UITKOMST betekenis & definitie

UITKOMST - v. (-en), einde, afloop, uitslag: men rekent de uitkomst niet, men telt het doel alleen; de uitkomst zal het leeren; — redding, hulp ; uitkomst geven; ik zie geene uitkomst meer; — (rekenk.) quotiënt : de uitkomst eener deeling; — het gevraagde in een rekenkundig vraagstuk: welke uitkomst hebt gij ? UITKOMSTJE. o. (-s).