Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

VRAAG

betekenis & definitie

VRAAG - v. (vragen), ondervraging, iets waarop een antwoord moet gegeven worden; iem. eene vraag doen; vragen stellen; vragen beantwoorden; op die vraag moet ik het antwoord schuldig blijven, dat kan ik niet beantwoorden;

— dat is de vraag niet, daarover handelt het hier niet;
— het isnog de vraag, of..., het is onzeker;
—-vragen in een vragenboek: hoeveel vragen moet gij leeren?
— blinde vraag, eene onbeantwoorde vraag, waarop dus de leerling het antwoord, hetzij in den bijbel, hetzij door eigen nadenken moet zoeken ; in tegenst. van deze vragen worden de vragen, waarvan het antwoord in het vragenboek is opgegeven, niet zelden ziende vragen genoemd;
— (kaartsp.) spel dat men in deze of gene kleur wenscht te spelen ;
— (kooph.) er is veel vraag naar dat artikel, het wordt zeer gezocht';
— (gew.) plaats waar gevraagd wordt, inz. de consistorie of catechisatie : gaat gij ook al naar de vraag, naar de catechisatie ? VRAAGJE, o. (-s).