Gepubliceerd op 24-02-2020

Stellen

betekenis & definitie

Het begrip stellen heeft 2 verschillende betekenissen:

1. stellen - stellen - (stelde, heeft gesteld), doen staan, plaatsen, zetten, op de behoorlijke plaats en in den behoorlijken stand zetten : eene vaas op den schoorsteen stellen ; stel een ieder op zijne plaats; troepen op eene hoogte stellen; soldaten op post stellen; een leger in slagorde stellen, scharen ; iets ten toon stellen (goederen, kunstwerken), laten zien;
— iem. ten toon stellen, zijn tekortkomingen bekendmaken, (ook) hem belachelijk maken;
— iem,. te pronk stellen, tot schande ergens op plaatsen ;
— een misdadiger op (aan) de kaak stellen;
— iets op de proef stellen, er de deugdelijkheid van onderzoeken;
— iem. op de proef stellen, hem beproeven ;
— iem. iets ter hand stellen, het hem geven, doen hebben ;
— iem. in staat, in de gelegenheid stellen, het hem mogelijk maken ;
— op rekening stellen, debiteeren, (ook) ten laste leggen aan ;
— de waarheid in ’t licht stellen, goed doen uitkomen, doen weten ;
— iets te boek stellen. het opschrijven;
— iem. zijn slecht gedrag voor oogen stellen, doen zien, doen inzien;
— iets uit zijn hoofd stellen er niet meer aan denken:
— zijne hoop, zijn vertrouwen in iets, op iem. stellen, vestigen ;
— hoogen prijs op iets stellen, er hooge waarde aan toekennen ;
— een prijs op iemands hoofd stellen, eene belooning uitloven voor iem. die zekeren persoon dood of levend aanbrengt;
— eene eer in iets stellen, zich tot eer aanrekenen :
— zijne zinnen op iets, op iem. stellen, er verzot, verliefd op raken ;
— iets ter zijde stellen, niet gebruiken, niet bemerken, buiten rekening laten ;
— alles in het werk stellen, alle moeite aanwenden.:
— veel menschen aan het werk stellen, arbeid geven;
— iem. tevreden, op vrije voeten stellen, maken dat hij tevreden, vrij is ;
— iem. of iets op de plaats stellen waar het vereischt wordt: een plaatsvervanger, een man stellen: borgen stellen; borgtocht, cautie stellen; iem. candidaat stellen, als candidaat noemen, op den voorgrond plaatsen ;
— zich candidaat stellen. zich als verkiesbaar op den voorgrond plaatsen ;
— zich borg stellen, borg blijven ;
— zich voor ’t gerecht, voor den rechter stellen, daar verschijnen ;
— zich voor iets aansprakelijk stellen, zich verbinden om mogelijke schade te vergoeden, voor iets instaan, iets verantwoorden ;
— richten, zooals iets zijn moet, of zooals men het hebben wil: een stuk geschut stellen, er de goede richting aan geven ;
— de zeilen stellen, naar den wind stellen, zoo plaatsen als de richting en de kracht van den wind het noodig maken ;
— den koers stellen, bepalen ;
— de netten, eene val stellen, opstellen, gereed zetten;
— den molen in rust stellen, zoodat hij niet meer maalt;
— de markt, den koers, de prijzen stellen, vaststellen, bepalen ; iem. naar zijne hand stellen, hem blind doen gehoorzamen ;
— ik kan het best met hem stellen, met hem vinden;
— veel met iem. te stellen hebben, veel last, veel moeite met hem hebben ;
— hoe stelt zij het zonder meid ?, hoe maakt zij het. hoe regelt zij alles ? ;
— hij kan het goed stellen. hij is nogal bemiddeld ;
— bepalen, vaststellen: voorwaarden stellen; iem. de wet stellen, voorschrijven hoe hij handelen of zich gedragen moet;
— aan iets paal en perk stellen, het beperken, niet te groot in omvang laten worden ;
— iem. paal en perk stellen, de grenzen zijner macht of bevoegdheid aanwijzen ;
— zich iets tot taak, ten plicht stellen;
— onder behoorlijke woorden, in geschrifte brengen: een brief, request stellen, opstellen ; hij stelt goed, heeft een goeden stijl;
— veronderstellen, een oogenblik als waar aannemen : stel eens, dat gij in mijne plaats waart; gesteld, dat dit zoo ware; stel dit een oogenblik gelijk;
— (taalk.) de stellende trap (van bijv. naamw.L de onveranderde grondvorm: groot, klein.

2. stellen - stellen - o. stelling, plaatsing.

< >