te voet over een klein, smal bruggetje gegaan. Toen ze de nood van haar man zag, riep ze Sint-Nicolaas aan en bedwong zo het gevaar.

Vroeger was het niet ongevaarlijk een beek of rivier over te steken door de onbetrouwbare stroming, gevaarlijke diepten, enzovoort. Ook bruggen leverden gevaar op: regelmatig stortten ze in. In oeroude tijden werd er zelfs een kind of jongeman geofferd en in een brugpijler ingemetseld om de ‘watergeestgod’ tevreden te stellen. Voordat Johannes Nepomuk (vanaf 1600) ‘brugheilige’ werd, was Sint-Nicolaas de beschermheilige van de veerman (wat een veilige overvaart garandeerde), maar ook die van bruggen. Bij Chiney in Belgisch Luxemburg is Sint-Nicolaas beschermheilige van een brug.

Vaak stonden er kleine kapellen of standbeelden van Sint-Nicolaas op de brug. Dit gaf aan reizigers de mogelijkheid even te bidden voor men de brug overging en een aalmoes te offeren, waarvan de brug dan weer onderhouden werd. Een voorbeeld is de brug van Avignon waar een Sint-Nicolaaskapel op staat.

Dat Sint-Nicolaas een belangrijke → patroonheilige voor veerlieden was, bewijzen zeventien legenden die met rivieroverstromingen en ongelukken te maken hebben.

De drie koningsdochters

81.Drie koningsdochters uit Zweden waren tegen de zin van de familie christen geworden. Als straf deed de familie hen in een kuip en stootte hen in zee. Zij beloofden dat zij, als ze gered werden, een kerk zouden bouwen. Sint-Nicolaas redde hen en de kuip bereikte de wal bij het stadje Kaub. De drie zusters in het vat komen nog in het zegel van die stad voor.

Deze legende komt uit het tijdschrift Eigen Haard uit 1880. De schrijver stelt dat de drie prinsessen mogelijk teruggaan op de drie Nornen, de schikgodinnen bij de Germanen.

De duivel

82.Toen Johannes de diaken het leven van Sint-Gregorius (Sint-Joris) aan het beschrijven was, stond er plotseling een vreemdeling voor hem die er als een priester uitzag. De vreemdeling barstte in lachen uit en toen Johannes vroeg waarom hij zo lachte, antwoordde de vreemdeling: ‘Het komt doordat ik jou alle geschiedenissen van dode mensen zie beschrijven, terwijl je hen niet eens gekend hebt toen ze leefden.’ Johannes antwoordde dat hij informatie van goede bronnen had. De vreemdeling zei toen: ‘Het kan me niet schelen wat je doet, maar ik zal doen wat in mijn vermogen ligt.’ Hij blies daarop de lamp uit en sloeg de diaken neer.

Op dat moment verschenen Sint-Nicolaas, Sint-Joris en de diaken Petrus. Sint-Joris zei: ‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ Joris pakte een grote toorts van Petrus en brandde daarmee het gezicht van de indringer tot het pikzwart was. Een vonk viel op zijn jas en verteerde hem. Zo stond de onbekende, die niemand anders dan de duivel was, daar zo zwart als roet.

De diaken Petrus zei tot Sint-Joris: ‘We hebben hem roetzwart gemaakt!’ Maar Sint-Joris antwoordde: ‘Nee, we hebben hem niet zwart gemaakt: we hebben alleen maar zijn ware kleur laten zien.’ Daarop verdwenen de verschijningen en lieten veel licht achter in Johannes’ cel.

Niet werken op feestdagen

83.Volgens een Friese wet uit 1412 was 6 december een verplichte rustdag. Een boer die op Sint-Nicolaasdag in 1421 geen rust nam maar door bleef ploegen, werd door de bliksem getroffen.
84.Een naaister die bleef doorwerken op Sint-Nicolaasdag werd hiervoor gestraft: de naald doorboorde haar tong en ze bleef met veel pijn aan de draad hangen. Na vurige gebeden viel de naald uit haar tong.

