Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

Toonen

betekenis & definitie

Toonen - (toonde, heeft getoond), laten zien : iem. een boek toonen; zijn werk toonen; iets met den vinger toonen ; (zeew.) eene vlag, zijn kleuren toonen, zich door het hijschen der vlag doen kennen ; moed toonen, laten zien dat men moed heeft;

— zijne hielen toonen-, wegloopen, op de vlucht gaan ;
— tem. eene vuist toonen, hem met de vuist bedreigen ;
— een hoofd toonen, koppig, halsstarrig zijn ;
— nu moet hij zich toonen, nu moet hij laten zien, wie hij is, of wat hij kan : toon u als een man, gedraag u zoo ; zich boos, bang toonen.