Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepubliceerd op 12-09-2018

2018-09-12

Hoe

betekenis & definitie

HOE, bw. (vraagwoord in rechtstreeksche en afhankelijke vragen) op welke wijze: hoe kan ik u genoeg danken?; hoe is het afgelopen?; hoe hebt ge dat aangelegd?; hoe maakt ge het?; hoe heet hij?; hoe zou dat mogelijk zijn?; ik zal u zeggen, hoe gij doen moet;

— waardoor: ik weet niet hoe het komt;
— op welken grond, waarom: hoe zoo? (of hoe dat zoo?), waarom meent ge dat?; hoe kunt ge dat van mij denken?;
— op welke voorwaarde: hoe wilt ge het mij laten?, op welke conditie, voor hoeveel geld, wilt ge het mij verkoopen?;
— (ook in bijzinnen, beantwoordende aan een voorwerpszin met dat): hij vertelde hoe ’s nachts een wolf in de schaapskooi was gekomen en zeven schapen had gedood; bedenk, hoe uw lot in mijne handen is;
— (bij uitroepen) wat: hoe? zou hij dood zijn?; hoe nu?, gaat ge ons verlaten?;
— in welken graad, in welke mate: hoe warm het was en hoe ver; ge kunt denken hoe blij hij was; hoe ver ligt Amsterdam van Parijs?; gij weet hoe zeer ik u bemin;
— (bij uitroepen) hoe dikwijls heb ik je dat nu al gezegd!; hoe heb ik mij in hem vergist!; hoe zou je lachen!; hoe vervelend dat het nu is gaan regenen;
— (bij een comparatief) hoe verder men komt, des te woester wordt het landschap, al naarmate men verder komt, wordt de streek woester;
— het gaat hoe langer hoe beter, al doende gaat het beter;
— hoe eer hoe liever, liefst zoo spoedig mogelijk;
— hoe ouder hoe gekker, gezegd als oude menschen zich dwaas aanstellen; hoe later op den avond, hoe schooner volk, zie VOLK;
— hoe... ook, als uitdrukking van een onbepaalden graad: hoe gezond hij er ook uitziet, hij is toch niet sterk, al ziet hij er ook zeer gezond uit, toch is hij zwak;
— hoe vreemd het ook schijne, ’t is werkelijk zoo gebeurd; hoe ik ook peins, ik kan het mij niet herinneren, hoe zeer ik ook nadenk;
— (zelfst. gebruikt), o.: het is een feit, maar het hoe en het wat weet ik nog niet, het rechte van de zaak.