Sint-Nicolaas en de voetballers

85.Een jongen schopte tijdens het voetballen een bal door de ruit. Toen hij de bal terugvroeg, kwam de bewoner met een mattenklopper op hem toe om hem een pak slaag te geven. Maar de jongen was hem te vlug af en rende weg. De bal had hij nog niet. Een vriendje wist raad: ‘Laten we in de kerk hulp halen bij Sint-Nicolaas.’ Bij het beeld van Sint-Nicolaas baden ze om hulp en beloofden geen bal meer door ruiten te schoppen. Ze hoorden het beeld zeggen: ‘Ik kom wel met jullie mee.’ Achter hen stond ineens een oude man met baard. Hij liep zonder een adres te vragen naar het juiste huis en belde aan. Maar de bewoner wilde ook aan hem de bal niet geven, omdat de ruit kapot was. ‘Waar is die ruit dan?’ vroeg de oude man. Alle ramen bleken heel. Nu de man geen schade had geleden, moest hij de bal wel teruggeven. Sint-Nicolaas gaf de bal aan de jongens en wees hun een plek waar ze veilig konden voetballen.

Zo is op grond van de zeelegenden Sint-Nicolaas patroonheilige van scheepsbouwers, vissers en zeelui maar ook in het algemeen van beroepen die met water te maken hebben: binnenschippers, scheepstimmerlieden, dokwerkers, veerlieden, visverkopers, bierbrouwers en linnenscheerders en alle handelaars die zich over het water verplaatsen.

Door de legende over de onschuldig veroordeelden is hij patroonheilige van onschuldig veroordeelden, gevangenen, procureurs en deurwaarders, advocaten en rechters.

De legende van de jood en de christen was reden voor pandjesbazen, bankiers en voerlieden om Sint-Nicolaas tot schutspatroon uit te roepen.

Op grond van de graanlegenden is Sint-Nicolaas beschermer van graanhandelaars, bakkers, kooplieden en meerseniers (winkeliers). De kuipers, wijnhandelaars, slagers, ververs en schilders kozen hem naar aanleiding van de legende van de drie kinderen in de kuip, maar hierdoor is Sint-Nicolaas natuurlijk ook de patroonheilige van kinderen en scholieren.

Vanwege de welriekende, geneeskrachtige olie kozen de parfumeurs, apothekers en oliehandelaars hem uit.

Op grond van de legende van de bruidsschat werd hij schutspatroon van de bakkers (de gouden ballen werden later voor broden aangezien), vrijers, maagden én hoeren.

Vanwege de legende over keizerin Theophana is Sint-Nicolaas patroonheilige van reizigers en vrouwen in barensnood.

Russische legenden

86.Het kinderoffer

Zelechy was een kleinzoon van een Poolse prins en woonde bij zijn oma in een dorpje. Op een dag kwam Nicolaas in de gedaante van een zwerver langs. Zelechy was zeer gefascineerd door de zwerver en besloot met hem mee te gaan. Op een open plek in een bos aangekomen, waren ze er getuige van dat een heidense priester een jongen wilde offeren hij lag al op de offersteen. Nicolaas kon nog juist op tijd de arm met het zwaard tegenhouden. In plaats van de jongen hakte hij de eik om, die aan de god Svjatowid gewijd was.

87.De hongerige wolf en de koe

Op een dag wilde Jezus weer eens de aarde bezoeken en hij koos Nicolaas uit als metgezel.

Zo kwamen ze op een avond bij een arme weduwe die nauwelijks haar kinderen te eten kon geven. De reizigers vroegen haar om eten en hoewel ze zelf al weinig had, gaf ze hun toch wat brood. Maar o wonder, toen Jezus een stuk brood gegeten had, groeide dat weer aan. Ook de meelkist was aangevuld er was zelfs zo veel, dat de vrouw er pannenkoeken voor haar kinderen van kon bakken.

Jezus en Nicolaas vervolgden hun weg en kwamen een hongerige wolf tegen in een bos. De wolf zei: ‘Ik heb al drie dagen niet gegeten en heb vreselijke honger.’ Jezus beval hem naar de weduwe te gaan en haar witte koe op te eten. Nicolaas vond dat maar niets: ‘Heer, de weduwe is zo arm en heeft ons zo vriendelijk geholpen.’ Maar Jezus stuurde de wolf weg en vroeg Nicolaas hout te gaan sprokkelen voor een vuur. Nicolaas echter rende naar de weduwe en maakte de koe met modder zwart. Daarna ging hij hout sprokkelen. Toen de wolf de zwarte koe zag, at hij die niet, maar deed hij bij Jezus zijn beklag. Die vertelde hem dat hij dan de zwarte koe moest eten.

