Daad betekenis & definitie

DAAD, v. (daden), eene met bewustheid gepleegde handeling om een bepaald doel te bereiken: loffelijke daden; daden van vijandschap; — woorden genoeg, maar geen daden; — de daad bij het woord voegen, een geuit voornemen onmiddellijk ten uitvoer brengen; — iem. op heeter daad betrappen, terwijl hij bezig is, gedurende het bedrijven der daad; — met raad en daad bijstaan, krachtig met alle middelen ondersteunen; — de daden moeten spreken, getuigen, men moet het door zijne daden toonen; — den wil voor de daad nemen, iemands pogen, bedoeling waardeeren zonder den ongunstigen uitslag in rekening te brengen; — velen voeren den naam, weinigen de daad, de daden van menigeen beantwoorden niet aan den naam, dien hij voert; — daden van koophandel, het inkoopen van waren, met de bedoeling ze later weer te verkoopen.

Laatst bijgewerkt 02-09-2018