Sinterklaaslexicon

Sinterklaas van A tot Z door Marie-José Wouters

Gepubliceerd op 24-10-2019

2019-10-24

Zwarte Piet

betekenis & definitie

Sint-Nicolaas en zijn knecht personifiëren twee principes:

-God en duivel, hemel en hel, goed en kwaad;
-de beloning van het ijverige en volgzame kind door Sint-Nicolaas, en bestraffing van het luie, stoute kind door de donkere knecht.

In afgelegen streken van Nederland is een begeleidende knecht van Sint-Nicolaas al sinds heidense tijden bekend zij het dat deze knecht er niet uitzag als de huidige Zwarte Piet. Zijn kleding was meestal primitiever en bestond uit dierenhuiden. Hij had roetzwarte vegen over zijn gezicht of droeg een donker masker, en hij maakte kinderen en jonge vrouwen bang. De dierenhuiden kunnen op een voor-Germaanse voorstelling duiden, zoals Pan, de bosgod bij de Grieken, als bok met hoorntjes voorgesteld werd. In onze streken was dit een sjamaan met rendiergewei. Dit gewei zou in de pietenmuts overgegaan zijn.

In Vlaanderen, Oostenrijk en Frankrijk zijn de ‘Zwarte Pieten’ vaak gemaskerde en in dierenvellen gehulde personen, in rood en zwart: de kleuren van het dodenrijk. Ze gedragen zich zeer wild. De rituelen lijken veel op de sinterklaasvieringen zoals die bekend zijn op de → Waddeneilanden.

Er zijn veel theorieën en verhalen over de reden dat Zwarte Piet zwart is en waarom hij een ondergeschikte rol speelt.

De Germaans-mythische theorie

•Volgens deze theorie, die eind 18de, begin 19de eeuw opkwam, nam Sinterklaas bij de → kerstening sommige aspecten van → Wodan over: Wodan reed door de lucht, begeleid door twee zwarte raven. Bij de schoorsteen luisterden die naar wat zich beneden hen afspeelde en daarna vertelden ze aan Wodan over de daden van de mensen. Verder voerde Wodan het leger van dolende zielen aan, dat met veel lawaai door de lucht reed. Dit werd het leger Zwarte Pieten.
•Bij de kerstening werden aan de oude → Freir, die bij het volk geliefd was, gebruiken toegestaan op voorwaarde dat deze de slaaf/ knecht van Sinterklaas zou zijn. Van lieverlee maakte de Kerk deze Duistere Helper, die oorspronkelijk dus een goede naam had, steeds ‘zwarter’ en tot symbool van alle kwaad. Freir werd kortom gesataniseerd, tot duivel gemaakt. Bij het volk arm en onderdrukt bleef deze zwarte helper juist erg populair, omdat hij het gezag belachelijk maakte en onbewust herinnerde aan het eigen ook seksueel vrije heidense verleden. Hij gedroeg zich slaafs naar het gezag (Sint-Nicolaas), maar achter diens rug was hij ongehoorzaam, angstaanjagend, verleidend en seksueel. Hij was de clown, zoals Freir een pretmakende god was die om de vruchtbaarheid aanbeden werd, en die met alle gezag (ook de Kerk) de draak stak. Op veel plaatsen komt als begeleider van Sint-Nicolaas een kinderdief of een kindervreter voor. Zeer waarschijnlijk gaat dit terug op een oude volksangst voor Vrouw Holda of Perchta (Percht: schrikgeest, die uit het dodenrijk komt).
•Een andere verklaring zou de volgende kunnen zijn. In de Edda zijn als bijnamen van Wodan genoemd Hnikar en Hnikudr; deze zijn verwant aan Nikker, Nixe (Duits), Nickelman en Neck (Noors) benamingen voor boosaardige → watergeesten, die vaak mensen/kinderen naar beneden trokken. Nadat Sint-Nicolaas de beschermfunctie van Wodan had overgenomen, hadden kinderen niets meer te vrezen en onderwierp hij Nickelman tot voorloper van Zwarte Piet.
• Eck(h)art, ook een trouwe knecht van Wodan, was op een andere manier aanvoerder van de → doden. Via Eckart gaven de doden het goud aan hun nakomelingen. Hij deed dit door laarzen en schoenen met goud te vullen; men verwachtte dan in het hiernamaals veel goeds. Omdat zwart de kleur van de dood was, werd de vertegenwoordiger daarvan, Eckart, ook zwart afgebeeld. Een → schoen werd wel meegegeven in het graf als verbinding van de mens met de aarde.
•Nörwi, de rijm- en winterreus, was zwart en had op afbeeldingen een roe bij zich.
•Bij de Germanen was Wodan voorts maangod: de maan werd elke ochtend in een zak onder de aarde door gedragen, om de volgende nacht weer zijn reis aan de hemel te kunnen maken. Sinterklaas vertegenwoordigt de volle maan; Zwarte Piet daarentegen staat voor de maan-die-je-niet-ziet: hij heeft de maan in de zak. Zo is hij een maanmythologisch wezen, de personificatie van de donkere (niet-zichtbare) maan, in wie op die manier het vreesaanjagende van de donkere nachten wordt weerspiegeld.

