Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 19-09-2018

Losheid

betekenis & definitie

Losheid v. toestand van hetgeen los is: de losheid van een weefsel;

— (fig.) veranderlijkheid de losheid van het weer;
— ongedwongenheid, losse zwier: hij doet alles met eene zekere losheid, die dadelijk voor hem inneemt;
— onbedachtzaamheid, losbandigheid hij is van de losheid zijner jeugd teruggekomen.