Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 27-09-2018

Men

betekenis & definitie

Men onbep. vnw. de menschen; de wereld (in het algemeen): men zegt, er wordt gezegd, verhaald; de groote, onbekende men; men wil het zoo, het wordt zoo verlangd; men wordt verzocht, er wordt verzocht; men kan er niets aan doen, niemand kan er iets aan doen.