In de middeleeuwen: afsplitsing van de duivel In de 13 de eeuw verkleedden leraren van Franse kloosterscholen zich als Sint-Nicolaas en deelden lof en straf uit. Knechten met zwartgemaakte gezichten begeleidden hen soms; zij moesten de duivel uitbeelden. In Amsterdam liepen volgens een beschrijving uit 1452 in de Sacramentsprocessie ‘Nickertgens’ mee:

Daerzijn Engelthens ende Duyveltgens.(...) De Duyveltgens zijn schrickelijc toegemaect, met overtreckselen daer lelijcke schilderijen opstaen, hebben een groot schrickelijc Grijns voor ’t aenghesicht, een Peckstoc inde hant, ende loopen heen ende weer om ruym baen te maken, ende om de kinderen een angst aen te jaeghen welcke seer krijsen wanneer sij dese Nickertgens sien aencomen.

Sint-Nicolaas voerde de duivel aan een keten met zich mee.

Men beriep zich op de legenden waarin hij de duivel overwon (→ Legenden). Dit versterkte de heiligheid van Sint-Nicolaas. Later werden duivels steeds minder concreet voorgesteld en ontstond een knechtfiguur. Deze representeerde niet alleen de duivel, maar nam ook zijn rol over. God gebruikte in het bovenaardse de duivel om de opgelegde straffen uit te voeren. Hier beneden gebruikte Sint-Nicolaas Zwarte Piet om te vermanen en te straffen.

Na de reformatie gaat de begeleider van Sint-Nicolaas als knecht zelfstandig opereren. Een aantal kenmerken herinneren nog aan het demonisch verleden:

-het zwartgeblakerde gelaat;
-het lawaaimaken;
-de ketting herinnert aan de geketende duivel;
-de roe is het werktuig van de bestraffer;
-in de zak verzamelde hij eertijds de verdoemde zielen, waarvoor nu de stoute kinderen in de plaats komen. Namen als Nickel (Duits) en Old Nick (Engels), die synoniem zijn met de duivel, doen hieraan denken.

Op vroegmiddeleeuwse schilderijen zien we soms nog de zwarte, geketende duivel (Sint-Nicolaas overwint het kwade). Ook op een pilaar in de Walburgiskerk te Zutphen is Sint-Nicolaas afgebeeld, samen met een overigens blank duiveltje. Vanaf de 16de eeuw komt dit niet meer voor. Mogelijk durfden schilders onder invloed van de inquisitie dit niet meer te verbeelden, omdat de Kerk alle heidense oergebruiken aan het wegvagen was. Pas begin 19de eeuw, na de Franse Revolutie (op afbeeldingen van 1804 is Piet nog wit), taande het gezag van de Kerk en kwam de Duistere Helper weer tevoorschijn (1835). Hij zat jonge vrouwen achterna en strafte kinderen, omdat hij de geketende slaaf van Sint-Nicolaas was. Hij belichaamde de Tijl Uilenspiegelachtige elementen die Sinterklaas al eerder bezat (nog te herkennen in ‘Sinterklaas kapoentje’).

