Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Handhaven

betekenis & definitie

HANDHAVEN, (handhaafde, heeft gehandhaafd), iem. of iets in stand houden., steunen, beschermen, er voor waken zijn recht handhaven; de vorst handhaafde den minister in strijd met de wenschen des volks. HANDHAVER, m. (-s), HANDHAAFSTER, v. (-s), die handhaaft (altijd fig.): een handhaver van het recht; de handhaver van de kunst. HANDHAVING, v. het handhaven, bescherming.