Die nacht droomde Nicolaas van een vat vol gouden munten.

Hij wilde het vat aan de arme weduwe geven, maar Jezus had het voor een molenaar bestemd. Deze was echter ontevreden met maar één vat, want hij had op tien vaten gerekend!

Hierna kwam Nicolaas bij een put, maar er bleken alleen slangen en de ontevreden molenaar in te zitten. Maar verderop, bij een bron vol fris water, zat de weduwe, die vrolijk met haar kinderen speelde. Nicolaas hoorde op dat moment Jezus vragen waar hij toch bleef. Nicolaas begreep dit niet: ‘Ik ben maar drie minuten weggeweest!’ ‘Geen drie minuten, maar drie jaar!’ luidde het antwoord. Ze bleken allemaal in de hemel te zijn.

88.Sadko en de zeekoning

In Novgorod leefde Sadko, een arme muzikant. Op een dag, toen hij aan het strand zat, hoorde hij de zeekoning zeggen: ‘Hé, Sadko, ik vind je muziek prachtig en ik wil je belonen. Ga in de stad een weddenschap aan dat er een gouden vis in het meer is.’ Zo deed Sadko en met drie kooplieden wedde hij erom. En inderdaad: drie gouden vissen kwamen uit het meer. Sadko won de weddenschap en werd een rijk man. Door handel vergrootte hij zijn rijkdom nog.

Op een dag wedde hij dat hij alle koopwaar van de stad kon kopen. Maar deze keer verloor hij en daarmee bijna al zijn bezittingen. Met het enige schip dat hij nog over had, ging hij de zee op. Toen er een vreselijke storm opstak, dobbelden de zeelui erom wie ze aan de zeekoning zouden offeren. Het lot viel op Sadko en hij werd overboord gegooid.

Voor de zeekoning moest hij voortaan op zijn gitaar spelen. Zijn muziek had zulke gevaarlijke golven tot gevolg, dat schepen vergingen. Zeelui riepen de hulp van Nicolaas aan. Die daalde in de diepzee af, waar Sadko zat te spelen en vroeg hem ermee te stoppen. Maar Sadko vreesde dat hij voor eeuwig in de diepzee zou moeten blijven als hij de zeekoning niet zou gehoorzamen. Nicolaas vertelde hem dat hij door de zeekoning verleid zou worden met 300 mooie maagden.

Als hij deze niet verkoos, zou de koning hem opnieuw proberen te verleiden met 300 meisjes, en bij het derde aanbod van 300 moest Sadko het laatste meisje kiezen, maar hij mocht geen seks met haar hebben. Sadko deed precies wat Nicolaas gezegd had en bevond zich ineens in Novgorod. Als dank liet hij de kathedraal van Mozajsk bouwen, gewijd aan Nicolaas. → Rusland De gestrande boer

89.Het was de gewoonte dat vanuit de hemel van tijd tot tijd heiligen naar de aarde gezonden werden. Op een dag waren Nikola en Cassianus aan de beurt. Een boer was op weg gegaan om in de stad zijn waren op de markt te verkopen. De wegen waren slecht en na een regenbui kwam de boer vast te zitten in de modder. Beide heiligen passeerden en zagen het eens aan. Cassianus was niet van plan zijn mooie witte paradijsmantel vies te maken. Nikola daarentegen sprong in de modder en hielp de boer. Terug in de hemel vroeg Petrus waarom Nikola’s kleren zo gescheurd en onder de modder waren. Cassianus vertelde aan Petrus wat er voorgevallen was. Petrus beloonde daarop Nikola door hem per jaar twee kerkelijke feestdagen toe te zeggen (9 mei en 6 december). Cassianus mocht zijn feestdag alleen op 29 februari vieren, dus maar om de vier jaar.

Deze legende dateert uit 1859 en gaat waarschijnlijk terug op een Griekse legende waarin Nicolaas en de heilige patriarch Feostirakt bij een zinkend schip komen. Nicolaas redt het schip door zijn gebed, maar de patriarch wil ‘geen drie stappen’ voor de redding van de bemanning omlopen.

De koopman en de slaaf

90.Een koopman die op de Russische markt in Constantinopel stond, beschuldigde een slaaf ervan dat hij hem bestolen had. De slaaf werd gevangengezet. Nikola verscheen in een droom aan de koopman en bracht hem in herinnering waar hij het ‘gestolen’ geld verborgen had. De volgende dag liet men de slaaf vrij.