De duivel heeft veel namen, zoals Joost Pek, Pikkie-Pek, Pietje Pik, Karel, Zwarte Jan of Zwarte Piet. In Brabant noemde men Zwarte Piet: Pieterbaas, Pieter-m’n-knecht, Pietermanknecht, Trappadoeli, Rabbadoelie of Rappadoelie (in de Elzas: Hans Trapp), Hannes Mof en Jacques Sjoer of Sjaksoer (zakkensjouwer?, chaque jour? Jacques is Frans voor ‘manusje-van-alles’). Andere namen: Ansipan, Assipan, Arsipan, Hans Moef of Hans Muff (‘de knorrige’, in het Rijnland), → Nicodemus en Sabbas.

In Duitsland heet Zwarte Piet: Rupert of Ruprecht, verwant aan Hruodperaht. Volgens Grimm betekent dit ‘de van roem glanzende’, een bijnaam van Wodan. Vogt denkt dat Hruodperaht van rühperht = rauhe Percht komt; dit was een van de winterse optochtgestalten. In Oostenrijk en Hongarije wordt hij Krampus genoemd; hij is uitgedost als een duivel, met een zwart masker, een lange, rode tong en een straart. Als geitenman is hij afkomstig van de bergdorpjes. Hij draagt een enorm houten masker, zijn bokkenvel reikt tot zijn enkels en hij draagt rammelende kettingen.

In de Zelfkant (grensgebied Nederland-Duitsland) heet deze figuur: Klompzak. Dit zou weer kunnen slaan op de → maan in de zak en de klomp als symbool voor de maan. In Denemarken heet hij Nissen, een figuur met een lange rode tong en grote staart. In Duitstalige landen: Belznikel (klankverwantschap met Nikolaas), Belzebub, Belzebock, Pelzebock, Pelznickel (Sinterklaas gehuld in pelzen), Bartl, Bartel (Silezië), Ru-Klaus, Semper, Wurtbartl, Leutfresser (menseneter), Aschenklas (Klaas-van-as), Aschemann, Gumphinkel (Hesse). In Luxemburg: Hoêsecker, en in Zweden: Tompte Gudde. In Zwitserland noemt men hem Schmutzli, in Frankrijk Père Fouettard (Vader gesel of roe)

Vanaf de 19de eeuw In de 19de eeuw was een sinterklaasbezoek niet algemeen. Als Sinterklaas al kwam, kondigde hij zich aan met luid rammelende ketens. Hij zag er schrikwekkend uit, gebruikte een roe, had géén knecht en sprak iedereen streng toe. Sinterklaas was de boeman die gebruikt werd om kinderen te laten gehoorzamen. Maar in een verhaal over zijn jeugd uit circa 1845 vertelt pastoor Welters uit Wessem (Limburg) over het bezoek van Sinterklaas met zijn zwarte knecht. De knecht is er voor de afstraffing met roe en zak.

Volgens Ter Gouw traden in Amsterdam ook Zwarte Klazen op, evenals in Franeker. Ze kwamen met veel lawaai en bonsden op ramen en deuren.

In het verhaal ‘St. Nicolaas’ reis door Nederland’ (1876, anoniem) In een boekje van vóór 1941 staat heet de knecht ‘’t Moortje’ of ‘vriend Pikkie’. F.G. Bos noemt hem nog een geketende Zwarte Piet ‘de zwarte knecht’ (Bos, 1890). In 1891 verschijnt in ‘Het feest van Sint Nicolaas’ van Lina de knecht voor het eerst als ‘Pieter’. Ook H.J. Tiemersma noemt hem ‘Piet’ (Tiemersma, 1895).

Dat Zwarte Piet als knecht en helper van Sinterklaas er zo mooi uitziet, is waarschijnlijk een uitvloeisel van onze 16de-eeuwse handel met Spanje, waar Moren als knechten de Spaanse heren bedienden. Volgens E. Boer-Dirks komt Zwarte Piet voort uit de Moorse paardenknecht zoals die op veel schilderijen te zien is. Bij rijke lieden was een negerpage een statussymbool en zodoende werd die op schilderijen afgebeeld. In de 19de eeuw associeert men Zwarte Piet ook wel met Piet de Smeerpoets. Later vertellen ouders aan kinderen dat Piet niet zwart ziet vanwege zijn afkomst, maar door het roet uit de schoorsteen.

