Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-12-2018

2018-12-02

Tucht

betekenis & definitie

Tucht - v. leiding om iem. aan het goede te wennen en van het verkeerde terug te houden, zedelijke leiding: orde en tucht in de school;

— scherp toezicht, discipline: onder strenge tucht houden; de tucht handhaven; aan tucht gewende soldaten, kinderen ; kerkelijke tucht;
— straf : iem. tucht geven ;
— raad van tucht, zie RAAD.