Archief betekenis & definitie

Archief is een woord van Griekschen oorsprong, dat eene verzameling aanduidt van oirkonden, acten en bescheiden van vroegeren tijd, die bij de Grieken doorgaans op het raadhuis (archeion) werden bewaard. Men heeft openbare en bijzondere archieven. Tot de eerste soort behoren de rijks-, provinciale- en gemeentelijke archieven en zoodanige, die ten algemeenen nutte zijn aangelegd of beschikbaar gesteld. Tot de bijzondere rekent men die, welke aan bepaalde familiën, bijvoorbeeld aan vorstelijke of adellijke geslachten toebehooren. Daartusschen zweven de kloosterarchieven en de kerkelijke archieven, die men tot de eerste of tweede soort kan brengen naarmate zij meer of minder voor ieder toegankelijk zijn.

De oudste volkeren, zooals de Israëlieten en Egyptenaren, bewaarden gewoonlijk hunne archieven in den voornaamsten tempel. De Romeinen gebruikten daartoe den tempel van Ceres en dien van Saturnus, en in lateren tijd de kerken. Justinianus kende aan de oirkonden van zoodanige archieven kracht van bewijs toe, en Karel de Groote verordende het aanleggen van archieven. De kerkelijke archieven bevatten de oudste oirkonden; die der steden en vorsten reiken doorgaans niet verder dan tot de 12de eeuw.

Aan het hoofd van elk openbaar archief van eenig belang staat een archivaris, die belast is met de goede bewaring en rangschikking der verschillende stukken. Hij moet zorgen, dat de oirkonden beveiligd blijven voor vochtigheid, vuur en ongedierte, en hij dient in staat te wezen om elk benoodigd stuk zonder moeite te vinden. Bij uitgebreide archieven heeft de archivaris een aantal ambtenaren en bedienden ter zijner beschikking.

In vele staten wordt de archiefwetenschap onderwezen, welke alles omvat, wat men tot eene goede bewaring en rangschikking der stukken dient te kennen. Doorgaans plaatst men ze in drie afdeelingen, namelijk die der zakelijke stukken (realia), waartoe de wetten en verordeningen behooren, welke voor het geheele land zijn uitgevaardigd, alsmede die welke betrekking hebben op buitenlandsche aangelegenheden, op de volkstelling, de financiën, de oorlogszaken, de kerkgenootschappen enz., — die der plaatselijke stukken (localia), welke geographisch gerangschikt worden naar de plaatsen, waarop zij betrekking hebben, — en in stukken van persoonlijken aard (personalia), die in verband staan met bepaalde personen of geslachten.

Het is een verblijdend verschijnsel van onzen tijd, dat de archieven ten behoeve der geschiedenis meer en meer worden opengesteld. Ook is de belangstelling in onuitgegeven oirkonden, charters, privilegiën, geslachtslijsten en dergelijke bescheiden in de laatste jaren aanmerkelijk toegenomen. Te meer is het te betreuren, dat, vooral in de voorgaande eeuw, vele kostbare papieren op eene roekelooze wijze zijn vernietigd.