Het gestolen paard van de arme Hassan

91.Op het marktplein in een Tatarendorp stond een kerk met een icoon van Nikola waar zowel Russen (christenen) als Tataren (moslims) een kaarsje kwamen branden. In dit dorp woonde de arme Hassan. Zijn enige bezit was één paard, waarvan hij afhankelijk was maar dat was gestolen. Op een dag ging Hassan de kerk binnen en zei: ‘Nikola, geef mij alsjeblieft het paard terug.’ Hij bleef dat vele keren herhalen, totdat hij uiteindelijk de kerk verliet. Op het plein voor de kerk reed op dat moment een wagen met twee paarden voorbij: een daarvan was dat van Hassan. Hij begon te schreeuwen en met de hulp van velen werd de paardendief aangehouden. Hassan kreeg zijn paard terug.

Het tapijt

92.Een koopman was zo arm dat hij tot verdriet van zijn vrouw zijn eigen spullen moest verkopen, waaronder een prachtig tapijt. Nikola kocht dit kostbare tapijt bij hem en bracht het vervolgens terug naar de vrouw van de koopman.

In Rusland is Nicolaas vooral → patroonheilige van handelaren.

De meeste stadsbewoners en kleine boeren leden erg onder armoede. De mensen hadden meestal niet meer dan één kledingstuk. Er zijn legenden van armen die hun laatste bezit verkochten om het feest van Nicolaas te kunnen vieren: een tapijt, een kledingstuk of een paar oorringen.

Het verdronken kind

93.Tijdens een reis (in Rusland wordt gezegd op een rivier, in het Westen over zee) viel een kind overboord en verdronk. De ouders baden hartstochtelijk tot Nikola. De volgende dag werd het kind nog nat op de trappen van de Sofia-kathedraal (= Wijsheidskathedraal) in Kiëv gevonden en gezond aan de ouders teruggegeven.

Variant: Een kleine jongen, Dimitri, ging uit varen op de Dnjepr. Het begon te stormen en zijn bootje sloeg om. Schreiend verdronk de jongen; Nikola kwam te hulp, maar hij was reeds dood. Met hulp van God wekte Nikola hem weer tot leven in de Sofia-kathedraal te Kiëv.

Genezingen De melaatse vrouw

94.Nikola, die als kind zeer vroom was, maakte eens met zijn vader een wandeling. Een vrouw kwam op hen toe. Ze had van de vroomheid van Nikola gehoord en hoopte bij hem genezing van de melaatsheid te vinden. Ze viel voor hem op de knieën en reikte hem haar rechterarm. Nikola raakte deze aan en de vrouw genas.
95.Vorst Mstislav-Georgi Svjatoslavitsj van Novgorod was ziek (het jaar 1113 wordt genoemd, maar is niet zeker). Toen verscheen Nikola hem in een droom en beval hem zijn icoon uit Kiëv te laten halen. De afgezanten vonden de icoon onderweg: hij ‘zwom’ op een meer. De vorst genas en liet de icoon in de nieuwe Nicolaaskerk in Novgorod opstellen.
96.Nikola geneest een oude monnik op verzoek van kloosterlingen.

Behoed voor blindheid

97.Koning Stefan Detsjanski dreigde blind te worden. Op voorbede van de heilige Nikola werd hij voor blindheid behoed.

De boer en de icoon

98.Een boer had een schuld. Hij wilde een Nicolaas-icoon als borg geven maar die werd niet voldoende gevonden. De boer gooide de icoon uit kwaadheid in de modder (variant: ranselde de icoon). Een langskomende koopman kocht de icoon van de boer. Daarna verscheen Nikola aan de koopman als bediende, maakte hem rijk en zorgde dat de koopman met de dochter van de keizer kon trouwen.

