Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 13-09-2018

Houding

betekenis & definitie

HOUDING, v. (-en), gestalte, voorkomen, stand: eene stijve onbevallige houding; neem eene andere houding aan; met zijne houding verlegen zijn, niet recht weten hoe zich verder te gedragen;

— de houding aannemen van, alsof men, het doen schijnen alsof men;
— dat heeft geen houding, dat staat niet, heeft geen stand;
— gedrag, manier van handelen: zijne houding in deze aangelegenheid is onverklaarbaar;
— eene afwachtende houding aannemen, het beloop der zaak afwachten, om daarnaar zijn gedrag te richten.