Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

WAARHEID

betekenis & definitie

WAARHEID - v. het ware; overeenstemming van het denkbeeld met zijn voorwerp, van een verhaal of bericht met eene zaak, van wat men zegt met hetgeen men denkt: de waarheid zoeken;

— de nuchtere waarheid zeggen, de waarheid en niets meer;
— dat is bezijden de waarheid, niet geheel juist;
— de waarheid te kort doen, onwaar zijn;
— de waarheid huldigen, waar zijn ;
— dat is in strijd met de waarheid; dat strijdt tegen de waarheid;
— er is veel waarheid in die schilderij; de waarheid wil niet altijd gezegd zijn; (fig.) iem. (eens flink) de waarheid zeggen, hem berispen, hem verwijtingen doen;
— in waarheid inderdaad, werkelijk;
—, mv. (...heden), iets dat waar is : de waarheden van den godsdienst; wiskundige waarheden; dat zijn historische waarheden.