De gastvrije boer

99.Nikola had in de gedaante van een oude man alle landen bezocht, maar er waren nog drie dorpen over. In het eerste dorp waar hij kwam zeiden de mensen: ‘Zeg oudje, waar is je muziek, dan kunnen we effe dansen’ en lachten hem uit. In het tweede dorp was men bang van hem: hij zou een duivel en een dief zijn. Nikola liep door naar het derde dorp. Toen hij ergens aanklopte om te overnachten, vroegen ze hem of hij een kruis kon slaan, vervolgens of hij het credo (geloofsbelijdenis) kon zeggen en als laatste vroeg men hem een gebed te doen. Maar het gebed was de oude man vergeten. De baas liet hem niet binnen, omdat hij het gevraagde niet op kon zeggen. Nikola liep in het pikkedonker verder. Een eenzame boer, die in het laatste huis woonde, liet hem wel binnen. De boer spreidde hooi voor hem uit waarop hij kon slapen. ’s Morgens vroeg hielp Nikola de boer dorsen als beloning voor zijn gastvrijheid. Toen ze lang gewerkt hadden, zei Nikola: ‘Kijk eens hoe ik het doe’ en hij stak de schoven in brand. De schoven verbrandden echter niet: elke strohalm ging keurig naast de andere liggen, waardoor het dorsen zeer snel ging. Nikola nam afscheid en reisde verder. De eenzame boer vertelde zijn buren wat Nikola gedaan had. Dat wilden ze ook wel! Ieder stak zijn schoven in brand en in korte tijd brandde het hele dorp af, behalve het huis van de gastvrije boer.

De roggeoogst

100.Er was een vreselijke droogte, waardoor de roggeoogst mislukt was. Waarschijnlijk was Elias de Gestrenge boos. Een oude, onbekende man zag dat de bewoners terneergeslagen waren en vroeg hun wat er aan de hand was. Toen ze het hem verteld hadden, vroeg hij een handje rogge. In elk huis legde hij één roggekorrel bij de oven en was daarop verdwenen. De volgende dag was de roggeaar rijp, brandde er een lichtje voor de icoon van Nikola en waren de akkers met rogge bedekt. Toen begreep iedereen dat de oude man Nikola de Barmhartige geweest was.

In Rusland worden veel verhalen verteld over Elias en Nicolaas.

In deze verhalen is Elias streng en Nicolaas barmhartig.

Nogmaals een roggeoogst

101.Een boer was zeer arm. Hij had nog maar één broodkorst voor zijn vrouw en kinderen. Op een dag kwamen drie mannen (Elias, Nikola en Joris) aan zijn deur. Zij vroegen om onderdak.

De boer legde uit dat hij te weinig eten in huis had voor iedereen. Maar Nikola zei dat er genoeg zou zijn voor allen. Bovendien beloofden de drie de volgende dag op het land te helpen.

Toen ze ’s avonds aan tafel gingen, at ieder goed van het brood en bleek er ruim genoeg te zijn. De volgende dag hielpen de drie mannen met rogge zaaien. Elias en Nikola spraken af voor een rijke oogst te zorgen. Terug bij de boer vroeg Elias hem: ‘Wat is het zwaarste werk, zaaien of ploegen?’ ‘Ploegen,’ was het antwoord. De rogge schoot prachtig op, maar omdat de boer ‘ploegen’ in plaats van ‘zaaien’ gezegd had, wilde Elias hem bestraffen. Hij zou het laten hagelen als de rogge rijp was.

Nikola ging naar de boer en zei hem: ‘De priester wil je rogge kopen; verkoop hem alles!’ Zo gebeurde het ook. Toen de boer de rogge verkocht had, begon het te hagelen en lag alle rogge plat. Nikola vertelde Elias dat de boer de rogge verkocht had. Elias beloofde de rogge nu weer mooi overeind te doen staan, want de priester had er niets mee te maken. Nikola toog naar de boer: ‘Omdat je oogst mislukt is, wil de priester zijn geld terug. Geef hem alles terug!’ Nadat de boer dat gedaan had, was de rogge dus weer van hem.

Kort daarop begon de rogge weer rechtop te groeien en werd zelfs beter. Nikola vertelde wat er gebeurd was aan Elias, maar deze zon nog steeds op straf. Weer ging Nikola naar de boer en zei: ‘Ga naar de kerk. Koop voor mij de goedkoopste kaars en gooi die bij mijn icoon, zoals je een bot naar een hond gooit. Maar koop voor Elias de duurste, zet hem op een mooie plek en ga ervoor bidden.’ De boer deed precies zoals hem gezegd was. Nikola vertelde aan Elias hoe de boer hém vernederde in de kerk, terwijl hij Elias verheerlijkte.

Dat verzoende Elias en hij liet de roggeoogst met rust. De boer had nog nooit zo’n rijke oogst gehad.

