Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 24-02-2020

Jeugd

betekenis & definitie

Het begrip jeugd heeft 2 verschillende betekenissen:

1. jeugd - JEUGD, v, de eerste, vroegste leeftijd van den mensch, het jong zijn, de jonkheid : in zijne jeugd; van zijne jeugd af, van jongs af;
— in zijne prille jeugd, toen hij nog heel jong was; zalig hij, die zijn juk in zijne jeugd draagt; eene zonde der jeugd;
— (fig.) de jeugd der volken, de eerste tijd van hun bestaan;
— men zou er zich eene jeugd aan eten, van spijs, die kracht en sterkte geeft;
— jeugdige personen, jongelieden: onderwijzer der jeugd; de studeerende jeugd, schoolgaande kinderen; men klaagt steen en been over de baldadigheden der jeugd; de bloem der jeugd;
— (spr.) jeugd heeft geen deugd, in de jeugd valt het bedwingen der hartstochten moeilijk.

2. jeugd - JEUGD, v. sap, nat; de jeugd van ’t vleesch.