Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 02-09-2018

2018-09-02

Discipline

betekenis & definitie

DISCIPLINE, v. tucht, onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan voorschriften en bevelen, in ’t bijzonder krijgstocht: de discipline handhaven; een troep zonder discipline;

— depot van discipline, straf bataljon, klas;
— de raad van toezicht en discipline, (bij de rechtscolleges inz. eene commissie uit de advocaten die is belast met de zorg voor de eer van den stand der advocaten; tucht, orde discipline moet er zijn;
— (R. K.) boetegeesel, geeeelriem, geeselkoord, als werktuig van boetvaardigheid, zelftuchtiging in kloosters, soms ook door leeken aangewend: discipline nemen, toedienen opleggen.