Nikola en de smid

102.In een klein dorp leefde een rechtvaardige smid, die steeds bereid was arme mensen te helpen. Op een dag kwam Nikola bij hem. Hij wilde de smid op de proef stellen. Hij stelde hem voor samen de wijde wereld in te trekken en veel geld te verdienen. Voor de eerste dag namen ze twee hompen brood mee, die ze na een lange wandeling tevoorschijn haalden. De smid at zijn deel op, maar de oude man had nog geen trek. Hij deed zijn stuk in het zakje terug en liep een stukje verder. De smid was zo hongerig, dat hij snel de andere homp ook opat en daarna in slaap viel. Toen de oude terugkwam, vroeg hij waar het brood gebleven was: ‘Een haas zal het wel hebben opgegeten,’ was het antwoord van de smid. Ze liepen verder en onderweg herhaalde de oude man zijn vraag. De smid werd bang en wilde alles opbiechten, maar deed het uiteindelijk toch niet.

Kort daarop kwamen ze in een land waar de dochter van de tsaar al drie jaar ziek was. Niemand kon haar beter maken. De twee mannen dienden zich aan en werden binnengelaten. Om haar te genezen, vroegen ze een aparte kamer en drie emmers water. Toen ze alleen waren met de zieke tsarendochter sneed de oude man haar in vier stukken, waste ze met water en voegde de stukken weer aan elkaar, waarop de tsarewna levend en wel weer voor hen stond. Als dank mochten zij zoveel geld nemen als zij wilden.

Toen ze terugliepen naar het dorp van de smid, zei de oude man: ‘We moeten het geld verdelen, want hier scheiden onze wegen, maar je mag alles hebben als je me de waarheid zegt: heb jij of de haas toen mijn brood opgegeten?’ De smid antwoordde: ‘De haas.’ Op dat moment zakte de smid tot zijn knieën in de grond. ‘Is het echt waar?’ ‘Ja, ik heb dat brood niet opgegeten.’ De smid zakte tot zijn hals in de grond. ‘Als je liegt, verdwijn je in het geheel.’ Toen de smid volhardde, verdween hij onder de grond, tegelijk met het geld. Zo werd zijn oneerlijkheid bestraft.

Het beeld van Nikola

103.In Russische kerken mogen overeenkomstig het tweede gebod (‘Gij zult geen godenbeelden maken’, Exodus 20) geen heiligenbeelden staan. De enige uitzondering hierop is een beeld van Nikola: toen de patriarch Philaret alle beelden uit de kerken verwijderde, ging alles goed tot hij aan een beeld van Nikola kwam. Toen het beeld brak, verscheen de beeltenis terstond weer. Daarom is Nikola de enig toegestane figuur in de Russische kerk, meestal met een kerk in zijn hand.
104.Theofanos, een rijke koopman, liet iconen maken van Christus, Maria en Nicolaas. Patriarch Athanasius wilde wel de iconen van Christus en Maria zegenen, maar niet die van Nicolaas. Later, toen de patriarch eens op een schip voer dat zinkende was, riep hij Nicolaas aan om hulp. Deze kwam, maar liet wel duidelijk merken dat hij beledigd was. Athanasius , die al kopje-onder ging, gaf uiteindelijk zijn fout toe. Nicolaas redde hem en de andere drenkelingen. Als dank bracht Athanasius toen de Nicolaas-iconen naar de Hagia Sophia in Constantinopel.

Oorspronkelijk was dit een Griekse legende, maar in de middeleeuwen schreven Russische monniken hem opnieuw op. In de legende is Athanasius de naam van de patriarch, maar het is vrijwel zeker de legende refereert aan Anastasius, die patriarch was van 730 tot 754 en verantwoordelijk voor de politiek van het iconoclasme (beeldenstrijd).

→ Rusland Cioffari, 2008.

De slapende Nikola

105. Een Servisch verhaal in liedvorm luidt: Eens genoten alle heiligen van de wijn. Toen de kelk, die van hand tot hand ging, bij Nikola kwam, sliep deze en liet hij de kelk vallen. Elias schudde hem wakker. ‘O sorry,’ zei Nikola, ‘ik had het erg druk. De zee is ruw en ik moest driehonderd schepen bijstaan die in gevaar waren. Daarom was ik moe en toen ben ik in slaap gevallen.’

