Wat is de betekenis van Tucht?

2020
2021-01-17
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Tucht

Tucht is een overkoepelende term voor de instrumenten of handelingen die worden verricht om een bepaalde groep of persoon discipline bij te brengen. Tucht wordt hierdoor vaak in verband gebracht met straf of gevangenisstraf. Het doel van handelingen of instrumenten die vallen onder tucht, is het er voor zorgen dat er een gevoel van superioriteit wo...

Lees verder
2019
2021-01-17
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

tucht

tucht - Zelfstandignaamwoord 1. discipline Privatisering van de woningbouwcorporaties: tucht van staat noch markt Antoniemen ontucht Verwante begrippen kadaverdiscipline, zelfdiscipline

Lees verder
2018
2021-01-17
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

tucht

tucht - zelfstandig naamwoord 1. het streng handhaven van de regels ♢ in de kazerne heersen orde en tucht Zelfstandig naamwoord: tucht de tucht

Lees verder
1973
2021-01-17
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

tucht

[Oudned. trekken], v./m. (g. mv.), 1. het opleggen aan een bepaalde groep, resp. het zich houden aan bepaalde opgelegde regels of voorschriften; gebondenheid, discipline: onder strenge staan; 2. de toestand dat genoemde gebondenheid heerst, erkend wordt: de handhaven; 3. geheel van maatregelen waardoor de gewenste gebondenheid van gedrag verkregen...

Lees verder
1950
2021-01-17
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Tucht

v. gmv., 1. het zich houden aan, het op volgen van bepaalde opgelegde regels of voorschriften van gedrag; gebondenheid, discipline: in de school heersten orde en tucht; onder strenge tucht houden; de tucht handhaven; aan tucht gewende soldaten, kinderen; — raad van tucht, zie Raad. 2. de toestand dat...

Lees verder
1933
2021-01-17
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Tucht

➝ Tuchtrecht.

1898
2021-01-17
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Tucht

Tucht - v. leiding om iem. aan het goede te wennen en van het verkeerde terug te houden, zedelijke leiding: orde en tucht in de school; — scherp toezicht, discipline: onder strenge tucht houden; de tucht handhaven; aan tucht gewende soldaten, kinderen ; kerkelijke tucht; — straf : iem. tucht geven ; — raad van tucht, zie RAAD.

Lees verder