Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

VIJAND

betekenis & definitie

VIJAND - m. (-en), VIJANDIN, v. (-nen), iem. die een persoon of zaak haat en dat door woord en daad tracht te toonen : een vijand van de waarheid zijn; hij is een vijand van werken; een vijand van het spel; zij zijn geslagen, gezworen vijanden, zij haten elkander vinnig;

— iem, die opzettelijk een ander tracht te benadeelen: uwe vijanden slapen nooit; heb uwe vijanden lief (Matth. V : 44);
— inz. de troepen van een staat, tegen welken men oorlog voert: den vijand bevechten, terugdrijven, verslaan; de vijand nadert, overwint;
— (fig.) ’s menschen vijand, de Satan, de Booze; (w. g.) iem. aan den vijand voeren, hem ten verderve leiden, hem aansporen, overhalen tot iets verkeerds (meestal schertsend); (fig.) de hoovaardij is de vijandin der deugden; de koffie is eene vijandin van de zenuwen.