De dief

106.Een dief werd nagezeten door achtervolgers. Hij vluchtte het bos in, maar toen hij eruit kwam, stond hij voor een steppe. Hij bad: ‘Heilig vadertje Nikola, verberg mij ergens. Ik zal u een kaars offeren als ze mij niet vinden.’ Toen hij opkeek stond er een oude man, die hem op een karkas wees. Daar moest hij zich maar in verstoppen. De dief deed dit en tegelijk was de oude man verdwenen. De dief werd niet gevonden. Nadat de achtervolgers onverrichter zake teruggegaan waren, kwam de dief tevoorschijn. Hij zag weer

de oude man staan. Deze vertelde hem dat hij Nikola en andere heiligen nooit meer mocht gebruiken om bij kwade werken betrokken te raken. Daarop verdween hij.

Griekse legenden Bevrijdingslegenden: deze legenden zijn waarschijnlijk Griekse varianten op de legenden van de onschuldig-ter-dood-veroordeelden en die van de reddingen op zee (→ Legenden 12 en 13).

De Arabieren en de priester

107.Arabieren hadden op Lesbos eens een priester, Christophorus genaamd, gevangengenomen toen deze op weg was naar Myra. Hij wilde de heilige Nicolaas vereren en → myron verkrijgen. De Arabieren brachten hem naar Kreta om hem daar te laten onthoofden. Toen de beul zijn hand met het zwaard ophief, verscheen de heilige Nicolaas onzichtbaar voor de heidense beul en sloeg het zwaard uit zijn hand.

De soldaat die monnik werd

108.Een Romeins soldaat werd gevangengenomen door de kalief. Hij dacht dat dit Gods straf was omdat hij zijn belofte om monnik te worden, gebroken had. De heilige Nicolaas kreeg het samen met andere heiligen bij paus Nicolaas I voor elkaar dat hij de soldaat tot monnik wijdde, nadat hij hem bevrijd had.

De schipbreukeling

109.De auteur van Encomium Methodii schreef dat zijn rijke vader na een schipbreuk in de golven verdween met de naam van Nicolaas op zijn lippen. Deze spreidde zijn bisschopsmantel op de golven uit als een vlot waar de drenkeling zich aan op kon trekken en zo werd hij gered.

De drie jongens in een skiff

110.Drie Kretenzer jongens speelden op Goede Vrijdag in een skiff die omsloeg. De heilige Nicolaas redde hen en bracht ze op Pasen terug bij hun moeders.

Deze moeders worden wel getypeerd als de Griekse (half-)godinnen Niobe, Procne en Philomena alsook als Maria, moeder van Jezus, Maria Magdalena en Maria, moeder van Jakobus. Het interval doet sterk denken aan Jonas in de walvis, die na drie dagen uitgespuwd werd, en aan Jezus, die na drie dagen uit het graf verrees.

De bloedende icoon

111.In het Griekse klooster op de berg Athos is een icoon van Nicolaas in mozaïek. Dit mozaïek zou driehonderd jaar op de

zeebodem hebben gelegen. Toen vissers het ophaalden, bleken er mosselen op het voorhoofd van Nicolaas te zitten. Bij het verwijderen van de mosselen begon de icoon te bloeden.

De drie koningszonen

112.Er was eens een koning die melaats was. Geen enkele dokter in het land had hem kunnen genezen. Hij had gehoord dat er in een ver land een wijze man leefde die geneeskracht bezat. Zijn oudste zoon wilde deze man zoeken. Na enkele dagen rijden, rustte hij uit in een herberg. Toen hij aan tafel ging, kwam een oude bedelaar, die hem om eten vroeg. Maar de oudste zoon wilde hem niets geven. ‘Werk morgen maar voor mij, dan zal ik je eten geven.’ De volgende ochtend ging de koningszoon weer vroeg op pad. Hij had uren gereden en was moe en hongerig.

Op dat moment kwam hij de oude man weer tegen. Deze zei: ‘Omdat je me gisteren tenminste iets beloofd hebt, zal ik jou en je paard te drinken geven. Maar dan moet je teruggaan. Je zult je doel niet bereiken.’ Toen de oudste zoon bij zijn vader teruggekomen was, werd de tweede erop uitgestuurd. Ook hij kwam bij de herberg, waar de bedelaar hem om eten vroeg. Deze prins liet hem eten van alles wat overgebleven was.

