Maandag betekenis & definitie

Maandag m. (-en), tweede dag der week; des Maandags, ’s Maandags, op Maandag; — (fig.) een blauwe Maandag, een zeer korte tijd hij is een blauwen Maandag in dienst geweest; — Maandag houden, luien Maandag houden op Maandag niet werken.

Laatst bijgewerkt 19-09-2018