Meestal vergezelt één Zwarte Piet Sint-Nicolaas. Maar in het boekje Geschenk van Sint Nicolaas uit 1850 beschrijft de verteller drie zwarte knechten. Ook in Oudenbosch verscheen Sinterklaas in 1896 met twintig Zwarte Pieten op het internaat. Na 1945 komen er steeds meer Zwarte Pieten in het gevolg van Sinterklaas. De hulp van de Canadezen in → Amsterdam bij de intocht in dat jaar heeft daaraan ongetwijfeld bijgedragen. Na 1970 komen er soorten Pieten: bakkerspiet, inpakpiet, paardenpiet, huispiet.

Zwarte Piet is dan steeds minder bedreigend, heeft geen roe meer, en krijgt clowneske trekken. Hij praat niet meer krom, wat hij voor die tijd wel geacht werd te doen. Er komen verhalen en liedjes met Zwarte Piet in de hoofdrol. Hij heeft tegenwoordig een interessantere rol dan Sinterklaas, die eigenlijk vooral oud, wijs en vriendelijk is.

Andere verhalen over het zwart-zijn van Zwarte Piet

•Sint-Nicolaas zou op de slavenmarkt in Myra een zwart jongetje uit Ethiopië hebben gekocht dat Piter heette. Volgens Nederveen Pieterse zou Sint-Nicolaas een Moorse wees geadopteerd hebben.
•Goris vertelt een ander oud verhaal: Sint-Nicolaas trok er eens op een feestdag op uit. Hij kwam langs de hel, waar een duivel, reeds zwartgeblakerd door het roet van het hellevuur, hem om verlossing smeekte. Sint-Nicolaas verloste hem, maar droeg hem op om boze en slechte mensen te straffen.
•Langeler beweert in Zwarte Piet dat deze terug is te voeren op ene Christoforo Moro. Deze ‘Moor’, gevreesd door de Turken en bejubeld door de inwoners van Venetië, waar ook Sint-Nicolaas vereerd werd, kwam in 1571 bij een zeeslag om het leven. Zijn helm en dolk werden bij de relieken van Sint-Nicolaas in de San Nicolà in Venetië gelegd.
•Booy noemt als een van de theorieën de schoorsteenveger. Kleine jongens moesten vroeger door de schoorsteen om deze met ketting en borstel of roe schoon te vegen. Ze werden hier natuurlijk flink zwart van.

In 1968 is er een ‘Witte-Pietencampagne’ geweest toen niet zozeer vanuit het oogpunt van discriminatie als wel om de kinderangst in de sinterklaastijd te verminderen.

→ Discriminatie → Duivel → Moor → Straf Samenvatting Zwarte Piet, als opvolger van de demon die op zijn beurt weer de opvolger was van de dode in het leger van Wodan, dateert mogelijk uit de tijd van de Germanen of eerder. Aanvankelijk was het waarschijnlijk iemand met vuilzwarte vegen op zijn gezicht, zoals een soldaat in de loopgraven, die veel lawaai maakte en daardoor angst aanjoeg. De Zwarte Piet zoals wij die kennen, stamt uit de 19de eeuw en vertegenwoordigde de visie van een koloniale mogendheid op donkergekleurde mensen. Tegenwoordig zijn Zwarte Piet en Sinterklaas meer en meer naar elkaar toe gegroeid, al hebben zij nog steeds ieder een eigen rol: Zwarte Piet door zijn talrijke voor kinderen herkenbare eigenschappen (lief, ondeugend, wijs, vergeetachtig, handig, onhandig, alert, behulpzaam, enzovoort) en Sinterklaas als goedhartige, veel- of zelfs alleswetende oudere. Appel e.a., 1998; Boer-Dirks, 1993; Booy, 2003; Carasso-Kok e.a., 2004; Van Eeden, 1991; Hassankhan, z.j.; Janssen, 1993; Méchin, 1982; Meisen, 1931; Mezger, 1993; Nederveen Pieterse, 1990; Pleij, 1979, 1998; Van Rentherghem, 1996; Schenkman, 1850; Wanson, 2002; Wheeler e.a., 2005