Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 06-12-2018

2018-12-06

UITKOMST

betekenis & definitie

UITKOMST - v. (-en), einde, afloop, uitslag: men rekent de uitkomst niet, men telt het doel alleen; de uitkomst zal het leeren;

— redding, hulp ; uitkomst geven; ik zie geene uitkomst meer;
— (rekenk.) quotiënt : de uitkomst eener deeling;
— het gevraagde in een rekenkundig vraagstuk: welke uitkomst hebt gij ? UITKOMSTJE. o. (-s).