De volgende dag reisde hij verder. Toen ook hij en zijn paard erg moe waren geworden, kwam de oude man tevoorschijn. Hij zei: ‘U rijdt op een verkeerd pad en zult in de woestenij verdwalen. Keer terug naar huis, maar eerst zal ik u en uw paard te drinken en te eten geven.’ De koning wilde vervolgens de jongste zoon niet laten gaan, toen de tweede onverrichter zake teruggekeerd was. De vader vond hem te jong en onervaren. Maar de jongen smeekte zijn vader en zijn moeder viel hem bij: ‘God zal hem behoeden en hem veilig thuis doen komen, als het echt niet gaat.’ De koning gaf uiteindelijk toe, maar omdat hij niet meer in de expeditie geloofde, gaf hij de derde zoon een kreupel paard en weinig geld mee.

Welgemoed ging de jongste zoon op pad. Bij dezelfde herberg aangekomen, vroeg een oude bedelaar hem om eten. ‘Natuurlijk,’ zei de jongste, ‘er is genoeg voor ons allebei.’ De volgende morgen zadelde hij zijn paard om verder te gaan. Opeens stond de oude man daar en zei: ‘Je bent goed voor mij geweest en nu zal ik jou helpen. Ik ben Nicolaas, de man die je zoekt. Ik zal met je meegaan en je vader genezen als God het wil.’ Toen ze bij de koning aankwamen, vroeg Nicolaas hem één verzoek in te willigen. De koning beloofde dat. ‘Uw jongste zoon moet uw opvolger worden.

Hij is de beste van de drie.’ Hoewel de koning het een bijzonder verzoek vond, stemde hij toe. Daarna genas Nicolaas de koning van zijn ziekte.

Legende van Saint-Nicolas-de-Port (bij Nancy in Lotharingen)

113.Aubert de Varangéville keerde terug van de eerste kruistocht (1096-1099). In → Bari ontmoette hij een familielid dat geestelijke was. Aan dit familielid was Sint-Nicolaas verschenen en die had hem gemachtigd een relikwie te stelen. Daarop namen ze een vingerkootje en reisden samen verder. Onderweg stierf de geestelijke en Aubert keerde alleen naar Port terug.

Daar aangekomen verborg hij de relikwie in een dekenkist en liet er een lichtje bij branden. Op een dag doofde het licht: tegelijkertijd werd Aubert blind. Toen hij echter de lamp weer aangedaan had, kreeg hij ook zelf het licht in de ogen weer terug. De abt van een naburig klooster besloot dat het hier om een wonder ging en dat er een kerk in Port gebouwd moest worden om de relikwie te bewaren.

Dat het hier een legende betreft, blijkt uit het feit dat de kerk in Saint-Nicolas-de-Port in 1092, dus vóór de eerste kruistocht, gebouwd werd.

De bevrijding van de heer Cuno van Réchicourt

114.Réchicourt is een plaats aan de Moezel, schuin tegenover Saint-Nicolas-de-Port gelegen. De heer van Réchicourt werd gevangengenomen tijdens een kruistocht. Het gebeurde vaker dat mensen die ter kruistocht gingen, in slavernij genomen werden. Omdat deze man er sterk uitzag, deed men hem een ijzeren band om de hals van vijf vingers breed en drie vingers dik. Verder was hij met sterke ketens gebonden, zodanig dat een slotenmaker acht dagen nodig zou hebben om de sloten te openen. De gevangene riep Sint-Nicolaas op 5 december 1240 aan en beloofde hem als pelgrim naar Saint-Nicolas-de-Port te gaan als hij bevrijd werd. De volgende ochtend (op 6 december) vond de prior van de Sint-Nicolaaskerk van Saint-Nicolas-de-Port hem slapend bij de kerkdeur. Deze legende lijkt een variatie op de legende van Adeodatus (→ Legende 59). De ‘Heer van Réchicourt’ gaat nog steeds op
6 december in een processie rond door Saint-Nicolas-de-Port. → Saint-Nicolas-de-Port

De vliegenplaag in Luik

115.Een vliegenplaag teisterde Luik in de 10de eeuw. Veel mensen werden ziek. Na aanroepen van Sint-Nicolaas verdwenen de vliegen en genazen de mensen. Daarop werd een kapel of kerk gesticht die de église Saint-Nicolas-aux-Mouches heet: de kerk van Sint-Nicolaas van de vliegen.

De kerk is gebouwd rond 1030 en is ingewijd door bisschop Reginold, die met hulp van Sint-Nicolaas een invasie van vliegen wist te stoppen.