Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Moet

betekenis & definitie

1. Moet v. (-en), indruk, spoor dat door iets wordt achtergelaten, inz. overblijvend teeken van vlekken of vouwen in eene stof: de vlekken, de vouwen zijn er uit, maar de moet is nog zichtbaar;

— ook van overblijvende indruksels in het lichaam: zie eens, hoe hij mij geknepen heeft, de moet staat er nog in;
litteeken eener wond;
slijmachtig vuil dat het zeeschuim op het strand achterlaat;
— verhevenheid van verf (bij het schilderen ontstaan);
— rond knoopje onder aan het lemmet van een pennemes;
— (boekdr.) teeken door de samenvoeging van een vorm veroorzaakt. MOETJE, o. (-s).
2. Moet TE
— bijw. uitdr. (veroud.) tegemoet.
3. Moet MOETJE, o. dwang, noodzakelijkheid; het is een moet, moetje, een gedwongen huwelijk, doordat de bruid zwanger is.